U bent hier

Harm reduction

Harm reduction richt zich op het beperken van gezondheidsschade als gevolg van het gebruik van drugs. De belangrijkste onderdelen van het Nederlandse beleid voor harm reduction zijn:

  • Opiaatonderhoudsprogramma’s
  • Laagdrempelige voorzieningen, zoals gebruiksruimten
  • Interventies om infectieziekten te voorkomen

Dankzij de aandacht voor harm reduction sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is de gezondheid van harddrugsgebruikers in Nederland aanzienlijk verbeterd. De kwaliteit van leven van gebruikers is verbeterd en de overlast is afgenomen. Ook is de incidentie van infectieziekten binnen deze groep afgenomen, en is het aantal drugsdoden in Nederland nu relatief laag.

Opiaatonderhoudsprogramma’s

Omdat abstinentie voor veel opiaatgebruikers niet haalbaar blijkt, is in de jaren tachtig gestart met het bieden van opiaatonderhoudsbehandeling. Het gaat hierbij om verstrekking van methadon, buprenorfine of medicinale heroïne. Inmiddels behoort de opiaatonderhoudsbehandeling tot de meest effectieve interventie voor mensen met een opiaatverslaving, waarmee stabilisatie over langere termijn wordt bereikt. Ongeveer 14% van de cliënten in de verslavingszorg gebruikt opiaten. Er is weinig nieuwe aanwas van opiaatgebruikers, en daarmee stijgt de gemiddelde leeftijd van de gebruiker. Ook zijn de meeste problematische opiaatgebruikers al in contact met hulpverlening.  

Laagdrempelige voorzieningen

Laagdrempelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld het bieden van een vorm van wonen en voorzieningen waarbij de gebruiker onder toezicht veilig kan gebruiken (gebruiksruimten). Naast beperking van gezondheidsschade bij gebruikers, beogen deze voorzieningen ook overlast in de buurt te verminderen en in contact te komen met gebruikers die (nog) niet in zorg zijn.

Interventies om infectieziekten te voorkomen

Drugsgebruikers, en met name injecterend drugsgebruikers, hebben een verhoogd risico op besmetting met bloed overdraagbare aandoeningen (BOA) en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa). Interventies zijn onder andere gericht op het voorlichten en motiveren van drugsgebruikers,  en op een actief testbeleid. Ook kunnen materialen ter beschikking gesteld worden om de overdracht van infectieziekten te voorkomen, zoals schone naalden, andere drugsparafernalia en condooms.

Voorbeeld: spuitomruil in Rotterdam

Al sinds jaar en dag verzorgt de gemeente Rotterdam voor drugsgebruikers in de stad de omruil van injectienaalden. Hiermee voorkomen zij dat drugsgebruikers infectieziekten oplopen, en dat er onveilige situaties ontstaan, bijvoorbeeld door gebruikte spuiten die op straat rondslingeren. De verstrekking van de materialen en de coördinatie van het omruilen worden uitgevoerd door de GGD Rotterdam-Rijnmond. De gemeente financiert dit, waardoor verstrekking aan de bij hun aangesloten instellingen kosteloos plaats kan vinden. Lees meer over spuitomruil door GGD Rotterdam-Rijnmond

Gemeenten

Signalen vanuit zorginstellingen, de openbare orde, wijkteams of vanuit andere professionals kunnen wijzen op lacunes en ertoe leiden dat gemeenten besluiten hier samen met deze partijen voorzieningen voor te organiseren. Bijvoorbeeld om overlast op straat te verminderen of om de gezondheidssituatie van gebruikers te verbeteren.

Als een nieuwe voorziening gehuisvest wordt, leidt dit nog wel eens tot ophef in de buurt. Belangrijk is dat er goed contact wordt gehouden met de buurt. Dit kan door een omgevingsbeheergroep op te zetten, met onder andere omwonenden, professionals van de zorginstelling, gemeente en politie. Het aanstellen van een onafhankelijke voorzitter en notulist is essentieel. Er wordt een beheerplan opgesteld, waarin het beheergebied is afgebakend en randvoorwaarden, verantwoordelijkheden en communicatietrajecten worden beschreven. Zo worden duidelijke afspraken gemaakt over hoe overlast kan worden opgelost of voorkomen en wordt een klachtenregeling opgesteld met telefoonnummers van instanties waar omwonenden terecht kunnen met klachten. De beheergroep overlegt regelmatig over de gang van zaken rond de voorziening en eventuele overlast. Ook als er geen klachten of problemen (meer) zijn is het voortbestaan van de beheergroep belangrijk om een vinger aan de pols te houden.

Lees ter inspiratie het concept buurtbeheerplan van het Zorgcentrum voor dak- en thuisloze alcoholverslaafden aan de Kleine Haag in Amersfoort (mei, 2014).

Harm reduction voorzieningen vallen soms onder verschillende portefeuilles binnen de gemeente en afstemming tussen die portefeuilles is wenselijk. Ook de financiering voor deze voorzieningen komt vanuit verschillende budgetten. Zo kunnen gemeenten voor medische heroïneverstrekking geoormerkte gelden ontvangen van het Rijk en vallen vormen van beschermd wonen binnen het WMO budget. Dag- en nachtopvang wordt weer gefinancierd vanuit de decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang verslavingszorg.

Voorbeeld: medische heroïneverstrekking in Den Bosch

Op het gebied van harm reduction heeft Den Bosch een medische heroïneverstrekking, een dag- en nachtopvang met een gebruiksruimte, en een hostel waar ook gebruik voor de bewoners is toegestaan. “Bij de medische heroïneverstrekking hebben wij een omgevingsbeheergroep, en dat loopt heel goed. De mensen in de buurt zijn eraan gewend, en als er al klachten of problemen zijn, worden die goed opgepakt door de instelling,” aldus Mayan Oomkes, beleidsmedewerker bij gemeente Den Bosch. “We hebben ook goed contact met de verslavingszorginstelling. Zij zijn onze ogen en oren. Naast de kwartaalgesprekken die wij met hen hebben, hebben we contact met elkaar zodra er ook maar iets aan de hand is.”

Afdrukken:

Via printer