U bent hier

Regelgeving voor coffeeshops

 
 

Eind 2014 telde Nederland 591 coffeeshops. Een gemeente bepaalt zelf of en hoeveel coffeeshops toelaatbaar zijn binnen de gemeentegrenzen, op basis van de gemeentelijke visie op drugsbeleid. We schetsen een aantal mogelijkheden.

Nulbeleid

Ongeveer 70% van de Nederlandse gemeenten in Nederland heeft een 'nulbeleid' en gedoogt dus geen coffeeshops binnen de gemeentegrenzen. Als uw gemeente kiest voor een nulbeleid, is het belangrijk om regionale afspraken te maken. U kunt bijvoorbeeld in overleg met gemeenten in uw regio besluiten om één of meer coffeeshops toe te staan in een gemeente met een centrumfunctie, terwijl de omliggende gemeenten een nulbeleid voeren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Twente. In deze regio staan alleen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo de vestiging van coffeeshops toe. De omringende, kleinere gemeenten doen dat niet.

Een nulbeleid (of uitsterfbeleid) heeft ook nadelen. De handel van softdrugs kan zich verplaatsen naar de openbare ruimte en er is minder controle op bijvoorbeeld de kwaliteit van drugs en de verkoop aan minderjarigen.

Gedoogbeleid

De burgemeester mag op basis van artikel 13b van de Opiumwet beleid vaststellen voor het aantal te gedogen coffeeshops in een gemeente. Door de gedoogstatus kan een gemeente eisen stellen aan de kwaliteit van een coffeeshop en het personeel. Een mogelijke vergunningsvoorwaarde is dat het personeel geschoold is in het geven van goede productinformatie en in het herkennen van probleemgebruik. Andere mogelijke voorwaarden, naast de wettelijke voorwaarden, zijn bijvoorbeeld[1]:

  • Vestigingscriterium (ruim 90% van de coffeeshopgemeenten hanteert dit): geeft aan dat een coffeeshop niet gevestigd mag worden op bepaalde locaties. Veel gemeenten hanteren bijvoorbeeld een minimale afstand tussen een coffeeshop en een school om zoveel mogelijk te beperken dat leerlingen in aanraking komen met (de verkoop van) drugs.
  • Het personeel van de shop (bijv. ervaring met exploiteren van een coffeeshop, geschoold, in bezit van Verklaring Omtrent het Gedrag)
  • De aanwezigheid van voorlichtingsmateriaal in de coffeeshop
  • Het niet verkopen van smart- en/of ecodrugs
  • Openings- en sluitingstijden
  • Geen terras

Voorbeeld: coffeeshopkeurmerk in Haarlem

Na overleg met de politie en coffeeshophouders is de gemeente Haarlem eind 2013 overgegaan tot het uitreiken van het Keurmerk voor Coffeeshops (externe link). Om daarvoor in aanmerking te komen, mogen coffeeshops bezoekers pas toegang verlenen als ze hebben vastgesteld dat bezoekers 18 jaar of ouder zijn. Daarnaast zijn alle medewerkers verplicht verschillende cursussen te volgen. Het keurmerk is gedeeltelijk opgesteld door de NEN, waardoor het in elke gemeente kan worden toegepast. Hilversum heeft al aangekondigd het Haarlemse voorbeeld over te nemen.

Uitsterfbeleid

Het uitsterfbeleid heeft als doel om het aantal reeds bestaande coffeeshops terug te dringen. In het beleid kan worden vastgelegd dat bij de beëindiging van de exploitatie door de huidige vergunninghouder de exploitatie van de coffeeshops op deze locatie niet mag worden voorgezet. Zoals ook geldt voor het nulbeleid, kan dit beleid er aan bijdragen dat de handel van softdrugs zich verplaatst naar de openbare ruimte.

Voorbeeld: uitsterfbeleid coffeeshops in Veenendaal

Veenendaal is een van de gemeenten die een uitsterfbeleid voor coffeeshops hanteert. Als een coffeeshophouder zijn vergunning om welke reden dan ook kwijtraakt, mag er geen coffeeshop op dezelfde plek terugkeren. Een nadeel daarvan is dat de handel in softdrugs zich naar een andere plek kan verplaatsen. In 2013 sloot een coffeeshop in Veenendaal vanwege de intrekking van de vergunning. De overlast op de locatie van de voormalige coffeeshop is gedaald.

Meer informatie

Referenties en bronnen

Referenties

  1. Bieleman ea. Coffeeshops in Nederland 2014. 2015.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer