U bent hier

Wetgeving en beleid tabakspreventie

Wetgeving

Tabaks- en rookwarenwet 

Er zijn verschillende wetten van kracht rond tabak en roken. De belangrijkste is de Tabaks- en rookwarenwet. Deze wet  Tabakswet heeft tot doel het tabaksgebruik te beperken en niet-rokers te beschermen. De Tabaks- en rookwarenwet is een herziening van de oude tabakswet en is in mei 2016 in werking getreden. De tabaks- en rookwarenwet regelt:

  • Samenstelling en etikettering van tabaksproducten
  • Reclame- en sponsoringsverbod
  • Verkoopbeperkingen (verkooppunten en leeftijdsgrens)
  • Rookverboden

Enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van de oude tabakswet:

  • Op de verpakkingen van rookwaren komen afbeeldingen die mensen moeten afschrikken en die hen wijzen op de risico's van roken. Daarnaast komt er informatie over stophulp op pakjes.
  • De leeftijdsgrens van 18 jaar geldt nu ook voor e-sigaretten en navulverpakkingen.
  • Voor e-sigaretten en navulverpakkingen geldt een reclameverbod.
  • Strengere eisen aan de samenstelling van tabaksproducten

Meer informatie over de herziening op rijksoverheid.nl

Roken is niet toegestaan in:

  • overheidsinstellingen
  • instellingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, cultuur, sport en onderwijs
  • horecabedrijven
  • personenvervoer
  • overdekte winkelcentra, evenementenhallen, congrescentra en luchthavens
  • alle andere werkplekken van werknemers.

Roken is nog wel toegestaan in zogenaamde ‘rookruimten’: afsluitbare, speciaal voor het roken aangewezen en aangeduide ruimten. Ook in de open lucht mag worden gerookt. Deze regels zijn vastgelegd in artikel 10 van de Tabakswet en in het Besluit uitvoering Tabakswet. Voor roken op terrassen gelden voorwaarden.

Leeftijdsgrens verkoop verhoogd

De minimumleeftijd voor de verkoop van tabak (en alcohol) ligt sinds 2014 bij 18 jaar. Zie voor meer informatie over de campagne NIX18 ter ondersteuning van de norm 'niet roken en drinken voor het 18e jaar' pijler 3: voorlichting en educatie.  

Niet roken op de werkplek

Een belangrijke regel van de Tabakswet is dat er niet mag worden gerookt op het werk, zelfs niet als iedereen het zegt goed te vinden als er wordt gerookt. Er zijn een aantal uitzonderingen waar wel mag worden gerookt: rookruimtes, buiten en in een aantal bijzondere gevallen (zoals een huiskamer in de psychiatrie, ouderenzorg of maatschappelijke opvang). De werkgever is vrij om in rookruimtes te voorzien of rookpauzes toe te staan. De werkgever mag roken op het werk (en daarmee rookpauzes) ook verbieden.

NVWA houdt toezicht op naleving

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de naleving van de Tabakswet door controles uit te voeren bij allerlei bedrijven, van supermarkt tot ziekenhuis en van dorpskroeg tot tabaksfabrikant. Als een overtreding van het rookverbod wordt geconstateerd, kan de NVWA een boete uitschrijven tot maximaal € 45.000.

Bij de NVWA kunnen overtredingen van de Tabakswet gemeld worden via de website www.nvwa.nl of via telefoonnummer 0900-0388. Lees meer over het toezicht van de NVWA.

Landelijk beleid

Kamerbrief over handhavingscijfers rookverbod en leeftijdsgrens

April 2016 is de kamerbrief over handhavingscijfers rookverbod en leeftijdsgrens uitgekomen. In deze brief staat de jaarlijkse rapportage van de handhavingscijfers van de NVWA met betrekking tot het rookverbod en de leeftijdsgrens. De brief geeft inzicht in de naleving van het rookverbod en de mogelijkheden voor het verkrijgen van tabak door jongeren. Daarnaast geeft de brief ook antwoord op vragen over de aanpak van de NVWA voor risicogericht toezicht en in het bijzonder het toezicht op naleving van de Tabakswet door shishalounges. Tenslotte zijn de uitkomsten vermeld van het onderzoek van het RIVM naar het risico op koolmonoxidevergiftiging voor omstanders en gebruikers van de waterpijp met kooltjes.

Kamerbrief landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019

Eind 2015 is de kamerbrief bij de landelijke nota gezondheidsbeleid verschenen. De kamerbrief noemt dat het aantal volwassen rokers daalt en dat ook jongeren minder zijn gaan roken. Roken is echter nog steeds de belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Het kabinet houdt daarom roken vast als speerpunt en spreekt de ambitie uit om een substantiele verbetering te realiseren ten opzichte van de trends zoals gerapporteerd in de VTV-2014. Aanbod van een gezonde leefomgeving en de integrale aanpak via onderwijs, werk, wijk en zorg staan hierbij centraal. Daarnaast zullen er medio 2016 afschrikwekkende foto’s en waarschuwingen op de verpakkingen van tabaksproducten komen en worden kenmerkende smaakjes en aroma’s verboden.  

Alles is gezondheid...2014 - 2016 

‘Alles is Gezondheid...’ is het nationale programma waarin overheid, bedrijven, sportorganisaties, zorgpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan een gezonder en vitaler Nederland. Er zijn acties op het gebied van zorg, school, wijk, werk en gezondheidsbescherming. Het programma bouwt voort op eerder gekozen speerpunten (roken, alcohol, overgewicht, depressie en diabetes) en bestaande acties en er is ruimte voor nieuwe acties. Voor tabakspreventie betekent dat bijvoorbeeld inzet op de publiekscampagne 'niet roken, niet drinken voor 18de jaar', verbeteren naleving en handhaving leeftijdsgrens en stoppen met roken.

Internationaal

WHO Kaderverdrag tabaksontmoediging

Internationaal zijn er afspraken gemaakt over tabaksontmoediging in het Framework Convention on Tobacco Control (FCTC), ook wel het WHO Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Het FCTC trad in 2005 in werking en richt zich zowel op het terugdringen van de vraag naar tabaksproducten als op het aanbod. Het FCTC is door 174 landen, waaronder Nederland, ondertekend.

Essentieel in het verdrag is dat niet één maatregel of activiteit bepalend is in tabaksontmoediging, maar juist een combinatie van verschillende maatregelen en interventies. Daar sluit de integrale aanpak tabakspreventie in deze handreiking goed op aan. Lees verder over de landelijke toepassing van het FCTC.

Artikel 5.3 FCTC-verdrag

Artikel 5.3 van het FCTC-verdrag schrijft voor dat partijen hun gezondheidsbeleid moeten beschermen tegen de commerciële belangen van de tabaksindustrie. Vanuit de Rijksoverheid wordt om die reden zeer terughoudend omgesprongen met deze contacten. Er wordt alleen contact gezocht als dit niet anders kan; bijvoorbeeld wanneer het gaat om implementatie van wetgeving. Lokale overheden zijn in dezelfde mate gebonden aan het FCTC-verdrag als de centrale overheid, voor gemeenten is het dus in dezelfde mate van belang om goed af te wegen wanneer (gezondheids-)beleid tegen dergelijkecommerciële belangen dient te worden beschermd.
Lees hier meer over het protocol ‘hoe om te gaan met de tabaksindustrie’.

Meer informatie

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer