U bent hier

Omvang Soa, Hiv en Aids

Aantal soa-consulten gedaald

Voor het eerst sinds tien jaar daalt het aantal soa-consulten bij de huisarts en bij de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid. Het online aanbod van zelftesten neemt toe, maar blijkt niet altijd betrouwbaar.

  • De meeste soa-consulten vinden plaats bij de huisarts. In 2014 vonden daar naar schatting 270.000 soa-consulten plaats; een lichte daling ten opzichte van 2013. Ook het aantal soa diagnoses bij de huisarts daalde in 2014 licht. Voor sommigen blijkt het eigen risico, in combinatie met de kosten voor diagnostiek, een reden om af te zien van een soa-test bij de huisarts
  • In aanvulling op de huisarts kunnen hoog-risico groepen ook terecht bij de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid (soa polikliniek). In 2015 zijn daar ruim 136.000 soa-consulten uitgevoerd; een daling met 3 procent ten opzicht van 2014. Deze afname hangt samen met een instelling in 2015 van financieel plafond aan de regeling die soa-testen bij de GGD mogelijk maakt, gevolgd door een strengere selectie en meer verwijzingen naar de huisarts 
  • Het online aanbod van zelftesten voor soa’s neemt toe [1]. Websites bieden thuistesten aan (zelf afname en zelf aflezen) en laboratoriumtesten (zelfafname toegestuurd aan lab voor diagnose). Het RIVM schat in 2016 dat tussen de 40.000 en 60.000 zelftesten voor soa’s worden gebruikt. Een evaluatie van 20 aanbieders laat zien dat maar een beperkt deel van het aanbod betrouwbaar is. 

Laagdrempelig en kwalitatief goed aanbod van soa-testen en screening is belangrijk, omdat het opsporen van soa in een vroeg stadium verdere transmissie kan voorkomen en de kans op symptomen en ernstige complicaties vermindert door tijdige behandeling.

Aantal gevonden soa’s gestegen

Op de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid nam het aantal personen met een positieve soa-test toe van 15,5% in 2014 naar 17,2% in 2015. De meeste soa’s worden gevonden bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) met hiv, personen die gewaarschuwd werden voor een soa, laagopgeleiden en personen met klachten.

  • Chlamydia is ook in 2015 de meest gediagnosticeerde soa. In 2014 zijn bij de huisarts naar schatting 35.000  chlamydia infecties gevonden. In 2015 zijn op de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid 18.585 chlamydia infecties gevonden. Het aantal positieve testen steeg daar van 12,6% in 2014, naar 13,7% in 2015.  De meeste chlamydia infecties worden gevonden bij: jongeren (15-19 jaar), mensen afkomstig uit Suriname of de Antillen, mensen die eerder een soa hebben gehad, mensen met een lage opleiding en bij bekend hiv-positieve MSM.
  • LGV: In 2004 vond onder MSM in Nederland voor het eerst een uitbraak plaats van LGV; een agressieve variant van chlamydia. Na een daling in 2013 nam in 2015 op de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid het aantal gevonden gevallen van LGV weer toe tot 179. In de meeste gevallen betrof dit MSM, merendeels bekend hiv-positieve MSM.
  • Gonorroe: In 2014 zijn bij de huisarts naar schatting 6.700 gonorroe infecties gevonden. In 2015 zijn op de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid 5.391 gonorroe infecties gevonden. Dit aantal positieve testuitslagen is hoger dan in 2014.  De meeste infecties werden op de GGD gevonden bij hiv-positieve- vrouwen en -MSM en mensen die eerder voor gonorroe zijn gewaarschuwd.
  • Syfilis:  In 2015 zijn op de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid  942 gevallen van syfilis gevonden. In bijna alle gevallen bij MSM en in een derde van de gevallen bij hiv-positieve MSM. Met name onder bekend hiv-positieve MSM steeg het aantal positieve testuitslagen van 6,6% in 2014, naar 8% in 2015.
  • Hepatitis: Het aantal meldingen van  acute hepatitis B daalde in 2015 met 21% vergeleken met 2014. Op de GGD Centra voor Seksuele Gezondheid werden 99 hepatitis B infecties gevonden; een daling ten opzichte van 2014. Dit is wellicht het gevolg van de succesvolle hepatitis B vaccinatiecampagne gericht op risicogroepen als MSM en prostituees. Eind 2015 hebben meer dan 20.360 sekswerkers en 50.260 MSM  deelgenomen aan dit vaccinatieprogramma. Het aantal meldingen van acute hepatitis C is in 2015toegenomen met 34% vergeleken met 2014. Op de Centra voor Seksuele Gezondheid zijn 10 hepatitis C infecties gevonden, de meesten bij MSM. Niet alle GGD-en testen standaard op hepatitis C.

Teveel mensen met hiv niet bekend met infectie en te laat in zorg

In 2015 zijn rond de 900 nieuwe hiv-diagnoses gesteld; dit is een lichte daling in vergelijking met afgelopen jaren. In 2015 zijn op de GGD-soa poliklinieken 288 nieuwe hiv-diagnoses gesteld: 90% daarvan bij MSM.

  • Aan het eind van 2015 leven er naar schatting 22.900 mensen met hiv in Nederland. Daarvan zijn 20.083 bekend met hun hiv-infectie en gelinkt aan zorg. Dat betekent dat zo’n 2.800 mensen met hiv niet op de hoogte zijn van de eigen status. Dit is belangrijk omdat onderzoek heeft aangetoond dat de meeste hiv-transmissies plaatsvinden in de fase waarin de infectie nog niet bekend is.
  • Het percentage mensen met hiv dat te laat in zorg komt is 45%, waarvan 29% met een vergevorderde hiv-infectie of ziekten die horen bij aids. Dit is zorgelijk omdat we inmiddels uit onderzoek weten dat te laat beginnen met hiv-behandeling de levensverwachting van mensen met hiv verlaagt en kan leiden tot een hogere ziektelast en slechtere kwaliteit van leven.

In 2015 is er bij 16.456  mensen met hiv sprake van een succesvolle hiv-behandeling, die zorgt voor een ondetecteerbare viral load. Dit is niet alleen belangrijk uit oogpunt van de individuele gezondheid. Onderzoek heeft aangetoond dat bij een ondetecteerbare viral load verdere transmissie van hiv niet meer voorkomt.

Meer informatie

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer