Bij signalering en advisering rond drugsgebruik spelen ouders en professionals een rol. Bij professionals kan gedacht worden aan medewerkers op scholen en zorgverleners, maar ook aan gemeentelijke toezichthouders en politieagenten die zich veel in de openbare ruimte en in de uitgaansgebieden begeven. De professionals benaderen risicogroepen en verzorgen de toeleiding naar preventie en zorg. De gemeente kan deze professionals faciliteren bij het verwerven van deskundigheid en de onderlinge afstemming en samenwerking.

Zelftests

Toegeven aan een hulpverlener of andere professionals dat je mogelijk problemen hebt door het gebruik van drugs, is niet voor iedereen makkelijk. Zelftest kunnen dan een uitkomst zijn: anoniem achter je eigen computer kun je een indicatie krijgen van waar je staat met je drugsgebruik. De tests of de websites waarop zij staan, verwijzen naar meer informatie en mogelijkheden voor vervolgzorg. Voorbeelden van zelftests zijn De WietCheck van het Trimbos-instituut of Test uw gebruik van de Jellinek.

Signalering door ouders en opvoeders

Ouders en opvoeders hebben op regelmatige basis contact met jongeren; zij merken signalen die kunnen duiden op middelengebruik (zoals veranderingen in gedrag, belangstelling, vrienden en vrijetijdsbesteding) vaak als eerste op. Op ouderavonden, met hulp van websites en advies op maat of (trainings)bijeenkomsten, kunnen ouders en opvoeders hun vaardigheden om drugsgebruik te signaleren en bespreken, verbeteren. 
Sommige ouders of opvoeders kampen zelf met problematisch middelengebruik. Kinderen die in een dergelijke gezinssituatie opgroeien hebben een verhoogd risico om zelf een verslaving te ontwikkelen. Voor deze kinderen is een speciale KOPP/KVO-training beschikbaar. 
Jongeren die opgroeien in een instelling, zijn gebaat bij heldere regels ten aanzien van drugsgebruik. De medewerkers in een dergelijke instelling moeten in staat zijn gebruik te signaleren en een gesprek hierover aan te gaan. Hiervoor is de interventie Open en Alert beschikbaar.

Signalering op school en vervolgopleiding

Scholen kunnen te maken krijgen met problematisch gebruik van leerlingen zelf of in hun directe omgeving. Het is in die gevallen van belang dat schoolpersoneel adequaat kan reageren en ondersteuning kan bieden. Twee zaken zijn van belang: het opzetten van een goede ondersteuningsstructuur en het aanbieden van een training aan personeel van de onderwijsinstelling, waarin zij leren signalen van middelengebruik te herkennen, het gesprek met leerlingen aan te gaan en probleemgebruikers te begeleiden naar verdere zorg.
Lees meer over signaleren in onder meer het speciaal- en praktijkonderwijs, het  voortgezet onderwijs, het hoger onderwijs op De gezonde school en genotmiddelen.

Cannabis op school

  • Meer scholen signaleren cannabisgebruik (34%) tijdens schooltijd dan alcoholgebruik (6%). Deze percentages zijn sinds 2007 stabiel.
  • Het percentage scholen dat een protocol heeft rond het signaleren en begeleiden van problemen met alcohol en drugs schommelt sinds 2007 rond de 50 procent.

Bron: Factsheet Het beleid van scholen rond tabak, alcohol en cannabis (Trimbos-instituut, 2017)

Effectieve vroegsignalering van problematisch middelengebruik in het onderwijs moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Een uitvoerbaar en breed gedragen schoolbeleid over de omgang met alcohol en drugs.
  • Goede interne afstemming tussen de mentoren, taakdocent zorg en zorgcoördinator, en tussen de loopbaanbegeleider en het schoolmaatschappelijk werk.
  • Basiskennis bij docenten over alcohol en cannabis en de stadia van gebruik.
  • Signaleringsvaardigheden van docenten en conciërges, zodat zij signalen kunnen herkennen van gebruik, problemen door gebruik en misbruik.
  • Een docententeam met een actieve signalerende taak. Met name op het MBO en HBOHoger Beroeps Onderwijs (HBO) , waar leerlingen al wat ouder zijn, is het vaak een discussiepunt tot waar de verantwoordelijkheid van docenten reikt.
  • Gespreksvaardigheden van mentoren om op een open en alerte wijze, zonder beschuldiging het gesprek met jongeren (en ouders) aan te kunnen gaan.
  • Geïnformeerde en betrokken ouders.

De ervaring van preventiewerkers op scholen leert dat leerkrachten alerter zijn en meer geneigd om signalen op te pikken als zij weten dat zij leerlingen kunnen doorverwijzen naar een geschikt aanbod. Een goede samenwerking tussen scholen en de regi­onale instelling voor verslavingszorg is dan ook van groot belang. Gemeenten kunnen in het kader van hun jeugdbeleid hier een belangrijke stimulerende rol in spelen. Naast laagdrempelige vormen van informatievoorziening (e-mailmogelijkheid, chat-service en zelftests via internet) hebben veel instel­lingen voor verslavingszorg toegankelijke vormen van zorg voor jongeren met problematisch middelen­gebruik.

Evaluatie extra contactmoment JGZ (jeugdgezondheidszorg) voortgezet onderwijs

Sinds 2013 zorgen gemeenten in samenwerking met de JGZJeugdgezondheidszorg voor extra contactmomenten (ECA) voor adolescenten vanaf 14 jaar. Vanaf deze leeftijd verandert veel in het leven van scholieren en het extra contactmoment is bedoeld om een vinger aan de pols te houden en problemen tijdig te herkennen. Een onderzoek brengt in kaart hoe de verschillende ECA’s zijn vormgegeven en wat het extra contactmoment oplevert. Het onderzoek loopt tot eind 2018.

Zorg- en adviesteams (ZAT)

ZAT teams vervullen op scholen een centrale rol in de zorg¬structuur en daarmee ook in het vroegtijdig signaleren van problematisch middelengebruik. Zij hebben tot taak om aandacht voor vroegsignalering bij docenten en zorgcoördinatoren te stimuleren en signalen te verzamelen en te toetsen. Medewerkers van de preventieafdeling van instellingen voor verslavingszorg- en jeugdzorginstellingen kunnen scholen en opleidingen ondersteunen bij het opzetten van een goed zorgprotocol op het gebied van middelenmisbruik. Ook verzorgen zij trainingen voor schoolpersoneel en ZAT teams. Daarnaast zijn er e-learnings beschikbaar waarbij schoolpersoneel kennis en vaardigheden krijgen aangeleerd.

Voorbeeld: e-learning module vroegsignalering

Er is een e-learning vroegsignalering (externe link)drugs en alcohol beschikbaar met een basiscursus en een vervolgcursus. De basiscursus is voor iedereen die met jongeren werkt en gaat onder meer in op de werking en risico's van drugs en alcohol. In de vervolgcursus wordt aan de hand van filmfragmenten ingegaan op gesprekstechnieken. Deze kunnen worden ingezet bij het vermoeden van problemen met drugs en/of alcohol bij jongeren. Deze e-learnings vroegsignalering is er voor medewerkers van het mbo, voor het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en het voortgezet onderwijs.

Signalering in de zorg

Een andere belangrijke vindplaats is de zorg. Huisartsen, bijgestaan door de praktijkondersteuner GGZGeestelijke gezondheidszorg (POHPraktijkondersteuner Huisartsen -GGZ), kunnen in theorie een belangrijke signalerende rol vervullen. In de praktijk blijkt dat zij nog relatief weinig problematisch middelengebruik signaleren. Ook de jeugdzorg vormt een belangrijke vindplaats, evenals de spoedeisende hulp (SEHSpoedeisende hulp) in ziekenhuizen waar de acute gevolgen van middelengebruik zich vaak manifesteren. Voorts zouden ook zorgprofessionals die in wijken en buurten opereren (al dan niet in sociale wijkteams) riskant drugsgebruik kunnen signaleren. Zorgprofessionals moeten wel in staat zijn problemen met drugsgebruik te herkennen en zo nodig adequate interventies kunnen toepassen. Lees meer over Verslavingspreventie en sociale wijkteams.

Voorbeeld: vroegsignalering in Arnhemse buurten

Het project IRIS in de buurt is erop gericht om gezond gedrag te stimuleren en afhankelijkheid van middelen te voorkomen. Wijkadviseurs van IRIS in de buurt gaan op bezoek bij inwoners van Arnhem en Ede die drugs gebruiken. Dat gebeurt op verzoek van politie, leerkrachten of gemeente, of naar aanleiding van een vraag of klacht van buurtbewoners. Samen met de gebruikende bewoners gaat IRIS in de buurt op zoek naar mogelijkheden om het gebruik onder controle te krijgen. Als dat niet lukt, begeleiden de adviseurs de bewoners naar passende hulpverlening, zoals behandeling of opvang bij IrisZorg.