U bent hier

Prostitutiewetgeving

In oktober 2000 is het algemeen bordeelverbod geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht. Deze wetswijziging was vooral bedoeld om de vrijwillige prostitutie beter te kunnen reguleren en om misstanden (waaronder mensenhandel) beter te kunnen aanpakken. De wetswijziging betekende decentralisatie van het prostitutiebeleid. Er zijn echter ook nadelen verbonden aan de wetswijziging: door decentralisatie naar lokaal niveau zijn er aanwijsbare verschillen ontstaan tussen gemeenten, regio’s en grote en kleine gemeenten. De verschillen zitten in het verlenen van vergunningen, handhaving en uitvoering van het beleid.

Variatie in handhavingsbeleid

Er is veel variatie zichtbaar in het handhavingsbeleid tussen regio’s. Als gevolg hiervan is te zien dat bijvoorbeeld in een stad waar het vergunningenbeleid geregeld is, de politie nauwelijks meer misstanden tegenkomt. Daarentegen verplaatsen de misstanden zich naar dorpen eromheen, waar het vergunningenbeleid niet geregeld is. Binnen de politieregio’s zijn er aanzienlijke verschillen in de handhaving praktijken, bijvoorbeeld vanwege prioriteitstelling.

Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche

Artikel 151a van de gemeentewet regelt dat de gemeente een verordening kan vaststellen met voorschriften voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Justitie hebben, in afstemming met de andere betrokken departementen, een wetsvoorstel voor de regulering van prostitutie en bestrijding van misstanden in de seksbranche ingediend bij de Tweede Kamer. De voortzetting van de plenaire behandeling door de Eerste Kamer vindt in 2013 plaats. Deze behandeling is in afwachting van een novelle van de Minister van Justitie, die eerst aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. De Minister streeft ernaar dat de nieuwe wet per 1 juli 2014 in werking treedt.

Regulering voor alle vormen van prostitutie

Om illegale prostitutie en misstanden tegen te gaan, zijn in het wetsvoorstel verschillende maatregelen voorgesteld: een uniform vergunningenstelsel voor seksbedrijven, een registratieplicht voor prostituees en een ‘vergewis plicht’ voor klanten van prostituees. Tegen de laatste twee maatregelen heeft de Eerste Kamer bezwaar aangetekend. De Minister van Justitie heeft toegezegd met een novelle tegemoet te komen aan de bezwaren van de Eerste Kamer. Met dit wetsvoorstel wordt de vergunningverlening door gemeenten nader geüniformeerd. Het voorstel bevat ook een optie om geen bordelen binnen de gemeente toe te laten (nuloptie). Prostituees moeten minimaal 21 jaar zijn. Daarnaast wordt de taakverdeling tussen gemeenten en politie verduidelijkt.

Afdrukken:

Via printer