U bent hier

Samenwerken bij depressiepreventie

Een integrale aanpak van depressiepreventie vereist een goede samenwerking tussen meerdere partijen. 

Intersectorale samenwerking

Veel doelen van integraal lokaal depressiebeleid zijn niet direct of niet alleen met gezondheidsbeleid te beïnvloeden, maar vereisen maatregelen op andere beleidsterreinen zoals: welzijn, jeugd en onderwijs, werk en inkomen, huisvesting en sport, veiligheid. Met name het Wmo-beleid is een belangrijke schakel bij het vormgeven van het lokaal gezondheidsbeleid voor kwetsbare groepen. Veel activiteiten in het kader van depressiepreventie kunnen in dit beleid worden geplaatst. Hieronder een aantal voorbeelden om intersectoraal samen te werken op het gebied van depressiepreventie:

  • Zoek afhankelijk van de doelstelling aansluiting bij beleidsterreinen die indirect met depressie te maken hebben. Een bekend voorbeeld daarvan is onderwijs. Maar ook bijvoorbeeld het veiligheidsbeleid kan bijdragen aan depressiepreventie. Thema’s als 'jeugd en veiligheid' en 'veilige woon- en leefomgeving' staan hierin uitgewerkt. De psycho-sociale veiligheid kan hierbinnen ook een plek krijgen. 
  • Als de gemeente inzet op bijvoorbeeld overgewicht en fitheid, zou het thema mentale fitheid aangehaakt kunnen worden en samenwerking tussen organisaties op somatisch en psychisch gebied kunnen bewerkstelligen. 
  • De gemeente kan inhaken op landelijke campagnes en actieweken, zoals de landelijke depressie-campagne in het najaar 2016, door in lokale projecten aandacht te vragen voor depressie en mentale gezondheid. 

Samenwerkingspartners depressiepreventie

Afhankelijk van de specifieke doelstelling en doelgroep kan de gemeente verschillende samenwerkingspartners betrekken bij de preventie van depressie:

  • De GGD is het eerste aanspreekpunt voor het gemeentelijk gezondheidsbeleid, en heeft een belangrijke adviserende, soms ook uitvoerende functie en kan depressiepreventie coördineren.
  • GGZ-instellingen hebben vaak eerstelijnsorganisaties opgezet, zoals Indigo en Mindfit. Deze bieden preventieve ondersteuning aan voor risicogroepen en mensen met depressieve klachten. Ook voeren zij activiteiten uit in het kader van de Wmo, zoals voorlichting, deskundigheidsbevordering, signalering en advies,.
  • Sociale wijkteams hebben op het gebied van psychische problemen een signalerende functie en kunnen toeleiden naar preventieve ondersteuning.
  • Huisartsen (-organisaties) en gezondheidscentra spelen een centrale rol bij het signaleren, behandelen en doorgeleiden van mensen met lichte en ernstiger psychische problemen. 
  • Welzijnsorganisaties en instellingen voor maatschappelijke dienstverlening zijn onmisbaar voor het bereiken van doelgroepen; deze kunnen uitvoeringstaken in de gemeente en wijk op zich nemen.
  • Wijk-en buurtcentra kunnen een rol spelen bij het faciliteren van wijkgerichte activiteiten, of bij het signaleren van mogelijke sociale problemen in de wijk.
  • Centrum voor Jeugd en Gezin is actief op het gebied van opvoedingsondersteuning en de begeleiding van risicogezinnen.
  • Verpleeg- en verzorgingshuizen hebben vaak een functie voor zelfstandig wonende ouderen in de omgeving.
  • Bedrijfsartsen hebben te maken met inwoners die deelnemen aan het arbeidsproces.
  • Bedrijven in de regio voeren gezondheidsbeleid voor de eigen werknemers, maar ook andere bewoners van de regio kunnen ervan meeprofiteren.
  • Lokale organisaties uit bijvoorbeeld de sectoren werk en inkomen, onderwijs en sport zijn samenwerkingspartner van de gemeente en kunnen deel uitmaken van een integrale aanpak depressiepreventie.

Voorbeeld: Lessen uit samenwerken rond depressiepreventie in Gelderland

In het kader van Depressiepreventie is de methodiek Signalering Niet Pluis ontwikkeld. Voor het slagen van deze methodiek is goede samenwerking cruciaal. Het gaat daarbij om afstemming, coördinatie en communicatie. Er is immers een grote groep mensen bij betrokken; professionals (zoals GGZ, politie, woningbouwcorporaties), vrijwilligers, beleidsmedewerkers en ambtenaren vanuit diverse organisaties en gemeenten. Onze ervaring is dat je sterker staat en meer kunt bereiken als je de krachten bundelt. Zo heb je gezamenlijk een groter geografisch en contextueel bereik, een breder netwerk, maak je optimaal gebruik van elkaars sterke punten en vul je elkaar aan op de zwakke punten. Uit de evaluatie van de samenwerking komen de volgende tips:

  • Zorg voor een duidelijke afbakening van de rol van opdrachtgever en opdrachtnemer.
  • Zorg voor een balans tussen efficiency winst en grip houden/betrokkenheid, vooral bij externe regie en uitbesteding samenwerking.
  • Zorg dat het samenwerkingsproject structureel een plek heeft in relevante overleggen zowel informeel als formeel (bijvoorbeeld WMO overleg in de diverse gemeenten).

Irene Linders-Wouters, GGD Noord- en Oost-Gelderland

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer