U bent hier

Modellen en theorieën voor gezondheidsbevordering toegelicht

Op deze pagina krijgt u een beknopte toelichting op de modellen en theorieën waarover u leest bij Gezondheidsbevordering: een greep uit de theorie

Modellen die individueel gedrag verklaren

Theory of Planned Behavior (Fishbein & Ajzen)

Gedrag is het best te voorspellen door mensen te vragen of zij van plan zijn om het gewenste gedrag te vertonen (gedragsintentie), stelt de Theory of Planned Behavior. Drie factoren verklaren de gedragsintentie: de eigen opvattingen (attitude), de opvattingen van anderen (subjectieve normen), en de inschatting van eigen mogelijkheden het gedrag uit te voeren (waargenomen gedragscontrole). Deze theorie wordt vaak ingezet om gedrag te verklaren dat in een specifieke situatie kan plaatsvinden. Bijvoorbeeld of men van plan is elke dag twee stuks fruit te eten op het werk.

ASE model (De Vries)

Het ASE model is gebaseerd op de Theory of Planned Behavior en stelt dat het uiteindelijke gedrag van mensen het beste is te voorspellen uit de intentie of men plan is het  gewenste gedrag wel of niet te vertonen. De attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit (ASE) beïnvloedt de intentie. Aanvullend op de Theory of Planned Behavior, noemt het ASE model ook barrières die de relatie tussen de intentie en het gedrag kunnen beïnvloeden, en externe variabelen die indirect invloed hebben op het gedrag van mensen. 

Health Belief Model (Hochbaum)

De ervaren gezondheidsdreiging en de evaluatie van het aanbevolen gedrag bepalen dat mensen besluiten gezond gedrag te vertonen, stelt het Health Belief Model. Bijvoorbeeld: mensen zullen zich laten vaccineren, screenen of een doktersadvies opvolgen wanneer:

  1. ze denken dat zij bevattelijk zijn voor een bepaald gezondheidsrisico,  
  2. dit gezondheidsrisico ernstige gevolgen heeft,
  3. het aanbevolen gedrag effectief is om de kans op gezondheidsproblemen te verminderen, en
  4. de voordelen van het aanbevolen gedrag groter zijn dan de mogelijke nadelen.

Social cognitive theory (Bandura)

Deze theorie gaat er vanuit dat bepalend zijn voor menselijk gedrag, de verwachtingen die iemand van bepaald gedrag heeft (zowel van de gevolgen van dit gedrag als van gedragsverandering) en de verwachting of men in staat is bepaald gedrag uit te voeren (eigen effectiviteit). Een belangrijk aspect uit de social cognitive theory is dat mensen kunnen leren, doordat zij het gedrag uitvoeren en de gevolgen ondervinden (straf/beloning). En dat mensen ook kunnen leren als zij anderen observeren (ouders, rolmodel zoals een bekende voetballer).

Modellen voor individuele gedragsverandering

Stages of Change (Prochaska)

Dit model beoordeelt de bereidheid van een individu om gezonder gedrag te vertonen, en biedt strategieën of veranderingsprocessen om het individu naar gedragsverandering te begeleiden. Stages of Change onderscheidt de volgende fasen: 

  • Precontemplatie: persoon overweegt gedragsverandering (nog) niet. 
  • Contemplatie: persoon overweegt gedragsverandering (binnen zes maanden).
  • Voorbereiding: persoon plant en bereidt gedragsverandering voor. 
  • Actie: persoon voert gedragsverandering uit. 
  • Behoud: persoon houdt gedragsverandering ten minste al zes maanden vol.

Self-Determination Theory (Deci & Ryan)

Hoe intrinsieker gemotiveerd hoe beter men het gewenste gedrag kan volhouden, dat is het uitgangspunt van de Self-Determination Theory. Drie basisbehoeften beïnvloeden de intrinsieke motivatie: competentie (iets doen wat je kunt, gevoel van zinvol bezig zijn), de mate van autonomie die je als lerende hebt, en een gevoel van sociale verbondenheid.  

Innovation Theory (Rogers)

Deze theorie schrijft over de verspreiding van een innovatie (idee, product of nieuw gedrag) onder een groep mensen. De Innovation Theory onderscheidt vijf typen:

  • Innovators: groep mensen die als eerst wil innoveren, zij staan open voor nieuwe ideeën.
  • Pioniers: groep mensen die ook uit is op nieuwe ideeën.
  • Voorlopers: groep mensen die als eerste aan de slag gaan met het nieuwe idee.
  • Achterlopers: de grote massa die bekend is met het nieuwe idee en er gebruik van maakt. 
  • Achterblijvers: de laatste groep mensen die aan de slag gaat met het nieuwe idee.

The Precaution Adoption Process Model (Weinstein, Sandman & Blalock)

Een model dat zeven fases identificeert die een persoon doorloopt wanneer hij of zij gezonder gedrag wil gaan vertonen:

  1. geen besef van het probleem,
  2. niet betrokken bij het probleem,
  3. beslissen over de actie,
  4. besloten tot geen actie,
  5. besloten tot actie,
  6. actie en
  7. gedragsbehoud.

Daarnaast bepaalt dit The Precaution Adoption Process Model ook welke factoren er toe leiden dat een persoon van een fase naar de andere fase gaat.

Persuasive by Design (Hermsen & Renes)

Dit model integreert centrale principes uit de theorie over (het veranderen van) menselijk gedrag en vertaalt deze naar ‘Gedragslenzen’ (hoofdaspecten). Een van de principes is het onderscheid tussen automatisch (gewoonten en impulsgedragingen) en gecontroleerd gedrag (vergelijken van gedrag met doelen, en bij voldoende motivatie, vaardigheden en kansen, proberen het gedrag aan te passen om de discrepantie te verkleinen).

Het Persuasive by Design-model kent vijf Gedragslenzen. Gewoonten en Impulsen gaat in op automatisch gedrag. Weten en Vinden, Zien en Beseffen, Willen en Kunnen, en Doen en Blijven Doen gaan in op gecontroleerd gedrag. Deze Gedragslenzen zijn bruikbaar om inzicht te krijgen in de doelgroep van een gedragsinterventie, het huidige en het gewenste gedrag. Ook helpen de gedragslenzen om een kansrijke gedragsveranderende strategie te kiezen.   

Modellen voor sociale en fysieke omgevingsfactoren

Analysis Grid for Environments Linked to Obesity (ANGELO) framework (Swinburn)

Het ANGELO raamwerk is ontwikkeld voor het beschrijven van omgevingsfactoren in relatie tot overgewicht en obesitas. Er zijn verschillende ‘obesogene’ omgevingsfactoren, die kunnen worden onderverdeeld in vier typen: fysiek, economisch, politiek en sociaal-cultureel. Deze omgevingsinvloeden kunnen op micro- en macroniveau plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van sportvelden om te kunnen bewegen (fysiek), de kosten van groente en fruit (economisch), richtlijnen voor beweegonderwijs (politiek) en uitingen over de voordelen en belang van bewegen (sociaal-cultureel).

Social Model of Health (Dahlgren & Whitehead)

Dit model maakt de relatie tussen het individu, zijn omgeving en gezondheid inzichtelijk. Het individu is geplaatst in het midden en om hem heen zijn de verschillende lagen van invloed op gezondheid. Denk hierbij aan de eigen leefstijl, invloeden vanuit de gemeenschap, leef- en werkomstandigheden en algemene sociaaleconomische, culturele en omgevingsfactoren.

Environmental Research Framework for Weight Gain prevention (EnRG-framework) (Kremers)

Gedrag is een uitkomst van een gelijktijdige invloed van bewuste en onbewuste processen in het EnRG raamwerk. Het stelt dat factoren uit de omgeving het gedrag zowel indirect als direct beïnvloeden. Bij directe invloed gaat het om de automatische onbewuste invloed van de omgeving op gedrag. Denk aan de lift nemen omdat deze zichtbaar is. Bij de indirecte invloed gaat het gedragspecifieke cognities, zoals attitudes, sociale norm en waargenomen gedragscontrole, die een bemiddelende rol kunnen hebben op de invloed van omgeving op gedrag. Denk hierbij aan dat men bewegen belangrijk vindt en daarom toch de trap neemt, ondanks dat die zich op een onopvallende plek bevindt. Specifieke persoonlijke en gedragsfactoren, zoals gewoontes, demografische factoren en persoonlijkheid, bepalen de mate van directe of indirecte invloed van omgeving op het gedrag.

 

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer