U bent hier

Effectevaluaties alcoholbeleid

Uiteindelijk is het de bedoeling dat met het beleid het beoogde effect wordt bereikt. Er kan effect optreden op twee niveaus:

  • effect op het gedrag
  • effect op de meest belangrijke gedragsdeterminanten (zoals de naleving van leeftijdsgrenzen, het aantal verkooppunten, de hoeveelheid alcoholreclame, enzovoort).

Gedrag meten

Om gedrag te meten, kunnen de volgende onderzoeksinstrumenten worden ingezet:

  • instrumenten voor monitoring, zoals Peilstationsonderzoeken, HBSC, E-MOVO en LASA
  • incidentenregistraties bij politie, ziekenhuizen, huisartsenposten en scholen, waarvoor bijvoorbeeld stagiaires van universiteiten of hogescholen ingezet kunnen worden.
  • cijfers van STAP en Universiteit Twente over het aantal alcoholvergiftigingen in ziekenhuizen op lokaal of regionaal niveau.

Gedragsdeterminanten meten

Bij de meting van gedragsdeterminanten kan gebruik worden gemaakt van gegevens uit de monitoring en procesevaluaties. Daarbij gaat het vooral om kwantificeerbare gegevens, zoals:

  • het aantal ouders dat alcohol aanbiedt aan kinderen onder de 18 jaar
  • het aantal verzorgingstehuizen met een alcoholbeleid
  • het aantal ziekenhuizen dat werkt met een vroegsignaleringsprotocol
  • het aantal scholen dat alcoholvrij is
  • het aantal malen dat jongeren onder de 18 jaar erin slagen alcohol te verkrijgen
  • het aantal barvrijwilligers dat een Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA) heeft gevolgd
  • het aantal frisfeesten.

Effecten op gedragsdeterminanten kunnen gemeten worden door goede registratiesystemen of door afzonderlijke onderzoeken van universiteiten, hogescholen, GGD’en, verslavingszorginstellingen, het Trimbos-instituut en STAP. Het mystery-shop-onderzoek van STAP en Universiteit Twente geeft inzicht in het nalevingsgedrag van alcoholverstrekkers in (para)commerciële horeca, supermarkten en slijterijen.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer