U bevindt zich op: Loket Gezond Leven›Infopunt›Rapporten
Het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) heeft diverse onderzoeken verricht of daartoe opdracht gegeven. Zodra deze rapporten uitkomen, zullen deze hier gepubliceerd worden.
In het evaluatierapport over het erkenningstraject voor interventies vindt u de resultaten van het evaluatieonderzoek dat in 2011 is uitgevoerd. De evaluatie bevat onder andere aanbevelingen voor de herziening van het erkenningstraject.
Dit rapport is geschreven in opdracht van het ministerie van VWS. Het RIVM heeft ervaringen uit andere landen met integraal gezondheidsbeleid op nationaal niveau op een rij gezet.
Dit rapport is geschreven in opdracht van het ministerie van VWS. De landelijke gegevens kunnen gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van de preventieve gezondheidszorg voor ouderen.
Het RIVM heeft, in opdracht van het ministerie van VWS, leefstijlinterventies voor lagere sociaaleconomische groepen in kaart gebracht die gemeenten kunnen inzetten om de gezondheid van deze groepen te verbeteren. Hierbij is de aandacht specifiek gericht op roken, alcoholgebruik, actieve leefstijl, overgewicht, diabetes en depressie.
Dit rapport laat Nederlanders zelf vertellen hoe zij over gezondheid en gezond leven denken.
In opdracht van verschillende ROC's heeft TNO (Behavioural and Societal Sciences) de leefstijlgegevens van mbo-studenten onderzocht die in het studiejaar 2009-2010 deelnamen aan de leefstijlscan op Testjeleefstijl.nu. Deze leefstijlgegevens zijn vergeleken met de leefstijlgegevens van de mbo-studenten die in 2008-2009 deelnamen aan de leefstijlscan.
In opdracht van ZonMw heeft het W.J.H. Mulier Instituut onderzoek verricht met de vraagstelling: “Welke leefstijlinterventies zijn er beschikbaar om in te zetten in het mbo, welke lijken het meest kansrijk en is er sprake van lacunes in het aanbod van en kennis over de interventies?”. De geïnventariseerde interventies richten zich op de thema’s gezonde leefstijl, relaties en seksualiteit en geestelijke gezondheid.
In opdracht van ZonMw heeft TNO Kwaliteit van Leven verkennend onderzoek verricht naar de (on)mogelijkheden voor gezondheidsbevordering in het middelbaar beroepsonderwijs.
In opdracht van het RIVM/Centrum Gezond Leven (CGL) heeft TNO Kwaliteit van Leven een inventarisatie en analyse uitgevoerd van het actuele aanbod van opleiding en training op het terrein van gezondheidsbevordering en preventie (GB/P).
In 2009 en 2010 verzorgde het CGL vijf keer een workshop voor het beschrijven en indienen van een leefstijlinterventie voor de Erkenningscommissie. In 2010 zijn deze workshops in opdracht van het CGL geevalueerd door Stichting Consument en Veiligheid. De workshop krijgt gemiddeld een 7.8 van de deelnemers. Alle deelnemers gaven aan dat de workshop voldeed aan hun verwachtingen. Trefwoorden die daarbij regelmatig terugkwamen zijn: goede, verhelderende en praktische uitleg, ruimte voor vragen en tijd voor persoonlijk advies. De meeste deelnemers vonden dat de leerdoelen zijn bereikt. De workshop blijft daarom ook in de toekomst een onderdeel van het ondersteuningaanbod van CGL. Aan de hand van de aanbevelingen die in het rapport worden gedaan, wordt de inhoud aangescherpt.
In de herfst van 2010 is het CGL een overleg gestart met nationale partners om informatie uit te wisselen over internationale activiteiten en ontwikkelingen. De nadruk ligt daarbij op Europa. Als eerste stap is de actuele internationale betrokkenheid van CGL-partnerorganisaties geïnventariseerd. De resultaten zijn samengevoegd met de uitkomsten van een soortgelijke inventarisatie van de NPHF.
Het CGL heeft geïnventariseerd in hoeverre thuiszorginterventies de doelgroep bereiken. Lees in het rapport over bereik van thuiszorginterventies in 2007 en 2008 en aanbevelingen om het bereik in de toekomst beter in kaart te brengen. De thuiszorginterventies die onderzocht zijn, zijn interventies die in 2007 en 2008 ingediend zijn bij het uitvoeringsprogramma PreventieKracht thuiszorg.
Weinig (aanstaande) ouders stellen zorgverleners vragen over werken met stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting. Het pro-actief informeren van (aanstaande) ouders over de gevaren van werken met deze stoffen moet beter. Daarnaast zouden zorgverleners zich meer bewust kunnen zijn van de gevaren van reprotoxische stoffen op de werkplek. Dat blijkt uit de inventarisatie die het CGL uitvoerde in opdracht van het ministerie van SZW. Zorgverleners kunnen putten uit allerlei bronnen, zoals richtlijnen, de infolijn Teratologie Informatie Service van het RIVM. Niet alle zorgverleners kennen deze bronnen, en ze blijken vaak niet toereikend. Zorgverleners willen een centraal expertisepunt waar ze hun vragen kunnen stellen. Een punt dat toegankelijk is voor professionals, werknemers én werkgevers. Om zorgverleners meer bewust te maken van de gevaren van reprotoxische stoffen op de werkplek, kan de richtlijn 'Zwangerschap, post-partumperiode en werk' van de NVAB (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) breder bekend gemaakt worden.
'Gezondheidsbevorderaars ondersteunen bij hun dagelijkse werk zodat zij hun lokale en regionale taken goed kunnen uitvoeren.' Dat zal de uitvoering van het ‘Plan van aanpak Professionals Gezond Versterkt 2010-2012’ gaan bieden aan gezondheidsbevorderend Nederland. Het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) schreef het plan in opdracht van het ministerie van VWS, die daarmee een kwaliteitslag wil maken in het werk van gezondheidsbevorderaars. Het CGL baseert zich op vier verkenningen, waaronder uitgebreide afstemming met lokale werkers en betrokken organisaties, samengevat in een CGL-rapportage. Het programma Professionals Gezond Versterkt dat in januari 2011 start, ondersteunt gezondheidsbevorderaars op drie fronten. Allereerst met 'spullen voor iedereen'; professionals delen via Loketgezondleven.nl onderling gemakkelijk informatie en materialen. In 'ontmoeting en uitwisseling' leren professionals van elkaar en vinden zij inspiratie. 'Advies op maat' tenslotte, ondersteunt professionals met complexe casuïstiek.
In opdracht van het RIVM Centrum Gezond Leven heeft onderzoeksbureau GfK Intomart in april/mei 2010 onderzoek gedaan naar de manier waarop scholen informatie over gezondheidsbevordering zoeken en ontvangen. Het onderzoek geeft inzicht in het zoekgedrag van scholen, de bronnen die zij beschouwen als betrouwbare leveranciers van informatie over gezondheidsbevordering en wat de meest geschikte communicatiemiddelen zijn om scholen te informeren over gezondheidsbevordering. Belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat scholen vooral gebruik willen maken van digitale communicatieproducten en dat informatie het liefst via één portal beschikbaar is. Het Centrum Gezond Leven gebruikt de onderzoeksresultaten onder andere voor de ontwikkeling van een communicatietoolkit Gezonde School voor professionals.
Voor het programma Ondersteuning Professionals voerde het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) inventariserende verkenningen uit. Als onderdeel daarvan vonden dit voorjaar in focusgroepen gesprekken plaats met managers en professionals gezondheidsbevordering. Talrijke relevante signalen kwamen aan het licht. Zo werd nauwe regionale samenwerking tussen GGD, GGZ, thuiszorg en sportserviceorganisaties nadrukkelijk genoemd als ondersteunend. Daarentegen kwam een gebrekkige regie in de samenwerking duidelijk als struikelblok naar voren. Er is vooral behoefte aan overzicht, voorbeeldmateriaal en kennisuitwisseling en coaching op maat. Ook is ontwikkeling van specifieke kennis en vaardigheden van belang.
Deze rapportage geeft zicht op activiteiten van GGD’en die gericht zijn op suïcidepreventie. Samen met het rapport ‘Regionale aanpak van suïcidepreventie’ van het Trimbos-instituut maakt het deel uit van een bredere inzet van VWS en GGZ Nederland om suïcidepreventie onder de aandacht te brengen van gemeenten en GGD’en. Het onderzoek biedt handvatten voor een adequate aanpak. Essentieel is bijvoorbeeld de samenwerking tussen de GGZ en publieke gezondheidszorg (waaronder GGD’en) onder regie van gemeenten.
Dit rapport beschrijft de resultaten van onderzoek dat in opdracht van het ministerie van VWS is uitgevoerd door TNO Kwaliteit van Leven en door het RIVM Centrum Gezond Leven met haar samenwerkingspartners. Uit het onderzoek blijkt dat gezondheidsbevordering en preventie op scholen loont. Er zijn gezondheidsbevorderende programma’s voor scholen die ertoe leiden dat scholieren gezonder gedrag vertonen, op school beter presteren en minder vaak vroegtijdig school verlaten. Maatregelen hebben meer effect als scholen deze structureel uitvoeren en als de maatregelen integraal zijn opgezet. Ongeveer 60 procent van de GGD’en ondersteunt scholen om deze structurele en integrale gezondheidsbevordering en preventie planmatig aan te pakken. De resultaten van dit onderzoek heeft het RIVM Centrum Gezond Leven en haar partners gebruikt bij het ontwikkelen van een handleiding Gezonde School.
Dit rapport geeft per GGD-regio een overzicht van lokaal aangeboden landelijke leefstijlinterventies. Daarbij mocht gebruik gemaakt worden van onderzoeksgegevens van de IGZ. In deze CGL-rapportage vindt u onder andere per leefstijlthema de top vijf van de meest aangeboden interventies. Over ongeveer de helft van de aangeboden interventies is informatie over implementatie- en/of bereik beschikbaar. Driekwart van de GGD’en heeft behoefte aan ondersteuning van het CGL bij het monitoren van implementatie- en bereikgegevens. Daartoe ontwikkelt het CGL in 2010 een monitorfaciliteit in de I-database.
In 2009 voerde het RIVM Centrum Gezond Leven een verkennend onderzoek uit naar gezondheidsbevordering in de leefomgevingen wijk en werk. In dit verslag leest u wie de belangrijkste partijen zijn. Het rapport geeft de belangrijkste kenmerken van de programma’s voor gezondheidsbevordering en hoe deze programma’s worden gefinancierd. Het onderzoek laat een grote diversiteit zien in: type organisatie, thema's per setting, ontwikkelde interventies en doelgroepen. Deze mate van diversiteit en hoeveelheid vraagt om overzicht en uitwisseling. Het CGL gaat in 2010 samen met haar partners hier mee aan de slag. Nieuwe inzichten in gezondheidsbevordering in wijk en werk zullen te lezen zijn op Loketgezondleven.nl. Ook gaat het CGL ondersteuning bieden aan professionals die wijkgericht werken. Welke ondersteuning dat moet zijn, wordt eerst onderzocht.
Met dit kleinschalige onderzoek heeft het RIVM Centrum Gezond Leven inzicht gekregen in hoe professionals de website Loketgezondleven.nl gebruiken en waarderen. Professionals werkzaam bij GGD'en en thuiszorg zijn goed op de hoogte van het Loket. Dat geldt in mindere mate voor medewerkers van instellingen voor GGZ en Verslavingszorg en van lokale organisaties op het gebied van sportondersteuning. Het Loket bezoekt men vooral om te zoeken in de I-database (Interventiedatabase) en om informatie te vinden over gezondheidsthema's en kwaliteit van interventies. Enkele wensen voor verbetering van de website zijn:
Het onderzoek is uitgevoerd in oktober 2009.
In deze rapportage leest u de resultaten van de interviews die het Centrum Gezond Leven samen met haar partners in 2008 hield met alle GGD'en in Nederland. GGD'en zien het (door)ontwikkelen van effectieve en goed inzetbare preventieprogramma's als belangrijkste taak van de thema-instituten. Bij voorkeur willen zij deze preventieprogramma's in de vorm van een ‘bouwpakket’ van effectieve modules, waarvan minimaal de basismodule wordt uitgevoerd. Als kerntaak van de GGD ziet men het implementeren van deze programma's in de lokale setting. Het CGL wil samen met ontwikkelaars, aanbieders en lokale stakeholders toewerken naar samenhangende programma’s. Deze rapportage is een bijlage bij het rapport Leefstijlinterventies in Nederland.
In 2008 heeft het CGL een evaluatie gehouden onder medewerkers van GGD'en, GGZ en gemeenten over de handleidingen lokaal gezondheidsbeleid voor de thema’s roken, alcohol, overgewicht en depressie. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met STIVORO, het Voedingscentrum, het Trimbos-instituut en met Schuttelaar & Partners. Op basis van dit onderzoek werkt het CGL samen met betrokken thema-instituten aan een plan van aanpak voor de herziening van de huidige handleidingen lokaal gezondheidsbeleid. In het najaar van 2010 verschijnen de nieuwe handleidingen, ruim voordat de nieuwe lokale nota’s volksgezondheid moeten verschijnen. De rapportage Evaluatie Handleidingen lokaal gezondheidsbeleid is een bijlage bij het rapport Leefstijlinterventies in Nederland.
Dit rapport is het resultaat van onderzoek naar ervaringen met en wensen over leefstijlinterventies bij alle GGD'en en bij enkele GGZ-instellingen, gemeenten en thuiszorgorganisaties. Daarnaast zijn er vragen gesteld over de handleidingen voor de ontwikkeling van lokaal gezondheidsbeleid, methoden en instrumenten voor de uitvoering van schoolgezondheidsbeleid, een internetloket met interventiedatabase en een certificeringssysteem voor de beoordeling van interventies. Het rapport geeft een globaal overzicht van de belangrijkste bevindingen en brengt het lokale veld van gezondheidsbevordering helder in beeld. Het onderzoek is uitgevoerd in 2008.
Het RIVM heeft in 2008 opdracht gegeven aan MMG Advies voor een strategische doorlichting van het Centrum Gezond Leven (CGL). De accenten lagen hierbij op de positie en rol van het CGL en de condities om haar doelstellingen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Daadwerkelijke versterking van gezondheidsbevordering in Nederland is daarbij het uitgangspunt. Ook heeft MMG gekeken naar de strategische opties voor de organisatorische vormgeving en inbedding van het CGL. MMG Advies heeft literatuuronderzoek uitgevoerd en diverse betrokkenen geïnterviewd.