U bent hier

Risicogroepen voor seksueel ongezond of riskant gedrag

 
  • jonge starters
  • laag opgeleide jongeren
  • jongeren voor wie het geloof erg belangrijk is
  • meisjes en vrouwen
  • mannen die seks hebben met mannen (MSM)
  • vluchtelingen
  • mensen afkomstig uit sommige niet-westerse groepen
 
  • mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking 
  • LHBT (lesbische vrouwen, biseksuele mannen en vrouwen en transgenders) 
  • drugsgebruikers 
  • prostituees en hun klanten 
  • swingers

Jongeren

Jongeren waaronder jonge starters, laag opgeleide jongeren, jongeren voor wie het geloof belangrijk is, jongeren uit sommige niet Westerse groepen en jongeren met verstandelijke of lichamelijke beperking.

  • Jongeren die op jonge leeftijd seksueel actief worden, kwetsbare en risicozoekende jongeren lopen in het algemeen meer seksuele risico’s.
  • Jonge starters lopen een groter risico op seksuele grensoverschrijding. Voor de meiden voor wie de eerste keer met 13 jaar of eerder plaatsvond werd 33% hiertoe overgehaald of gedwongen. Jongens die met 13 jaar of jonger voor het eerst geslachtsgemeenschap hadden, zeggen relatief vaak dat ze dachten dat iedereen het al gedaan had. Hier lijkt sociale druk een iets grotere rol te spelen dan bij oudere jongens.
  • Jonge vrouwen hebben meer kans op seksueel geweld dan vrouwen op oudere leeftijd.
  • Christelijke jongeren voor wie het geloof erg belangrijk is, zeggen iets vaker dat ze bij hun eerste geslachtsgemeenschap werden overgehaald of gedwongen dan andere jongeren. Ook hebben Christelijke jongens voor wie het geloof erg belangrijk is relatief vaak ervaring met gedwongen of ongewilde seks.
  • Islamitische jongens en meisjes en christelijke meisjes voor wie het geloof erg belangrijk is vormen een risicogroep ten aanzien van ongewenste zwangerschap en abortus. Zij gebruiken vaker geen anticonceptie bij de eerste geslachtsgemeenschap en ook vaker geen anticonceptie met de laatste partner.
  • Binnen relaties stoppen jongeren (te) snel met het gebruik van condooms: een op de vijf jongens en een op de drie meiden geeft aan dat ze alleen in het begin van de relatie condooms gebruikten. Ongeveer 40% van de bezoekers van de soa-poliklinieken van de GGD zijn jonger dan 25 jaar. 83% van alle abortussen onder tieners wordt uitgevoerd onder 17-, 18- en 19-jarigen.
  • Laagopgeleide en niet-westerse seksueel actieve jongeren lopen een hoger risico op seksuele gezondheidsproblemen.
  • Jonge meiden (15 t/m 19 jaar) van Surinaamse en Antilliaanse herkomst hebben een grotere kans op een ongewenste zwangerschap en abortus dan meiden van Nederlandse herkomst.
  • Jongeren met een verstandelijke of lichamelijke beperking of verminderde weerbaarheid lopen meer risico op seksueel geweld, dwang of overhalen.

      (Bron: Seks onder je 25e [1])

Vrouwen

  • Vrouwen en meisjes zijn vaker slachtoffer van vormen van seksuele grensoverschrijding, dwang of overhalen dan mannen en jongens.
  • Mannen en jongens zijn vaker pleger van seksueel geweld. De meeste plegers zijn bekenden van het slachtoffer.

Mannen die seks hebben met mannen

Mannen die seks hebben met mannen (MSM) lopen een verhoogd risico op hiv, andere soa’s en seksuele dwang. Met name onder homomannen met hiv vindt een stapeling van risico’s en kwetsbaarheden plaats. Die risico’s zijn niet alleen het gevolg van individueel gedrag, maar ook van biologische factoren (verhoogde kwetsbaarheid bij anale seks), netwerkfactoren (sterke clustering seksuele contacten) en subculturele factoren (uitgebreide voorzieningen voor vinden en beleven seksueel contact).

Mensen afkomstig uit niet Westerse groepen

  • Migrantengroepen, vluchtelingen, asielzoekers en nieuwkomers uit Afrikaanse, Oost- Europese en Zuid-Amerikaanse landen lopen een hoger risico op een soa/hiv-infectie, ongewenste zwangerschap, (herhaalde) abortus en seksuele uitbuiting. In sommige groepen is er meer risico op genitale verminking/vrouwenbesnijdenis, uithuwelijking, eergerelateerd geweld of kindbruiden. Lees meer over vluchtelingen en seksuele gezondheid
  • Mensen afkomstig uit Suriname of de Antillen lopen een hoger risico op soa/hiv infectie, ongeplande zwangerschap en abortus.
  • De verhoogde risico’s binnen deze groepen worden veroorzaakt door een combinatie van individueel gedrag, culturele normen (tradities) en demografische factoren (soa/hiv endemische gebieden, lage sociaal economische status, illegaliteit)

Mensen met een verstandelijke beperking en/of lichamelijke beperking

  • Kinderen, jongeren en volwassenen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek zijn extra kwetsbaar in hun seksuele ontwikkeling. Zij lopen een groter risico op (ernstige) vormen van seksuele grensoverschrijding dan mensen zonder een beperking. Vrouwen met een beperking die in hun jeugd zijn misbruikt lopen nog eens een verhoogd risico op fysieke seksuele grensoverschrijding. Vrouwen met een verstandelijke beperking of lichamelijke beperking hebben vaker een verkrachting meegemaakt dan mensen zonder beperking.
  • Mensen die door hun beperking afhankelijk zijn van zorg van anderen, zijn vaak minder weerbaar. Zij krijgen minder ruimte om te experimenteren met seksueel gedrag, seksueel gedrag wordt niet altijd adequaat geduid of informatie is niet toegesneden op de doelgroep. Sociale isolatie en een negatief zelfbeeld zorgen voor behoefte aan aandacht en waardering. Hierdoor zijn ze extra kwetsbaar voor seksuele grensoverschrijding en seksueel misbruik.
  • Mensen met een verstandelijke beperking hebben minder cognitieve vermogens om situaties adequaat in te schatten en gevolgen van gedrag te overzien, ze beschikken over beperkte communicatieve en sociale vaardigheden en zijn verminderd weerbaar. Hierdoor lopen zij ook een groot risico op ongeplande/ongewenste zwangerschap en soa.

LHBT (lesbische vrouwen, biseksuele mannen en vrouwen en transgenders)

  • Binnen de LHBT groepen is een grote diversiteit in aard en omvang van seksuele gezondheidsproblematiek. Wel is duidelijk dat zij een verhoogd risico lopen op seksueel grensoverschrijdend gedrag in vergelijking met heteroseksuelen.
  • Binnen de LHBT groep lopen met name biseksuele vrouwen en transgenders een verhoogd risico op fysieke seksuele grensoverschrijding.
  • Stress veroorzaakt door hun minderheidsstatus, kan ten grondslag liggen aan de seksuele problematiek in de LHBT-groep. Minderheidsstress is vaak de oorzaak van psychische problematiek zoals depressie en middelengebruik. Bij transgenders spelen ook incongruentie tussen zelfbeeld, lichaam en genderrol en daarmee samenhangend een laag zelfbeeld een rol (Bron: Wereld van verschil, onderzoek naar seksuele gezondheid van LHBT).

Druggebruikers

  • Intraveneuze druggebruikers lopen door het gebruik van drugs voor of tijdens de seks risico op twee manieren: door overdracht van infecties via gebruikte injectienaalden en door de invloed van drugs op het gedrag is er meer kans op onveilig seksgedrag, met een soa/hiv-infectie of ongewenste zwangerschap tot gevolg.
  • Het recreatief gebruik van (niet intraveneuze) drugs voor of tijdens de seks is inmiddels een negatieve invloed op de seksuele gezondheid van jongeren, MSM en swingers.

Prostituees en hun klanten

Prostituees en hun klanten lopen een verhoogd risico op een soa/hiv vanwege het hoge aantal wisselende contacten. Bovendien lopen prostituees meer risico op seksueel geweld en een ongewenste zwangerschap.

Swingers

Swingers zijn doorgaans heteroseksuele stellen die aan partnerruil doen en seks hebben met andere stellen. Een combinatie van onveilig seksueel gedrag, druggebruik en hechte seksuele netwerken (speciale swinger clubs) zorgt ervoor dat zij een verhoogd risico lopen op hiv en andere soa’s.

Meer informatie

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer