U bent hier

Maatschappelijke participatie en gezondheid

Participatie staat voor meedoen aan het maatschappelijke leven. Mensen met gezondheidsproblemen participeren minder vaak dan mensen zonder gezondheidsproblemen. Andersom kan deelname aan maatschappelijke activiteiten een positief effect hebben op gezondheid.

Participatie in cijfers

De meeste mensen zijn maatschappelijk actief:

  • Vrijwel alle kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar gaan naar school. Dit geldt ook voor kinderen met een chronische ziekte of minder goede gezondheid.
  • Driekwart van de volwassenen (25-64 jaar) heeft een betaalde baan. Ook het grootste gedeelte van de chronisch zieken in deze leeftijdsgroep werkt.
  • In alle leeftijdsgroepen zijn er mensen die vrijwilligerswerk doen en/of informele zorg (mantelzorg) geven, vaak gecombineerd met een betaalde baan.

Bekijk de cijfers over maatschappelijke participatie in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 'Een gezonder Nederland' (RIVM, 2014).

Relatie participatie en gezondheid wederkerig

Voor alle leeftijdsgroepen geldt dat een goede gezondheid participatie bevordert en een minder goede gezondheid een drempel vormt voor participatie, vooral voor arbeidsparticipatie. De mate waarin mensen maatschappelijk kunnen (blijven) participeren wordt niet zozeer bepaald door hun ziekte, maar vooral door de manier waarop zij hun gezondheid ervaren, de mate waarin ze beperkingen hebben en hun psychische welbevinden.

Tegelijkertijd bevordert maatschappelijke participatie de gezondheid, tenzij de belasting te groot wordt, zoals bij ongunstige arbeidsomstandigheden en het verlenen van mantelzorg. Dan heeft participatie juist een negatieve invloed. Beiden werken dus op elkaar in en kunnen niet los worden gezien van elkaar.

Invloed gezondheid op participatie

  • Een minder goede gezondheid is vooral belemmerend voor arbeidsparticipatie.
  • Een minder goede gezondheid is voor jongeren niet zozeer belemmerend voor onderwijsparticipatie, maar meer voor de kansen op werk daarna.
  • Jongeren met gedragsproblemen, emotionele problemen en middelenmisbruik hebben een verhoogde kans om niet naar (een reguliere) school te gaan.
  • Voor ouderen helpt een goede gezondheid om aan het werk te blijven, maar dit is geen garantie om aan het werk te komen.
  • Werkenden met gezondheidsproblemen lopen een groter risico uit het arbeidsproces te verdwijnen. Klachten aan het bewegingsapparaat zijn de belangrijkste oorzaak van langdurig verzuim bij mannen. Bij vrouwen zijn psychische aandoeningen de belangrijkste oorzaak voor langdurig verzuim.

Ook de omgeving heeft effect op participatie. Onvoldoende toegankelijkheid van gebouwen bijvoorbeeld kan mensen met gezondheidsproblemen belemmeren om te participeren.

Invloed participatie op gezondheid

  • Onderwijsparticipatie, waarbij verzuim en voortijdig schoolverlaten minimaal is, leidt tot een hoger opleidingsniveau en hiermee tot een hogere sociaaleconomische positie. Dit leidt tot betere kansen in de rest van het leven, inclusief betere kansen op gezondheid.
  • Arbeid en mogelijk ook vrijwilligerswerk hebben positieve effecten op gezondheid. Behalve bij blootstelling aan ongunstige arbeidsomstandigheden.
  • Het geven van informele zorg (mantelzorg) kan leiden tot ongunstige effecten op de gezondheid. Dit geldt vooral voor mantelzorgers die intensieve of complexe zorg bieden of die zorgen voor iemand met gedragsproblemen.
  • Sociale steun die kan voortvloeien uit de sociale contacten en maatschappelijk actief zijn, heeft een positief effect op gezondheid, maar ook op de kennis en de vaardigheden die men opdoet als gevolg van participatie.

Daarnaast kan participatie op individueel niveau bijdragen aan het vergaren van een inkomen, het ontwikkelen van vaardigheden en het versterken van het gevoel van eigenwaarde. Op maatschappelijk niveau kan participatie leiden tot meer sociale cohesie en een grotere collectieve welvaart ([1]).

Nieuw gezondheidsconcept

Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekten. Een nieuw gezondheidsconcept volgens Huber luidt: ‘the ability to adapt and selfmanage’ ([2]). Gezondheid wordt daarbij opgevat als het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. In dit concept staat de mens centraal en ligt de nadruk op kracht en mogelijkheden.

Volgens het nieuwe concept zegt ziekte niet zoveel over gezondheid, het gaat erom hoe mensen omgaan met een ziekte of beperking. Als dat goed lukt, kunnen mensen met gezondheidsproblemen blijven participeren. Dit sluit aan bij de doelstellingen in het sociale domein: participatie, zelfregie en zelfredzaamheid. Deze doelen zijn onlosmakelijk verbonden met een actieve inzet op gezondheid.

Meer informatie

Referenties en bronnen

Referenties

  1. Hoeymans 20. Harbers & Hoeymans, 2014.
  2. al. 20. Huber et al., 2011.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer