Gelukkiger burgers

Inzetten op preventie van depressie kan via het investeren in mentale veerkracht van jongeren en volwassenen.  Mentaal veerkrachtige mensen zijn gelukkiger, hebben betere school- en werkprestaties, zijn creatiever, hebben meer vrienden, weten beter om te gaan met stress en pijn en hebben meer zelfvertrouwen en zelfbeheersing. Zij zijn minder vatbaar voor depressie. [1] [2] [3]

    Lagere druk op zorg

    Behandeling van depressie gaat nog vaak boven preventie. De kosten van behandeling van depressie bedragen bijna een miljard euro. Inzet op de preventie kan bijdragen aan een lagere druk op de zorg. Daarbij is het van belang zowel in te zetten op weerbaarheid van het individu als op brede omgevingsoorzaken zoals problemen in de opvoeding, werkloosheid en schulden, waar gemeentelijke inspanningen noodzakelijk voor zijn. [4] [5Omdat de verzuimkosten van depressie vaak beduidend groter zijn dan de medische kosten ervan, zullen preventie en behandeling van depressie kosteneffectief zijn. Preventie en behandeling gericht op risicogroepen, zoals mensen met een lage sociaal-economische status, zijn naar verwachting extra kosteneffectief.

    Depressie gaat gepaard met economische kosten als gevolg van zorgconsumptie en arbeidsverzuim (depressie is met 8,2% de grootste oorzaak van verzuim). Volgens een conservatieve schatting bedragen de economische kosten van depressie in de leeftijdsgroep 18-65 jaarlijks €1,5 miljard. De daadwerkelijke kosten liggen aanzienlijk hoger omdat kinderen, adolescenten en mensen boven de 65 jaar niet zijn meegenomen in deze schatting.

    Hogere arbeids- en maatschappelijke participatie

    Uit een Europese meta-analyse blijkt dat gemiddeld 34% van de werklozen met psychische problemen kampt, versus 16% van de werkenden (Paul et al., 2009). Specifiek voor Nederland wordt geschat dat 40% van de werklozen depressie- of angstklachten heeft (Ybema et al., 2005). Preventie van depressie voorkomt ziekteverzuim en verhoogt maatschappelijke participatie. Op jaarbasis worden de kosten voor verzuim door een depressieve stoornis geschat op 1,8 miljard euro. [6] [7] [8] [9]

    Minder schooluitval en minder beroep op sociale voorzieningen

    Inzet op de preventie van depressie voorkomt schooluitval en het terugvallen op een uitkering. [10] [6] [11]

    Minder suïcides en suïcidepogingen

    Mensen met een depressie lopen een verhoogd risico op suïcide. 2018 waren er 1829 suïcides. Daarnaast zijn er suïcidepogingen; in 2016 ging het naar schatting om 94.000 suïcidepogingen. Aan suïcide gaan vaak jaren van geestelijk lijden vooraf en de maatschappelijke gevolgen zijn groot. Een suïcide vormt een grote belasting voor de leefomgeving. Hoewel sinds 2013 het aantal suïcides is toegenomen, is het aantal gerelateerd aan de bevolkingsopbouw op hetzelfde niveau gebleven. Ruim 94.000 volwassenen doen jaarlijks een suïcidepoging. Een beperkt aantal kostenposten daarvan is berekend:

    • De behandeling bij de spoedeisende hulp bedraagt ongeveer € 36 miljoen per jaar [12] [13].
    • De kosten van suïcides op het spoor bedragen voor de NS ruim € 4 miljoen per jaar.

    Bron: cbs.nl, geraadpleegd juli 2019

    Meer veiligheid in de gemeente

    Depressie kan gepaard gaan met geagiteerd gedrag, drank en drugsgebruik. Daarbij kan geagiteerd gedrag samenhangen met drank en drugsgebruik, maar het is ook een symptoom van depressie (zie DSM-VDiagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-V) De vijfde editie van de ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’, een handboek voor de diagnose van psychische aandoeningen ). Inzet op preventie van depressie kan derhalve bijdragen aan de veiligheid in de gemeente. [14]

    Minder ongelijkheid

    Depressie komt meer voor in gezinnen en wijken met een sociaaleconomische- en gezondheidsachterstand. Investeren in preventie en goede toegang tot informatie, zorg en voorzieningen kan deze verschillen verkleinen.

    Voorbeeld: Sociaal Vitaal voor ouderen

    De interventie Sociaal Vitaal heeft als doel is het bevorderen van het ‘gezond ouder’ worden van zelfstandig wonende ouderen van 60-85 jaar. Om dit te realiseren ligt de nadruk op het bevorderen van de fysieke conditie, sociale vaardigheden en sociale contacten. Het is een integraal bewegingsprogramma, waarin sociale en mentale onderwerpen op een speelse manier aan de orde komen. Volgens de ontwikkelaar van Sociaal Vitaal, Mathieu de Greef, denken veel ouderen dat alles hen overkomt. Een passieve copingstijl is een risicofactor voor depressie. Via dit aanbod leren de ouderen dat ze ook zelf invloed kunnen uitoefenen, op hun eigen gedrag én hun omgeving. De trainingen voor begeleiders van de deelnemers aan Sociaal Vitaal worden uitgevoerd door Stichting GALM. Begeleiders wordt onder andere geleerd hoe ze tijdens de koffiepauze een gesprek kunnen voeren over bijvoorbeeld zelfvertrouwen. De resultaten zijn veelbelovend: de fitheid van deelnemers neemt toe, ze worden weerbaarder en hebben meer sociale contacten. Dit vormt een buffer tegen het ontwikkelen van een depressie. De mentale en fysieke conditie van alle deelnemers wordt vooraf en achteraf gemeten en de uitkomsten worden (anoniem) gedeeld met de gemeente.

    Bron: Online Magazine Sturen op integraal werken, NJiNederlands Jeugdinstituut, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Centrum Gezond Leven, NCJNederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) , Kenniscentrum Sport, MovisieLandelijk Kennisinstituut Sociale Vraagstukken , Trimbos-instituut en Vilans, mei 2017

    Referenties en bronnen

    1. Seligman M., Steen T., Park N., Peterson C. Positive psychology progress: empirical validation of interventions. The American psychologist, 60(5), 410-421 2005.
    2. Keyes C. Promoting and protecting mental health as flourishing: a complementary strategy for improving national mental health. The American Psychologist, 62(2), 95-108 2007.
    3. Lyubomirsky S., King L., Diener E. The benefits of frequent positive affect: Does happiness lead to success?. Psychological Bulletin, 131, 803-855 2005.
    4. Slobbe L., Smit J., Groen J., Poos M., Kommer G. Kosten van ziekten in Nederland 2007. Trends in de Nederlandse zorguitgaven 1999- 2010. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 2007.
    5. Jongsma K. Achtergrondstudie uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg bij het advies Preventie van welvaartsziekten. RVZRaad voor de volksgezondheid & zorg 2011.
    6. Andersen M., Nielsen K., Brinkmann S. Meta-synthesis of qualitative research on return to work among employees with common mental disorders. Scandinavian Journal of Work and Environmental Health, 38(2), 93-104 2012.
    7. Paul K., Moser K. Unemployment impairs mental health: Meta-analyses. Journal of vocational behavior, 74 (3) 2009.
    8. Ybema J., Evers M. Profiel Arbeid en Gezondheid. TNONederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek Arbeid 262-282 2005.
    9. TNO. De kosten van ziekteverzuim voor werkgevers in Nederland. 2012.
    10. Glied S. Consequences and correlates of adolescent depression. Arch Pediatr Adolesc Med 2002; 156(10): 1009-1014 2002.
    11. Lagerveld S., Blonk R., Brenninkmeijer V., Wijngaards M., Schaufeli W. Work-Focused Treatment of Common Mental Disorders and Return to Work: A Comparative Outcome Study. Journal of occupational health psychology 17 (2), 2012, pp. 220-234 2012.
    12. Kerkhof A., Mulder S., Draisma J. Suïcidepogingen behandeld in Nederlandse ziekenhuizen. Nederlands Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, 85, 37-42 2007.
    13. M. Have T, De Graaf R., Van Dorsselaer S. Suïcidaliteit in de algemene bevolking: gedachten en pogingen. Resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study’ (NEMESIS). Trimbos-instituut 2006.
    14. Van Hasselt N., Van Laar M., Onrust S., Verdurmen J. Preventie van schadelijk alcoholgebruik en drugsgebruik onder jongeren. Trimbos-instituut 2010.