U bent hier

Regelgeving voor coffeeshops

Eind 2016 telden 103 Nederlandse gemeenten samen 573 coffeeshops. Een gemeente bepaalt zelf of en hoeveel coffeeshops toelaatbaar zijn binnen de gemeentegrenzen, op basis van de gemeentelijke visie op drugsbeleid. We schetsen een aantal mogelijkheden.

 

Nulbeleid

Bijna 70% van de Nederlandse gemeenten in Nederland heeft een 'nulbeleid' en gedoogt dus geen coffeeshops binnen de gemeentegrenzen. Als uw gemeente kiest voor een nulbeleid, is het belangrijk om regionale afspraken te maken. U kunt bijvoorbeeld in overleg met gemeenten in uw regio besluiten om één of meer coffeeshops toe te staan in een gemeente met een centrumfunctie, terwijl de omliggende gemeenten een nulbeleid voeren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Twente. In deze regio staan alleen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo de vestiging van coffeeshops toe. De omringende, kleinere gemeenten doen dat niet.

Een nulbeleid (of uitsterfbeleid) heeft ook nadelen. De handel van softdrugs kan zich verplaatsen naar de openbare ruimte en er is minder controle op bijvoorbeeld de kwaliteit van drugs en de verkoop aan minderjarigen.

Gedoogbeleid

De burgemeester mag op basis van artikel 13b van de Opiumwet beleid vaststellen voor het aantal te gedogen coffeeshops in een gemeente. Door de gedoogstatus kan een gemeente eisen stellen aan de kwaliteit van een coffeeshop en het personeel. Een mogelijke vergunningsvoorwaarde is dat het personeel geschoold is in het geven van goede productinformatie en in het herkennen van probleemgebruik. Andere mogelijke voorwaarden, naast de wettelijke voorwaarden, zijn bijvoorbeeld[1]:

  • Vestigingscriterium (ruim 90% van de coffeeshopgemeenten hanteert dit): geeft aan dat een coffeeshop niet gevestigd mag worden op bepaalde locaties. Veel gemeenten hanteren bijvoorbeeld een minimale afstand tussen een coffeeshop en een school om zoveel mogelijk te beperken dat leerlingen in aanraking komen met (de verkoop van) drugs.
  • Bijkomende criteria die gesteld worden aan:
    • de omgeving van de shop (bijvoorbeeld verbod op terrassen bij een coffeeshop)
    • de beheerder en het personeel van de shop (bijv. ervaring hebben met exploiteren van een coffeeshop, geschoold zijn, een Verklaring Omtrent het Gedrag hebben)
    • preventie en voorlichting (bijvoorbeeld het ophangen van een prijslijst of de aanwezigheid van voorlichtingsmateriaal in de coffeeshop)
    • bedrijfsvoering (meestal: het niet verkopen van smart- of ecodrugs)
    • overig (voorwaarden aan openings- en sluitingstijden of maximale oppervlakte van de shop)

Uitsterfbeleid

Het uitsterfbeleid heeft als doel om het aantal reeds bestaande coffeeshops terug te dringen. In het beleid kan worden vastgelegd dat bij de beëindiging van de exploitatie door de huidige vergunninghouder de exploitatie van de coffeeshops op deze locatie niet mag worden voorgezet. Zoals ook geldt voor het nulbeleid, kan dit beleid er aan bijdragen dat de handel van softdrugs zich verplaatst naar de openbare ruimte.

Meer informatie

Referenties

  1. Bieleman B, Mennes R, Sijtsma M. Coffeeshops in Nederland 2016. Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2016. Groningen-Rotterdam: Intraval 2017.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer