U bent hier

Gegevens voor een wijkgezondheidsprofiel verzamelen

Kwalitatieve informatie: de wijk in

U gaat op verschillende momenten het gesprek aan met bewoners en partners in de wijk. Aan het begin van het proces om het wijkgezondheidsprofiel te vullen met wensen en behoeften, bestaande samenwerkingsverbanden, voorzieningen en wat er al gebeurt in de wijk en later in het proces om de uitkomsten van het wijkgezondheidsprofiel te bespreken, te duiden en vervolgstappen uit te zetten.

Door in gesprek te gaan met partijen en bewoners in de wijk krijgt u een beeld van wát er leeft en waarom. Dit kan door bijvoorbeeld het organiseren van een buurtschouw, dorp- of wijkgesprekken of wijkateliers of door gebruik van internetpanels en sociale media. Daarnaast kunt u gebruik maken van structuren binnen de vaste werkwijze van de gemeente zoals bewonersorganisaties, dorps- en wijkraden of burger/wijkpanels en diverse adviesraden. Kijk ook eens naar: de participatieladder van Edelenbos e.a. (1998, Movisie.nl). De participatieladder geeft de verschillende mate van participatie van burgers aan. Per trede van de ladder worden voorbeelden en methodieken beschreven.

Houd rekening met representativiteit. Bepaalde groepen inwoners zijn moeilijker te bereiken voor participatie, waardoor deze groepen vaak afwezig zijn bij participatieprocessen (zoals jongeren, mantelzorgers, ouderen, laagopgeleiden en allochtonen). 

Tip

 

Ook fietsen door de wijk of via internet zoeken wat er over de wijk bekend is, kan helpen om de wijk te leren kennen. U kunt hiermee ook achterhalen welke initiatieven er al lopen in de wijk.

Een goed voorbeeld van het verzamelen van kwalitatieve gegevens voor het wijkgezondheidsprofiel is het project B.Slim. Lees meer over de verschillende methoden voor burgerparticipatie.

Voorbeeld: B-Slim, verzamelen van kwalitatieve gegevens

In B.Slim staan wensen en behoeften van de doelgroep en de situatie in de wijk centraal. Als eerste stap ging men in gesprek met intermediairs én ouders/wijkbewoners. Deze raadpleging bestond uit 3 onderdelen:

  • Gesprekken met de wijkmanager, de Brede school coördinator en de opbouwwerker van het welzijnswerk geven een eerste beeld van de wijk. Deze intermediairs kennen de wijk, zowel de bewoners als de infrastructuur, goed.
  • Focusgroepgesprekken met de wijkbewoners om inhoudelijke input te krijgen voor de invulling van B.Slim. Dit gaf inzicht in wat er speelde in de wijk en wat er nodig was om dit gezamenlijk aan te pakken (op basis van kansen, wensen/behoeften, goede ideeën en wat kan men hierin zelf bijdragen). Op basis van deze input is een activiteitenplan op maat voor de wijk gemaakt.
  • Een startbijeenkomst met relevante intermediairs om de urgentie van het probleem met cijfers duidelijk te maken en commitment te krijgen dat gezamenlijke actie nodig is. Door de gesprekken ontstond er een veel completer wijkprofiel. Naast de overgewicht cijfers kregen we ook informatie over wat er al gebeurt in de wijk en waar kansen liggen voor B.Slim om bij aan te sluiten. Zo waren we veel beter in staat om een effectief activiteitenplan op te stellen; een plan op maat voor de wijk.

Inmiddels loopt dit project alweer geruime tijd en komt de taakgroep (vertegenwoordigers van de wijk) tweemaal per jaar bij elkaar. Naast een terugblik, kijken ze ook naar wat er speelt, waar behoeften liggen en maken ze afspraken voor de invulling van activiteiten voor aankomend jaar. Ook tussentijds is er goed contact met elkaar – Sanne Krol, Projectleider B.Slim, GGD Regio Utrecht.

Kwantitatieve gegevens: zet beschikbare cijfers op een rij

Verschillende partijen hebben gegevens die input bieden voor het maken van een wijkgezondheidsprofiel. Naast monitor gegevens hebben veel lokale partijen ook registratiegegevens. Niet alle bronnen bevatten cijfers op wijkniveau. Lees meer over informatieproducten en bronnen.

GezondIn... Gebiedsindicatoren

GezondIn heeft met partners 29 gebiedsindicatoren geselecteerd die inzicht geven in de gezondheidssituatie op de 5 sporen van GezondIn. De gebiedsindicatoren zijn te gebruiken bij het maken van een wijkscan / wijkgezondheidsprofiel. Speciaal te gebruiken bij de lokale integrale aanpak van gezondheidsachterstanden.

Tips

 
  • Een epidemioloog werkzaam bij de GGD heeft vaak een goed beeld van de bronnen voor gegevensverzameling.
  • Maak gebruik van informatieproducten. Hierin zijn de gegevens uit verschillende bronnen bij elkaar gezet. 

Voorbeeld: Brede samenwerking bij het opstellen van het wijkgezondheidsprofiel voor de wijk Achtse Barrier in Eindhoven

Bij het opstellen van het wijkgezondheidsprofiel heeft de GGD Brabant-Zuidoost in de wijk Achtse Barrier in Eindhoven allereerst gezondheidsgegevens over de bewoners in de buurt verzameld via de monitoren van de GGD, CBS, Buurtmonitor gemeente Eindhoven en de HIS-registratiegegevens van de gezondheidscentra. Om ervaringen uit de wijk aan het wijkprofiel te kunnen toevoegen, zijn er in de buurt groepsdialogen gehouden met onder andere huisartsen, thuiszorg, welzijn, inwoners, fysiotherapeuten en apothekers. Professionals en bewoners waren eensgezind over het thema dat prioriteit moest krijgen in de wijk, namelijk sociale cohesie/eenzaamheid. In Achtse Barrier worden kwetsbare bewoners nu bijvoorbeeld uitgenodigd voor een high tea waarin organisaties aangeboden activiteiten rondom het thema presenteren. Meer informatie en voorbeelden in het e-boek Preventie en zorg verbinden in de praktijk  Marjolijn van Niekerk, GGD Brabant-Zuidoost

Tips

 
  • Het toevoegen van een referentiecijfer van een andere wijk of van de hele stad geeft betekenis aan de data. Hiermee kunt u bepalen of een bepaald percentage afwijkt ten opzichte van referentiegebieden.
  • Partijen verstrekken niet standaard hun gegevens. Geef partijen daarom inzicht in wat het hen oplevert. Zorg dat ze het profiel ook zelf kunnen gebruiken.
  • Wees u bewust van de beperkingen van geschatte cijfers. Omdat gegevens niet altijd op postcodeniveau beschikbaar zijn, wordt soms gebruik gemaakt van extrapolatie. Geschatte cijfers geven een globale indruk van de waarde van een indicator voor de wijk, maar zijn niet geschikt voor monitoring of evaluatie van beleid of interventies. De schattingen zijn wel te gebruiken als input voor het gesprek over de uitkomsten van het wijkgezondheidsprofiel, mits de beperkingen onderkend worden. Communiceer duidelijk over de betrouwbaarheid van deze data richting deelnemende partijen. Deze data hoeven dan niet representatief te zijn voor de wijk. 

Voorbeeld: Goede samenwerking bij het verzamelen van gegevens voor het wijkgezondheidsprofiel in Nijmegen

In het AMPHI project (Academische werkplaats Nijmegen) is in verschillende pilots onderzocht welke cijfers op wijkniveau de verschillende samenwerkingspartners hebben voor het invullen van een wijkgezondheidsprofiel.

Belangrijkste conclusies zijn: Huisartsendatabase: indicatoren zoals Diabetes, COPD en Angst/depressie. Zorgverzekeraar: grootste zorgkostenposten per wijk, de kosten van ziekenhuis, farmacie, huisarts en GGZ. Vanuit de GGD JGZ registratie werd voorgesteld om overgewicht en de indicator voor psychosociale problemen op te nemen. GGD monitor: omgevingsdeterminanten: contact met buren, regie over eigen leven en geluidsoverlast. Lees meer in het AMPHI project (2013): doorontwikkeling van een wijkprofiel.

Kijk ook eens bij:

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer