Voor het opzetten van lokaal beleid op gebied van depressiepreventie kan gebruik worden gemaakt van zowel landelijke als regionale en lokale cijfers. Landelijke informatie over risicogroepen en –factoren voor depressie zijn te vinden in het landelijke Meerjarenprogramma Depressiepreventie en in het VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.-rapport. In het Meerjarenplan worden onder meer jongeren, en met name jongeren die een ouder hebben met psychische problemen, geprioriteerd als risicogroep voor depressie. In het VTV-rapport wordt ingegaan op de toenemende mentale druk op jongeren die tot psychische problemen kan leiden. Naar aanleiding van het VTV-rapport is door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Trimbos-instituut en Amsterdam UMCUniversitair Medisch Centrum een inventarisatie gemaakt van de beschikbare epidemiologische gegevens over de mentale gezondheid van jongeren. Deze inventarisatie geeft nog geen uitgebreide beleidsaanbevelingen, maar stipt wel de mogelijkheid aan van onder andere het verhogen van mentale weerbaarheid en sociale steun onder jongeren. Zie daarvoor Integrale aanpak depressiepreventie.

Lokale en regionale cijfers over depressie en psychisch welbevinden worden door de GGD in kaart gebracht via de Lokale en Nationale Monitor Gezondheid voor verschillende leeftijdscategorieën. Gegevens uit deze monitors worden landelijk verzameld, zodat vergelijkingen tussen regio’s mogelijk zijn. In de Gezondheidsenquête van het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek gebruikt men deels dezelfde instrumenten, zodat ook deze gegevens vergelijkbaar zijn. Zij vormen belangrijke input voor de beleidsvoorbereiding. 

Voorbeeld: Lage SES doelgroep platteland anders dan in de stad

“De Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid heeft via sociale marketing onderzocht hoe zij de volwassenen met lage SESSociaal-economische Status (SES) Positie die iemand inneemt in de sociale hiërarchie, gemeten aan de hand van opleiding, inkomen of beroepsstatus. op het platteland kunnen stimuleren om mentaal fitter te worden. Er is eerst kwalitatief onderzoek gedaan naar kenmerken van deze doelgroep. Hieruit werd duidelijk dat de groep lage SES op het platteland qua kenmerken verschilt van die in de stad. Zo is nu onder andere bekend dat voetbal een belangrijke rol speelt, dat veel mensen vrijwilligerswerk doen en dat ze relatief veel negatieve levensgebeurtenissen hebben meegemaakt. Dankzij het onderzoek kunnen we gericht aan de slag met deze doelgroep”. Anne van Dorst, Dienst Gezondheid & Jeugd.

Lees meer over Sociale marketing

Regionale Volksgezondheid Toekomstverkenning

Een toenemend aantal gemeenten bundelt de krachten en geven de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst opdracht tot het maken van een regionale Volksgezondheid Toekomstverkenning (rVTVregionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning (rVTV) ). Op dezelfde manier als in de landelijke VTVIn de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland. wordt hierin de regionale gezondheidstoestand van de bevolking weergegeven met de belangrijkste indicatoren. Zo worden nog duidelijker aanknopingspunten gegeven voor het lokaal gezondheidsbeleid. Risico voor depressie, angststoornissen en eenzaamheid zijn meestal onderdeel van een rVTV.