Elke fase van planmatig werken bestaat uit een aantal activiteiten. U vindt hier een uitgebreide uitwerking van deze activiteiten en bijbehorende instrumenten.
1. Stel doelstellingen vast
Beschrijf aan de hand van de probleemstelling uw doelstelling(en) en eventuele subdoelen.
Beschrijf deze doelen bij voorkeur SMART.
Instrumenten
2. Bepaal doelgroep, setting en thema
Beschrijf op welke doelgroep u zich gaat richten.
Beschrijf de setting waarop u zich gaat richten.
Beschrijf het thema waarop u zich richt.
Instrumenten
3. Beschrijf de gebruikte onderbouwing
Beschrijf op welk theoretisch kader, onderbouwing of gedachtegang u zich heeft gericht.
Beschrijf op welke (internationale) literatuur u zich heeft gebaseerd.
4. Bepaal de methode en duur
Stel methode en duur interventie of het project vast:
- Beschrijf de te hanteren methode (inclusief de bijbehorende activiteiten).
- Beschrijf welke interventie u gaat uitvoeren (bij bestaande interventie).
- Geef een globaal tijdspad.
- Beschrijf hoe u uw doelgroep mee wilt krijgen (doelgroepparticipatie).
Stel de methode en duur van een pilot vast:
- Beschrijf de te hanteren methode.
- Beschrijf welke interventie u gaat uitvoeren (bij bestaande interventie).
- Geef een globaal tijdspad.
Instrumenten
5. Breng mogelijke bijeffecten in kaart
Probeer vooraf al in kaart te brengen of uw activiteiten bijeffecten kunnen hebben. Dit zijn effecten op de doelgroep die u niet als doelstelling hebt gesteld.
6. Beschrijf de benodigde randvoorwaarden
Beschrijf de verwachte kosten, capaciteiten en competenties die nodig zijn voor de interventie- en/of projectontwikkeling.
7. Denk na over communicatie
Stel een communicatieplan op.
Instrumenten
8. Stel het evaluatieplan op
Stel evaluatiedoelstellingen vast.
Kies een evaluatiemethode.
Instrumenten
Zie voor de belangrijkste elementen ook de fase Evalueren.
9. Bepaal gebruik materialen
Neem kennis van de materialen die u kunt gebruiken. Kijk bijvoorbeeld bij de communicatietoolkits die op het Loket staan of kijk op de websites van de thema-instituten.
Pretest:
- Probeer vooraf de materialen die u wilt inzetten bij uw interventie uit, u test de materialen dan voorafgaand aan de uitvoering (pretest van de materialen).
- Indien de pretest een negatieve uitkomst heeft: pas uw keuze voor materialen hier op aan.
10. bij een interventie: zet uw nieuw ontwikkelde interventie in de I-database
Is uw nieuw ontwikkelde interventie beschikbaar voor uitvoering? Dan kunt u deze in de I-database opnemen.