U bent hier

Omgevingswet

De nieuwe Omgevingswet is aangenomen; de wet treedt in 2019 in werking. Met deze wet ligt de verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de gemeente en pas daarna bij de Provincie en het Rijk (decentralisatie). De focus van de nieuwe wet ligt op minder versnippering en integraal beleid. De gemeente voert de regie, inwoners en ondernemers staan centraal.

Minder versnippering, procedures korter en eenvoudiger

De huidige wet- en regelgeving voor de fysieke omgeving is versnipperd en verspreid over verschillende beleidsplannen (waterplan, verkeer-vervoersplan, milieubeleidsplan, natuurbeleidsplan, etc.). In de Omgevingswet worden 26 wetten en 120 regels (algemene maatregelen van bestuur) voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in 1 wet en 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB). De vier Amvb’s bevatten de uitwerking van de bepalingen van de wet. Hierin staan afspraken over bijvoorbeeld het aanvragen van vergunningen, normen over water en geluid en de ruimte om te mogen experimenteren. De vier Amvb’s zijn: omgevingsbesluit, besluit kwaliteit leefomgeving en twee besluiten over de activiteiten in de fysieke leefomgeving (regelen de handelingen van burgers, bedrijven en overheden.

Gemeente voert regie

In de Omgevingswet staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken, en rekening te houden met gezondheid en wensen van inwoners. Gemeenten kunnen rekening houden met regionale verschillen, zoals stedelijke groei en bevolkingskrimp. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen, zoals het aanpakken van leegstand. Lees meer over gemeentelijke regie

Integraal beleid 

De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang  door alle relevante aspecten waaronder gezondheid, in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. 
Samenwerken tussen domeinen zoals ruimte, verkeer en vervoer, water, natuur, cultureel erfgoed en gezondheid en tussen rijk, provincie en gemeente en uitvoerende organisaties als waterschappen, omgevingsdiensten, GGD is van belang. Met de nieuwe wet kunnen gemeenten de bescherming en bevordering van gezondheid een integrale plek geven in omgevingsbeslissingen en inrichting. Lees meer over integraal beleid en samenwerken 

Inwoners staan centraal

In de nieuwe Omgevingswet staat brede participatie vanuit de samenleving centraal. Vanuit de gedachte dat door vroegtijdige participatie niet alleen de beste plannen ontstaan maar ook draagvlak. Inwoners en bedrijven en belanghebbenden krijgen een rol bij het maken van een omgevingsvisie en -plan. Lees meer over burgerparticipatie

Uit de omgevingswet

De belangrijkste doelen van de nieuwe Omgevingswet zijn het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit voor inwoners en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften (artikel 1.3). De inrichting van de omgeving kan bijdragen aan maatschappelijke doelen (artikel 1.3). Denk bijvoorbeeld aan:

  • een gezondere leefomgeving (bijvoorbeeld levensloopbestendig wonen, meer bewegen, sociale veiligheid, ontmoeten, groen, gezonde lucht, geluidkwaliteit);
  • het verminderen van gezondheidsverschillen. 

De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en (fysieke) veiligheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming en beslissingen. Bijvoorbeeld: 

  • rekening houden met gezondheid bij de toedeling van functies (artikel 2.1);
  • mogelijkheid lokaal omgevingswaarden op te stellen en vervolgens te monitoren (artikel 2.11 ); 
  • vergunningen weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32).
     

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer