U bent hier

Belangrijkste risicogroepen drugs

Sommige gebruikers van drugs lopen meer risico op gezondheids- of sociale schade. De belangrijkste risicogroepen voor preventie zijn jongeren in het algemeen en daarbinnen, jongeren in jeugdinrichtingen, kinderen van verslaafde ouders en jongeren die uitgaan. Daarnaast zijn verkeersdeelnemers en zwangeren relevante doelgroepen, gezien het verhoogde risico van middelengebruik voor deze groepen.

Jongeren en jongvolwassenen

In het algemeen zijn jongeren kwetsbaarder dan volwassenen voor de effecten van drugs: hun lichamelijke ontwikkeling en de ontwikkeling van hun hersenfuncties zijn nog niet voltooid. Het zijn de jaren van identiteitsontwikkeling en experimenteren. Dat zie je ook terug in de cijfers van bijvoorbeeld ecstasy gebruik: onder scholieren is het nog vrij laag (1,5% gebruikte in het laatste jaar) en neemt dan toe vanaf 18 jaar (7%) om te pieken tussen de 20 en 24 jaar (11%) en 25-29 jaar (8,5%).  

Hangjongeren en jongeren in detentie en zorg

Hoewel recent onderzoek onder probleemjongeren ontbreekt[1], wijzen oudere studies uit dat er onder hangjongeren, jongeren in justitiële jeugdinrichtingen en in de jeugdzorg, zwerfjongeren en spijbelaars relatief veel cannabis wordt gebruikt. Zo gebruikte gemiddeld een op de drie (34%) jongeren in de residentiële jeugdzorg cannabis. Van de jongens in justitiële jeugdinrichtingen heeft 65% in de maand voorafgaand aan hun verblijf in de inrichting cannabis gebruikt [2].

Jongeren in het speciaal onderwijs

Jongeren met een cluster 4 indicatie voor het Voortgezet Speciaal Onderwijs vormen een risicogroep voor (risicovol) gebruik van alcohol en drugs. Deze jongeren hebben ernstige psychische stoornissen of ontwikkelingspathologie, ernstige gedragsstoornissen of gedragsproblematiek, die zich toont op school, thuis of bij de vrijetijdsbesteding. Vanwege gedragsproblemen of leerachterstand kunnen deze leerlingen vaak niet in het reguliere onderwijs terecht. Het gebruik van alcohol en drugs door leerlingen met een cluster 4 indicatie op het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) is hoog in vergelijking met het gebruik van deze middelen door leerlingen van andere vormen van speciaal onderwijs en door leerlingen van het reguliere onderwijs[3]. Overmatig gebruik van drugs en alcohol is vaak een onderdeel van de problemen die ertoe leiden dat deze jongeren het onderwijs verlaten zonder diploma[4].

Kinderen van verslaafde ouders

Uit onderzoek is bekend dat kinderen van verslaafde ouders een groter risico lopen dan andere kinderen om later ook problemen met drugs en alcohol te ontwikkelen. Dit kan deels worden verklaard uit genetische factoren, maar er zijn ook andere redenen waarom deze kinderen een verhoogd risico lopen:

  • Ouders met verslavingsproblemen gaan anders met hun kinderen om. Ze hebben bijvoorbeeld de neiging om hun kinderen overbeschermd op te voeden.
  • In deze doelgroep is vaker sprake van alleenstaand ouderschap, conflicten met de partner (bijvoorbeeld over zijn of haar drugsgebruik) en onstabiele gezinnen.

Het aantal cliënten van verslavingszorg met kinderen is de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven. Ongeveer 15% van de ingeschreven cliënten heeft een of meer kinderen. Dit waren in 2010 ongeveer 11.500 mensen ([2]). Meer informatie vindt u in de Handreiking KOPP/KVO. Uit de cijfers blijken overigens geen duidelijke verschillen in drugsgebruik die samenhangen met etnische afkomst of schoolniveau.

Uitgaanspubliek

Jongeren in het uitgaanscircuit gebruiken (veel) meer drugs dan leeftijdgenoten die niet uitgaan. In het uitgaanscircuit worden vooral stimulerende middelen gebruikt. Uit het grote uitgaansonderzoek van 2016[5] kwam onder andere naar voren dat onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen (15-35 jaar) het meest ecstasy, gebruikt werd, gevolgd door speed/amfetamine. Ruim zes op de tien uitgaanders gebruikte het afgelopen jaar wel eens ecstasy en een vijfde heeft dat in de afgelopen maand heeft gedaan. Ook cannabis werd door ruim de helft van de uitgaanders gebruikt, terwijl dit niet een typische uitgaansdrugs is. Cocaïne is door vier op de tien uitgaanders ooit wel eens geprobeerd en door een derde van de uitgaanders in het laatste jaar gebruikt. GHB/GBL is door veertien procent van respondenten ooit wel eens geprobeerd. Opvallend is de toename van 4-FA, een nieuwe psychoactieve stof, die door ongeveer een derde van de respondenten is gebruikt.

Verkeersdeelnemers

Rijden onder invloed kan gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid. Daarom verbiedt de Wegenverkeerswet het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, alcohol of sommige medicijnen. Stimulerende middelen (amfetamine, ecstasy en cocaïne) kunnen leiden tot overmoedigheid en harder of agressiever rijden, terwijl de controle over het voertuig in werkelijkheid juist afneemt. De meest voorkomende drug in het verkeer is cannabis. Gebruik van cannabis kan ervoor zorgen dat bestuurders moeite hebben om hun aandacht te verdelen over verschillende taken, zoals de snelheid bewaken en letten op het omringende verkeer[6].

Zwangeren

Drugsgebruik tijdens de zwangerschap vergroot de kans op problemen tijdens de zwangerschap of geboorte. Ook kan het de ontwikkeling van een kind voor en na de geboorte ernstig verstoren. In sommige gevallen wordt de baby met lichamelijke afwijkingen of verslaafd geboren.

Meer informatie

Referenties

  1. van Laar MW, van Gestel B. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2017. Den Haag: WODC / Utrecht: Trimbos-instituut 2017.
  2. Van Laar MW, Cruts AA, Van Ooyen-Houben MM, Meijer RF, Croes EA, Ketelaars AP. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2011. Utrecht: Trimbos-instituut 2012.
  3. Kepper A. Substance use among adolescents in special education and residential youth care : Prevalence, onset and risk factors. 2013.
  4. Naar een integrale aanpak van genotmiddelengebruik door cluster 4 leerlingen van het Voorgezet Speciaal Onderwijs. 2012.
  5. Monshouwer K, van der Pol P, Drost Y, van der Laar M. Het Grote Uitgaansonderzoek 2016. Uitgaanspatronen, middelengebruik en preventieve maatregelen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Utrecht: Trimbos-instituut 2016.
  6. Factsheet: Rijden onderinvloed van alcohol 2010. Leidschendam: SWOV Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid 2011.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer