U bent hier

Decentralisaties

Gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid gekregen over werk en inkomen (Participatiewet), jeugdzorg (Jeugdwet) en ondersteuning van langdurige zieken en ouderen (Wet maatschappelijke ondersteuning). Voorheen viel dit onder het takenpakket van de rijksoverheid en de provincies. Al eerder, op 1 augustus 2014, is de Wet Passend onderwijs gedecentraliseerd. In 2019 volgt nog de omgevingswet.

Doel van de decentralisaties is om zorg en ondersteuning dichterbij de burger te organiseren om zo meer maatwerk te kunnen leveren en kosten te besparen. Daarnaast bieden de gedecentraliseerde wetten aanknopingspunten om verbindingen te leggen naar de wet publieke gezondheid en daarmee het preventie- en gezondheidsbeleid binnen een gemeente te versterken.

Hoe verbind je als gemeente preventie aan de gedecentraliseerde wetten? Lees meer over Preventie in het zorgstelsel

Transitie en transformatie

De decentralisatie bestaat uit twee soorten processen: transitie (het overhevelen van regels, wetten, financiële verhoudingen etc.) en transformatie (ander gedrag van professionals, andere werkwijzen en manieren van met elkaar omgaan). Momenteel bevinden gemeenten zich in de transformatiefase. Verschillende beleidsdomeinen groeien naar elkaar toe en zoeken naar een nieuw evenwicht. Zo zien sociale professionals welk effect hun activiteiten kunnen hebben op de gezondheid van inwoners, zien GGD-en veerkracht en participatie als essentieel onderdeel van gezondheid en voeren zorgprofessionals steeds meer preventieve activiteiten uit of weten steeds beter de weg te vinden naar welzijnsactiviteiten.

Ook andere beleidsdomeinen zoals werk & inkomen, ruimtelijk ordening, sport en onderwijs raken steeds meer betrokken bij het doel van de decentralisaties: om burgers zoveel mogelijk mee te laten doen in de maatschappij en ze zo lang mogelijk veilig en zelfstandig in de eigen omgeving te laten wonen. 

De decentralisaties moeten ook een aantal problemen oplossen. Zo waren er in de oude situatie vaak meerdere hulpverleners betrokken die niet efficiënt met elkaar samenwerkten en de zorg en ondersteuning werd vanuit verschillende bronnen gefinancierd. Doel is dan ook de uitgaven te beperken.

Focus transities

  • Nadruk op eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht
  • Zelfredzaamheid, zelfsturing, zelfregie
  • Van vraagsturing naar maatwerk
  • Integrale benadering
  • Samenwerking centraal
  • Beperking van kosten

Decentralisaties, een tussenstand

De brochure Nabij is beter II (VNG en KING, januari 2016) schetst een beeld van de stand van zaken van de decentralisaties. Conclusie: Het systeem gaat nog te vaak voor de mens, zorgverleners willen nog te graag ‘zorgen’ en er is sprake van een fixatie op individuele casussen in plaats van een wijkgerichte benadering. Lees de essay

In de rapportage “De praktijk aan de macht” (september 2016) concludeert de transitiecommissie sociaal domein dat de transformatie moeizaam tot stand komt. Een van de redenen hiervoor is dat de betrokken partijen afwachtend zijn. Volgens de Commissie moeten alle betrokken partijen juist leiderschap tonen, om op die manier beter aan te sluiten bij de wérkelijke vragen. Lees het volledige rapport

Gedecentraliseerde wetten

Participatiewet

De Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) zijn met ingang van 2015 samen gegaan in één nieuwe wet: de Participatiewet. Met één regeling wil de overheid bereiken dat alle mensen, met of zonder beperking, volwaardig meedoen aan de samenleving. Bij voorkeur via een reguliere baan, en anders door op een andere manier te participeren in de samenleving. De gemeenten voeren de Participatiewet uit en bepalen welke ondersteuning mensen met een arbeidsbeperking nodig hebben om te functioneren in een reguliere baan.

Jongeren vanaf 18 jaar met een arbeidsbeperking kunnen een beroep doen op het Werkbedrijf in hun gemeente voor begeleiding naar werk. Ze houden na herkeuring recht op een Wajong-uitkering. De uitkering wordt per 1 januari 2018 wel met vijf procent gekort.

Volg de ontwikkelingen:

  • Website VNG over de Participatiewet met informatie over de standpunten van de VNG, actualiteit, publicaties en praktijkvoorbeelden.
  • Website Movisie: Participatiewet en de nieuwe WWB maatregelen: een overzicht

Jeugdwet

Met ingang van 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. Voorheen viel de jeugdhulp onder drie wetten: de Wet op de jeugdzorg, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet. Door één wet en één financieringssysteem kunnen gemeenten de samenwerking van voorzieningen die betrokken zijn bij gezinnen, beter organiseren. 
Op grond van de jeugdwet zijn gemeenten onder andere verantwoordelijk voor: ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, en de advisering en verwerking van meldingen inzake huiselijk geweld en kindermishandeling. Gemeenten hebben een jeugdhulpplicht, die waarborgt dat jeugdigen de hulp ontvangen die zij nodig hebben. De Jeugdwet biedt ook ruimte voor preventie. Lees meer over preventie in de Jeugdwet

Volg de ontwikkelingen:

Wet maatschappelijke ondersteuning

Op grond van de Wmo hebben gemeenten sinds  2015 verantwoordelijkheden voor het organiseren van passende ondersteuning voor mensen die niet op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan volwassenen die deze hulp nodig hebben omdat ze zich sociaal niet goed kunnen redden, psychische problemen hebben of een lichamelijke of verstandelijke beperking hebben. Centraal staan de wensen en mogelijkheden van inwoners en zijn sociaal netwerk. De ondersteuning kan onder andere geleverd worden in de vorm van hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen, begeleiding of dagbesteding, beschermd wonen of ondersteuning van de mantelzorger. De ondersteuning is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen. Zo beslist de gemeente bijvoorbeeld over de noodzaak van dagopvang van een dementerende oudere om de familie tijdelijk te ontlasten of de aanpassing van een woning van iemand die in een rolstoel terecht is gekomen. De Wet maatschappelijke ondersteuning biedt ook ruimte voor preventie. Lees meer over preventie in de Wmo

Volg de ontwikkelingen:

Wet passend onderwijs

Vanaf 1 augustus 2014 hebben scholen een wettelijke zorgplicht voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben vanwege ontwikkelings-, gedrags- en/of leerproblemen of een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap. Ouders hoeven dan zelf geen indicatie meer aan te vragen en een passende school te zoeken. Ze kunnen hun kind aanmelden bij de school van hun voorkeur. Is dit een reguliere school, dan beoordeelt de school na aanmelding of zij aan de ondersteuningsvraag tegemoet kan komen. Kan dat niet, dan zoekt de school, na overleg met het kind en de ouders, een betere plek. Voor de uitvoering van de zorgplicht is een goede samenwerking tussen scholen nodig.
De verantwoordelijkheid voor uitvoering van deze wet ligt dus niet bij gemeenten maar bij schoolbesturen. Desondanks is het van belang dat gemeenten en scholen nauw samenwerken om verbinding te leggen tussen de wet passend onderwijs en de wet publieke gezondheid. Zowel in de Wet passend onderwijs als in de Jeugdwet wordt de school gezien als een plek om problemen vroeg te signaleren, zodat snel en adequaat lichte zorg verleend kan worden en problemen niet escaleren. Beide wetten bevatten daarom bepalingen over samenwerking tussen scholen en gemeenten. Lees meer over samenwerken met scholen

Volg de ontwikkelingen:

Meer informatie  

Afdrukken:

Via printer