U bent hier

Signaleren en adviseren bij drugspreventie

Doelen van signalering en advies

  • Risico's van drugsgebruik zo veel mogelijk beperken
  • Het voorkomen van ernstige gezondheidsproblemen door drugsgebruik
  • Het voorkomen van problematisch gebruik
  • Het voorkomen van verslaving
  • Het voorkomen van schade aan de omgeving van de gebruiker (onderneming, gezinsleden, ongeboren kinderen)

Bij signalering en advisering rond drugsgebruik spelen ouders en professionals een rol. Bij professionals kan gedacht worden aan medewerkers op scholen en professionals in de zorg, maar ook aan gemeentelijke toezichthouders en politieagenten die zich veel in de openbare ruimte en in de uitgaansgebieden begeven. De professionals benaderen risicogroepen en verzorgen de toeleiding naar preventie en zorg. De gemeente kan deze professionals faciliteren bij het verwerven van deskundigheid en de onderlinge afstemming en samenwerking.

Signalering door ouders en opvoeders

Bij het signaleren van problemen spelen ouders en andere opvoeders een belangrijke rol. Op ouderavonden, met hulp van websites en opvoedingsondersteuning kunnen ouders en opvoeders hun vaardigheden om drugsgebruik te signaleren en bespreken, verbeteren. Sommige ouders of opvoeders kampen zelf met problematisch middelengebruik. Kinderen die in een dergelijke gezinssituatie opgroeien hebben een verhoogd risico om zelf een verslaving te ontwikkelen. Voor deze kinderen is een speciale KOPP/KVO-training beschikbaar. Voor jongeren die opgroeien in een instelling, is het van belang dat er een helder beleid is ten aanzien van drugsgebruik en dat medewerkers in staat zijn gebruik te signaleren. Hiervoor is de interventie Open en Alert beschikbaar.

Signalering op school en vervolgopleiding

Scholen kunnen te maken krijgen met problematisch gebruik van leerlingen zelf of in hun directe omgeving. Het is in die gevallen van belang dat schoolpersoneel adequaat kan reageren en ondersteuning kan bieden. Twee zaken zijn van belang: het opzetten van een goede ondersteuningsstructuur en het aanbieden van een training aan schoolpersoneel waarin zij leren signalen van middelengebruik te herkennen, het gesprek met leerlingen aan te gaan en probleemgebruikers te begeleiden naar verdere zorg.

 

Effectieve vroegsignalering van problematisch middelengebruik in het onderwijs moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Een uitvoerbaar en breed gedragen schoolbeleid over de omgang met alcohol en drugs.
  • Goede interne afstemming tussen de mentoren, taakdocent zorg en zorgcoördinator, en tussen de loopbaanbegeleider en het schoolmaatschappelijk werk.
  • Basiskennis bij docenten over alcohol en cannabis en de stadia van gebruik.
  • Signaleringsvaardigheden van docenten en conciërges, zodat zij signalen kunnen herkennen en weten wanneer iets tot het reguliere middelen gebruik hoort en wanneer niet meer.
  • Een docententeam met een actieve signalerende taak. Met name op het MBO en HBO, waar leerlingen al wat ouder zijn, is het vaak een discussiepunt tot waar de verantwoordelijkheid van docenten reikt.
  • Gespreksvaardigheden van mentoren om op een open en alerte wijze, zonder beschuldiging het gesprek met jongeren (en ouders) aan te kunnen gaan.
  • Geïnformeerde en betrokken ouders.

De ervaring van preventiewerkers op scholen leert dat leerkrachten alerter zijn en meer geneigd om signalen op te pikken als zij weten dat zij leerlingen kunnen doorverwijzen naar een geschikt aanbod. Een goede samenwerking tussen scholen en de regi­onale instelling voor verslavingszorg is dan ook van groot belang. Gemeenten kunnen in het kader van hun jeugdbeleid hier een belangrijke stimulerende rol in spelen. Naast laagdrempelige vormen van informatievoorziening (e-mailmogelijkheid, chat-service en zelftests via internet) hebben veel instel­lingen voor verslavingszorg toegankelijke vormen van zorg voor jongeren met problematisch middelen­gebruik.

Zorg- en adviesteams

Op scholen spelen zorg- en adviesteams (ZAT) een belangrijke rol bij vroegsignalering en doorverwijzing. ZAT teams vervullen op scholen een belangrijke rol in de zorg­structuur en daarmee ook in het vroegtijdig signaleren van problematisch middelengebruik. Zij hebben tot taak om aandacht voor vroegsignalering bij docenten en zorgcoördinatoren te stimuleren. De preventieafdeling van instellingen voor verslavingszorg- en jeugdzorginstellingen kunnen scholen en opleidingen ondersteunen bij het opzetten van een goede zorgstructuur op het gebied van middelenmisbruik. Ook verzorgen zij trainingen voor schoolpersoneel en ZAT teams. Daarnaast zijn er e-learnings beschikbaar waarbij schoolpersoneel kennis en vaardigheden krijgen aangeleerd.

Voorbeeld: e-learning module vroegsignalering

Er is een e-learning vroegsignalering drugs en alcohol beschikbaar met een basiscursus en een vervolgcursus. De basiscursus is voor iedereen die met jongeren werkt en gaat onder meer in op de werking en risico's van drugs en alcohol. In de vervolgcursus wordt aan de hand van filmfragmenten ingegaan op gesprekstechnieken. Deze kunnen worden ingezet bij het vermoeden van problemen met drugs en/of alcohol bij jongeren. Deze e-learnings vroegsignalering is er voor medewerkers van het mbo, voor het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en het voortgezet onderwijs.

Signalering in de zorg

Een andere belangrijke vindplaats is de zorg. Huisartsen, inmiddels bijgestaan door de praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ), kunnen een belangrijke rol vervullen (in de praktijk blijkt dat zij nog relatief weinig problematisch middelengebruik signaleren). Ook de jeugdzorg vormt een belangrijke vindplaats, evenals de spoedeisende hulp (SEH) in ziekenhuizen waar de acute gevolgen van middelengebruik zich vaak manifesteren. Voorts zouden ook zorgprofessionals die in wijken en buurten opereren (al dan niet in sociale wijkteams) riskant drugsgebruik kunnen signaleren. Zorgprofessionals moeten wel in staat zijn problemen met drugsgebruik te herkennen en zo nodig adequate interventies kunnen toepassen.

Voorbeeld: vroegsignalering in Arnhemse buurten

Het project IRIS in de buurt is erop gericht om gezond gedrag te stimuleren en afhankelijkheid van middelen te voorkomen. Wijkadviseurs van IRIS in de buurt gaan op bezoek bij inwoners van Arnhem en Ede die drugs gebruiken. Dat gebeurt op verzoek van politie, leerkrachten of gemeente, of naar aanleiding van een vraag of klacht van buurtbewoners. Samen met de gebruikende bewoners gaat IRIS in de buurt op zoek naar mogelijkheden om het gebruik onder controle te krijgen. Als dat niet lukt, begeleiden de adviseurs de bewoners naar passende hulpverlening, zoals behandeling of opvang bij IrisZorg.

Signaleringsfunctie van de horeca

De horeca heeft ook een belangrijke signaleringsfunctie. Dit kunt u bijvoorbeeld onderstrepen door horecaondernemers in hotspots te laten samenwerken met preventiewerkers van instellingen voor verslavingszorg.

Voorbeeld: scholing van horecaondernemers

De gemeente Utrecht heeft horecaondernemers kosteloos de cursus Barcode aangeboden voor het leren herkennen van en omgaan met drank- en drugsproblemen. Daarbij werkte de gemeente samen met de instelling voor verslavingszorg Victas. Ondernemers konden bij het wijkbureau ook een gratis ‘dropbox’ aanvragen: een simpele kluis bij de ingang van hun gelegenheid, waarin bezoekers wapens en drugs kwijt kunnen. De politie leegt de kluis.

Screening

Het is het meest efficiënt om alleen hoogrisicogroepen te screenen op drugsgebruik. Het effect is het grootst als kortdurende interventies direct op de screening volgen. De screening kan het beste worden uitgevoerd door professionals die contact hebben met hoogrisicogroepen zoals een huisarts, docent, JGZ of medewerker van Bureau Jeugdzorg.

Een kosteneffectieve screeningmethode is screenen via internet. Mensen kunnen via landelijke websites testen wat voor type gebruiker zij zijn en welke risico's zij lopen. Ook de websites van regionale instellingen voor verslavingszorg bieden die mogelijkheid. De sites verwijzen naar verschillende mogelijkheden voor vervolgzorg. Voorbeelden hiervan zijn De WietCheck van het Trimbos-instituut of Test uw gebruik van de Jellinek.

Voorbeeld: E-MOVO

In het kader van de jeugdgezondheidszorg zet GGD Amsterdam E-MOVO (Elektronische Monitor en Voorlichting) niet alleen in als monitorinstrument, maar ook voor het signaleren van ‘risicojongeren’. Als blijkt dat een jongere zorgwekkende antwoorden heeft gegeven op de E-MOVO-vragenlijst kan dit aanleiding geven tot een uitnodiging voor een gesprek met de jeugdverpleegkundige of de jeugdarts. De scores bieden houvast voor het gesprek met de jongere, zodat goed kan worden ingespeeld op mogelijke problemen. Landelijk gezien is het de bedoeling dat de jeugdgezondheidszorg met iedere jongere een extra contactmoment invoert.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer