U bent hier

Harm reduction

Harm reduction richt zich op het beperken van gezondheidsschade als gevolg van het gebruik van drugs en alcohol, waarbij acceptatie van het gebruik voorop staat. De belangrijkste onderdelen van het Nederlandse beleid voor harm reduction zijn:

  • Opiaatonderhoudsprogramma’s
  • Laagdrempelige voorzieningen, zoals gebruiksruimten
  • Interventies om infectieziekten te voorkomen

Dankzij de aandacht voor harm reduction sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is de gezondheid van harddrugsgebruikers in Nederland aanzienlijk verbeterd. De kwaliteit van leven van gebruikers is verbeterd en de overlast is afgenomen. Ook is de incidentie van infectieziekten binnen deze groep afgenomen, en is het aantal drugsdoden in Nederland nu relatief laag.

De doelgroep betreft de problematische harddrugs- en alcoholgebruiker en is veelal te vinden in de sociale verslavingszorg (methadon- en heroïneprogramma’s, drugs- en alcoholgebruiksruimten, etc.) De doelgroep verandert echter ook, en het aanbod aan harm reduction voorzieningen voor gebruikers moet daarop aansluiten. Zo is er in de praktijk een toename van polydrugsgebruik (met name cocaïne, alcohol, speed en GHB). Harddrugsgebruikers die eerst dakloos waren, verblijven nu veelal in hostels of andere voorzieningen. Daar mogen zij vaak op de kamer gebruiken. Hierdoor zijn er op den duur misschien minder drugsgebruiksruimten nodig, maar meer kennis en vaardigheden bij medewerkers van deze woonvoorzieningen.

Beperken van schade door drugs bij festivals en evenementen

Toen eind jaren 80 van de vorige eeuw dancemuziek populair werd, raakte ook het gebruik van ecstasy in zwang. Ecstasy vergroot het uithoudingsvermogen en geeft een gevoel van verbondenheid en sluit daarmee aan op de dancecultuur. Aan ecstasy zijn echter ook risico’s verbonden: het kan bijvoorbeeld oververhitting veroorzaken. Om de kans op schade te beperken (harm reduction) werden daarom in de loop der jaren verschillende maatregelen genomen op dancefeesten: van omgevingsinterventies (klimaatbeheersing, monitoren van de samenstelling van uitgaansdrugs, scholen van EHBO medewerkers in drugskennis, verstrekken van gratis water aan de bezoekers) tot voorlichtingsactiviteiten. Denk aan informatieve websites voor jongeren die bij het uitgaan drugs gebruiken, peer-to-peer voorlichtingsteams (Unity), Celebrate Safe en veilig verkeer campagnes. 

Opiaatonderhoudsprogramma’s

Omdat abstinentie voor veel opiaatgebruikers niet haalbaar blijkt, is in de jaren tachtig gestart met het bieden van opiaatonderhoudsbehandeling. Het gaat hierbij om verstrekking van methadon, buprenorfine of medicinale heroïne. Inmiddels behoort de opiaatonderhoudsbehandeling tot de meest effectieve interventie voor mensen met een opiaatverslaving, waarmee stabilisatie over langere termijn wordt bereikt. Ongeveer 14% van de cliënten in de verslavingszorg gebruikt opiaten. De meeste problematische opiaatgebruikers zijn in contact met hulpverlening. Er is weinig nieuwe aanwas van opiaatgebruikers, en daarmee stijgt de gemiddelde leeftijd van de gebruiker. Met het stijgen van de gemiddelde leeftijd, stijgt ook de zorgbehoefte en is er binnen de opiaatbehandeling meer aandacht nodig voor somatische comorbiditeit.  

Laagdrempelige voorzieningen

Laagdrempelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld het bieden van een vorm van wonen en voorzieningen waarbij de gebruiker onder toezicht veilig kan gebruiken (gebruiksruimten). Naast beperking van gezondheidsschade bij gebruikers, beogen deze voorzieningen ook overlast in de buurt te verminderen en in contact te komen met gebruikers die (nog) niet in zorg zijn.

Interventies om infectieziekten te voorkomen

Drugsgebruikers, en met name injecterend drugsgebruikers, hebben een verhoogd risico op besmetting met bloed overdraagbare aandoeningen en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa). Interventies zijn onder andere gericht op het voorlichten en motiveren van drugsgebruikers,  en op een actief testbeleid. Ook kunnen materialen ter beschikking gesteld worden om de overdracht van infectieziekten te voorkomen, zoals schone naalden, andere drugsparafernalia en condooms.

Voorbeeld: spuitomruil in Rotterdam

Al sinds jaar en dag verzorgt de gemeente Rotterdam voor drugsgebruikers in de stad de omruil van injectienaalden. Hiermee voorkomen zij dat drugsgebruikers infectieziekten oplopen, en dat er onveilige situaties ontstaan, bijvoorbeeld door gebruikte spuiten die op straat rondslingeren. De verstrekking van de materialen en de coördinatie van het omruilen worden uitgevoerd door de GGD Rotterdam-Rijnmond. De gemeente financiert dit, waardoor verstrekking aan de bij hun aangesloten instellingen kosteloos plaats kan vinden. Lees meer over spuitomruil door GGD Rotterdam-Rijnmond

Gemeenten

Signalen vanuit zorginstellingen, de openbare orde, wijkteams of vanuit andere professionals kunnen wijzen op lacunes en ertoe leiden dat gemeenten besluiten hier samen met deze partijen voorzieningen voor te organiseren. Bijvoorbeeld om de gezondheidssituatie van gebruikers te verbeteren of om overlast op straat te verminderen. Als een nieuwe voorziening gehuisvest wordt, leidt dit nog wel eens tot ophef in de buurt. Belangrijk is dat er goed contact wordt gehouden met de buurt. Dit kan door een omgevingsbeheergroep op te zetten, met onder andere omwonenden, professionals van de zorginstelling, gemeente en politie. Lees ter inspiratie het concept buurtbeheerplan van het Zorgcentrum voor dak- en thuisloze alcoholverslaafden aan de Kleine Haag in Amersfoort (mei, 2014)

Harm reduction voorzieningen vallen soms onder verschillende portefeuilles binnen de gemeente en afstemming tussen die portefeuilles is wenselijk. Ook de financiering voor deze voorzieningen kan vanuit verschillende budgetten komen. Zo kunnen gemeenten voor medische heroïneverstrekking geoormerkte gelden ontvangen van het Rijk en vallen vormen van beschermd wonen binnen het WMO budget. Dag- en nachtopvang wordt weer gefinancierd vanuit de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang verslavingszorg.

Voorbeeld: medische heroïneverstrekking in Den Bosch

Op het gebied van harm reduction heeft Den Bosch een medische heroïneverstrekking, een dag- en nachtopvang met een gebruiksruimte, en een hostel waar ook gebruik voor de bewoners is toegestaan. “Bij de medische heroïneverstrekking hebben wij een omgevingsbeheergroep, en dat loopt heel goed. De mensen in de buurt zijn eraan gewend, en als er al klachten of problemen zijn, worden die goed opgepakt door de instelling,” aldus Mayan Oomkes, beleidsmedewerker bij gemeente Den Bosch. “We hebben ook goed contact met de verslavingszorginstelling. Zij zijn onze ogen en oren. Naast de kwartaalgesprekken die wij met hen hebben, hebben we contact met elkaar zodra er ook maar iets aan de hand is.”

Afdrukken:

Via printer