U bent hier

Omvang ongeplande (tiener)zwangerschap

Ongewenst zwanger

Eén op de 5 vrouwen die ooit geslachtsgemeenschap hadden is ooit onbedoeld zwanger geweest. 68% is hiervan ongewenst. In 2014 werden 6.752 meiden tussen de 15 - 20 jaar zwanger, dat is 13,8 van de 1.000 meiden. 9,0 per 1.000 meiden kozen voor abortus en 4,8 per 1.000 kregen een kind. In 2012 daalde dit cijfer naar 4,5 per duizend. Rond 1970 was het tienergeboortecijfer bijna vijf keer zo hoog[1].

Tienermoeders

In 2013 kregen 1901 vrouwen onder de 20 jaar een kind. Het aantal tienermoeders onder autochtone en allochtone meisjes daalt en sinds 2001 nog nooit zo laag geweest. Het geboortecijfers onder tieners is 3,9. Surinaamse en Antilliaanse tieners worden echter nog wel relatief vaak moeder. In 2013 waren er bijna 21 geboorten per duizend Antilliaanse tienermeisjes en 11 bij Surinaamse meisjes. De meeste tienermoeders wonen in Noord-Holland en Flevoland (cbs.nl).

Daling aantal abortussen

Sinds 2007 is een daling van het aantal abortussen zichtbaar. In 2014 zijn 30.361 abortussen uitgevoerd. 12% van de abortussen is uitgevoerd bij vrouwen die in het buitenland wonen. 10,5% van de zwangerschapsafbrekingen betreft tieners onder de 20 jaar en 25% zijn 20- tot 25-jarigen. Het abortuscijfer, het aantal abortussen per 1000 in Nederland wonende vrouwen in de leeftijdsgroep 15-44 jaar, is 8. Een kwart van de vrouwen heeft al eerder een zwangerschap laten afbreken[1].

In 2014 zijn er 3.181 zwangerschappen afgebroken onder tieners. 96 van hen was jonger dan 15 jaar. In 2014 was het tiener-abortuscijfer 9,0 (aantal abortussen per 1000 in Nederland wonende vrouwen jonger dan 20 jaar). De meest tieners die zwanger worden, zijn 18 of 19 jaar. 20% is 17 jaar of jonger. Bijna twee derde van de zwangere meiden kiest voor een abortus. Naarmate meiden ouder worden kiezen ze vaker voor het moederschap.

Abortuscijfers hoger vrouwen niet westerse afkomst

In 2011 was 36,4% van de abortuscliënten van autochtoon Nederlandse afkomst. Het abortuscijfer is het hoogst onder 20 tot 29-jarigen. De meest voorkomende leeftijd waarop vrouwen een zwangerschap laten afbreken is 22 jaar.

Abortuscliënten van autochtoon Nederlandse afkomst van 15 t/m 19 jaar hebben een relatief laag abortuscijfer. Meiden met een Surinaamse en Antilliaanse herkomst in dezelfde leeftijdsgroep hebben de hoogste abortuscijfers.

De abortuscijfers onder vrouwen met een niet westerse achtergrond zijn hoger dan onder autochtoon Nederlandse vrouwen. De verschillen tussen herkomstgroepen zijn groot. Zo is het geschatte abortuscijfer per 1.000 vrouwen bij Nederlandse vrouwen 5,4, bij Antilliaanse vrouwen 40,4, bij Surinaamse vrouwen 32,6, bij Afrikaanse vrouwen 30,9 , bij Midden en zuid Amerikaanse vrouwen 20,4 en bij Marokkaanse en Turkse vrouwen respectievelijk 19,3 en 10, 6.

Bij nagenoeg alle niet-westerse herkomstgroepen heeft een groot aandeel van de vrouwen eerdere ervaring met abortus. Onder Surinaamse vrouwen is dit het hoogst: 55, 2 %, gevolgd door Antilliaanse vrouwen (51,2%).

Abortus ondanks anticonceptie

In 2010 gebruikte een aanzienlijk deel van de abortuscliënten een half jaar voorafgaand aan de abortus, een anticonceptiemethode. Meer dan een derde van de abortuscliënten van 15 t/m 44 jaar is zwanger geworden terwijl ze naar eigen zeggen, de pil (34%) of condooms (24,9%) gebruikten. Bijna een derde (31,7%) gebruikte geen enkele vorm van anticonceptie. Van de tieners van 15 t/m 20 jaar heeft meer dan twee derde (68,8 %) in het halfjaar voorafgaand aan hun abortus een vorm van anticonceptie gebruikt.

Referenties en bronnen

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer