Pijler voorlichting en educatie

  • Aandacht besteden aan seksualiteit en seksuele weerbaarheid zijn kerndoelen in het onderwijs. Scholen zijn dit dus verplicht, maar het gebeurt lang niet overal. Gemeenten kunnen scholen in het basis- en voortgezet onderwijs stimuleren en faciliteren om gebruik te maken van goede, dat wil zeggen erkende, lespakketten, waarin de preventie van seksuele grensoverschrijding een thema is. Dit geldt ook voor het speciaal onderwijs.
  • Gemeenten kunnen aanhaken bij landelijke campagnes, zoals de jaarlijkse Week van de Liefde (voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs) rond Valentijnsdag en Week van de Lentekriebels (basisonderwijs), waarin aandacht wordt besteed aan voorlichting over seksualiteit.

Pijler signalering en ondersteuning

  • Zorg als gemeente voor een netwerk van relevante partijen, zodat er optimaal wordt samengewerkt en de aanpak van seksuele grensoverschrijding zo efficiënt mogelijk gebeurt. Een ambtenaar die dit coördineert is daarbij zeer aan te bevelen. Zorg er ook voor dat de eigen organisatie ten aanzien van preventie en aanpak seksuele grensoverschrijding op orde is, bijvoorbeeld door goede samenwerking tussen de verschillende beleidsafdelingen. Een integrale aanpak is essentieel.
  • Professionals  in zorg, welzijn, jeugdzorg, onderwijs, wijkteams en handhaving zijn een belangrijke schakel in het signaleren en aanspreken van risicogroepen. Het is daarom belangrijk om hen toe te rusten op het gebied van preventie en vroegtijdige signalering van ongewenst seksueel gedrag. 
  • Sommige groepen mensen lopen extra risico op het meemaken of plegen van seksuele grensoverschrijding, zoals mensen met een beperking, en kinderen en jongeren in de jeugdzorg. Voor deze groepen zijn specifieke interventies ontwikkeld, zoals trainingen en counselingsprogramma’s. Ook zijn er interventies die professionals kunnen helpen om seksueel gedrag adequaat te duiden en seksueel grensoverschrijdend gedrag te signaleren. Gemeenten kunnen GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, instellingen en zorgprofessionals stimuleren en faciliteren om gebruik te maken van deze (erkende) interventies. 
  • GGD’en hebben een belangrijke rol binnen de gemeenten om zorgprofessionals en leerkrachten te informeren over seksualiteit en seksuele grensoverschrijding en ze te trainen in het geven van lessen of interventies. Gemeenten kunnen zorgen voor draagvlak bij de GGD’en om met het thema aan de slag te aan. 
  • Gemeenten kunnen zorginstellingen stimuleren om goed beleid te formuleren en uit te dragen als het gaat om seksualiteit en (preventie) van seksuele grensoverschrijding. Onderdeel van dit beleid is scholing van professionals om seksualiteit bespreekbaar te maken en seksuele grensoverschrijding te kunnen signaleren.
  • Gemeenten kunnen burgers, scholen, (zorg)instellingen en maatschappelijk werk wijzen op de Centra Seksueel Geweld. Deze CSG’s zorgen voor geïntegreerde hulp bij acute gevallen van seksueel geweld (binnen 7 dagen). Geïntegreerde hulp wil zeggen dat politie, justitie en hulpverlening onder één dak samenwerken om de zorg zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
  • Seksuele grensoverschrijding komt relatief vaak voor onder mensen die eerder seksueel geweld hebben meegemaakt. Snelle hulp voor slachtoffers, zowel acute hulp als hulp voor slachtoffers die langer geleden zij misbruikt, is belangrijk om herhaald slachtofferschap te voorkomen. De Centra Seksueel Geweld, Veilig Thuis en gespecialiseerde hulpverlening spelen hierin een rol. Het is van belang dat deze hulp in alle gemeenten kan worden geboden.
  • Seksuele grensoverschrijding (zowel meemaken als plegen) komt ook vaker voor onder mensen die in onveilige omstandigheden zijn opgegroeid, zoals in gezinnen waar huiselijk geweld voorkomt, waar een gebrek aan empathie is of waar de ouders weinig toezicht hadden op hun kinderen. Tijdige signalering en goede ondersteuning van deze gezinnen is noodzakelijk. 

Voorbeeld: inzet beleidsadviseur Aanpak seksueel geweld.

In Rotterdam is een beleidsadviseur Aanpak seksueel geweld. Deze geeft sturing aan een netwerk van 27 organisaties die gezamenlijk preventie en aanpak van seksueel geweld organiseren. Door de coördinatie wordt de samenwerking en deskundigheidsbevordering gestimuleerd.
 

Pijler Fysieke en sociale omgeving

Gemeenten kunnen aanhaken bij landelijke campagnes die zich inzetten voor een veilige sociale omgeving. Een voorbeeld is de campagne Ben je Oké, die als doel heeft het uitgaansleven plezieriger en veiliger te maken. 

  • Gemeenten kunnen aanhaken bij landelijke campagnes die zich inzetten voor een veilige sociale omgeving. Een voorbeeld is de campagne Ben je Oké, die als doel heeft het uitgaansleven plezieriger en veiliger te maken. 
  • Gemeenten kunnen zorgen voor een veilige fysieke omgeving door goede straatverlichting, en meer toezicht bij openbare of onveilige ruimtes. 
  • Er zijn meerdere programma’s, die zich richten op het voorkomen of aanpakken van andere vormen van geweld. Waar mogelijk loont het om de acties aan elkaar te verbinden. Programma’s die raakvlakken hebben met de preventie van seksueel geweld in de fysieke of sociale omgeving zijn: 
    • Geweld hoort nergens thuis: Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
    • Veilige steden: programma van het ministerie van OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om veiligheid in de openbare ruimte te verbeteren
    • Regenboogsteden: gemeenten die zich inzetten voor acceptatie lhbtLesbisch, Homo, Biseksueel en Transgender (LHBT) en seksuele diversiteit 

Pijler regelgeving en handhaving

  • De zedenwetgeving bepaalt welke seksuele handelingen verboden zijn. Dit betreft bijvoorbeeld verkrachting en aanranding, kindermisbruik, groomingGrooming is digitaal kinderlokken. Er is sprake van grooming als een volwassene via ICT contact legt met een kind, met de intentie om dat kind te ontmoeten met het doel om seksueel misbruik te plegen of kinderpornografische afbeeldingen te produceren (Bron: politie.nl). , kinderporno en jeugdprostitutie. Wanneer de wet wordt overtreden is er sprake van een zedendelict, dat vervolgd dient te worden. Slachtoffers kunnen het incident melden bij de politie en eventueel aangifte doen. De politie heeft de taak de melding/aangifte op te nemen, het slachtoffer door te verwijzen naar de hulpverlening en de dader op te sporen. 
  • Melden en aangifte doen blijkt voor veel slachtoffers moeilijk. Dat heeft te maken met schuldgevoelens en schaamte, het feit dat veel daders een bekende zijn van het slachtoffer, en dat het seksueel geweld zich meestal afspeelt zonder getuigen, waardoor bewijzen lastig wordt. Het handelen van de politie tijdens de melding/aangifte is cruciaal als het gaat om begrip, empathie, adequate informatie en doorverwijzing. Idealiter werkt de politie samen met de Centra Seksueel Geweld.     
  • Seksuele intimidatie op straat (sissen, naroepen, fluiten, seksueel getinte opmerkingen maken) als zodanig is niet bij landelijke wetgeving verboden, tenzij de openbare orde of de goede zeden zijn geschonden. Het gaat dan om delicten als discriminatie, belediging, laster en smaad. Ook is er reden om in te grijpen bij schendingen van de lichamelijke en seksuele integriteit of de algemene eerbaarheid. Als seksuele intimidatie plaatsvindt binnen een situatie (bijv. werk) waarbinnen het slachtoffer zich niet aan de intimidatie kan onttrekken zonder dat dit gevolgen heeft voor rechtspositie, economische positie of gezondheid, bestaan er wettelijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen en de Algemene wet gelijke behandeling, die bescherming moeten bieden op de werkplek, op school of in een zorginstelling. Gemeenten kunnen (seksuele) straatintimidatie wel strafbaar stellen in de Algemene Plaatselijke Verordening. In Rotterdam en Amsterdam is dit gebeurd, andere steden bereiden dit voor. 

Voorbeeld: aanpak intimidatie in Amsterdam

Amsterdam heeft vormen van seksuele straatintimidatie in 2017 strafbaar gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening. Daarnaast heeft de gemeente stappen gezet om intimidatie aan te pakken, waaronder een campagne, voorlichting en training op scholen, ondersteunen van een gedragscode en training van horecapersoneel voor veilig uitgaan, het houden van veiligheidsschouwen in buurten met politie, bewoners en ondernemers waarbij gekeken wordt naar onveilige plekken en situaties in dat gebied, en periodiek onderzoek naar de aard en omvang van straatintimidatie.