U bent hier

Belangrijkste risicogroepen roken

Roken levert voor iedereen een gezondheidsrisico op. Daarnaast zijn er verschillende groepen die om uiteenlopende redenen nog eens extra risico lopen.

Kinderen

In Nederland wordt thuis gerookt bij 16 % van de kinderen van 0 tot en met 4 jaar. Kinderen worden ook vaker blootgesteld aan rook naarmate ze ouder worden: van de 4- 12-jarigen wordt 28 % thuis blootgesteld aan tabaksrook, terwijl van de 12-18-jarigen 38 % thuis meerookt ([1]).

Meeroken van kinderen van 4-12 jaar is bepaald door het opleidingsniveau van de ouders. Van de kinderen met een hoge SES (sociaal economische status) leeft 24% in een huis waar gerookt wordt in het bijzijn van de kinderen, bij ouders met een middelhoge SES is dit 30%. Bij ouders met een lage SES betreft het 40% van de kinderen (HBSC, 2012).

Kinderen van ouders die roken, hebben een grotere kans om zelf te gaan roken, vooral als ouders op dat gebied geen huisregels afspreken.

Laagopgeleiden

Bij mensen met een lage opleiding (lager onderwijs, lbo (lager beroeps onderwijs) of mavo (middelbaar algemeen voortgezet onderwijs)) is het percentage rokers groter dan bij mensen met een hoge opleiding (hbo (hoger beroepsonderwijs) of universiteit). In 2010 rookte 34% van de mannen met een lage opleiding en 22% van de mannen met een hoge opleiding. Bij vrouwen zijn die percentages 33% (lage opleiding) en 18% (hoge opleiding).  Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status van mensen.

Meer rokers bij jongeren met een laag schoolniveau

Op het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) roken meer jongeren van 12-16 jaar dan op alle andere schoolniveaus ([2]). De verschillen in leefstijl tussen leerlingen van het vmbo en het vwo zijn de afgelopen tien jaar toegenomen. In 2001 werd op het vmbo 5 keer meer gerookt dan op het vwo. In 2011 was dit 15 keer meer ([3]).

Zwangere vrouwen

In de periode 2014-2015 rookte in Nederland 8,6% van de zwangere vrouwen dagelijks gedurende de hele zwangerschap. Daarnaast rookte 3,6% dagelijks tijdens een gedeelte van de zwangerschap. Dagelijks roken tijdens de gehele zwangerschap kwam vaker voor bij vrouwen met een lage opleiding (22,1%) dan bij vrouwen met een middelbare (5,5%) of hoge opleiding (0,9%), zo blijkt uit een recente peiling van TNO [4].

Roken tijdens de zwangerschap brengt ernstige risico’s met zich mee. Het is één van de oorzaken van perinatale sterfte en perinatale problemen: het verhoogt de kans op een miskraam, een aangetaste placenta en een te kleine of te vroeg geboren baby. Ook het risico op congenitale aandoeningen, wiegendood, astma en een lager IQ op volwassen leeftijd neemt toe met roken tijdens de zwangerschap [5]. Een uitgebreide beschrijving van de effecten van (mee)roken tijdens de zwangerschap is te vinden in de factsheet Roken en Zwangerschap van het Trimbos-instituut. Gezien deze ernstige risico’s is het voor zwangere vrouwen van groot belang om te stoppen met roken, bij voorkeur vóór de zwangerschap.

Mensen met een chronische ziekte

Voor mensen met hart- en vaatziekten, longpatiënten en diabetespatiënten is roken extra schadelijk. Stoppen met roken vormt een belangrijk deel van de behandeling. De kans op herhaling van een hartinfarct is met 50% gedaald na stoppen met roken, de kans op setrfteis met 40% afgenomen. Bij COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) is stoppen met roken noodzakelijk om progressie van de aandoening af te remmen ([1]).

Turkse mannen

Uit GGD-onderzoeken (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) in de grote steden en een nationaal onderzoek komt naar voren dat een groter percentage Turken rookt vergeleken met Nederlanders, vooral de Turkse mannen ([6]; [7], [8], [9]; [10]).

Geraadpleegde literatuur

[11], [12], [13].

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer