U bent hier

Wettelijk en beleidskader seksuele gezondheid

Het landelijk kader seksuele gezondheid geeft opdrachten, richting en ondersteuning aan het lokaal beleid en de lokale uitvoering, maar is geen vervanging van de lokale verantwoordelijkheden. Binnen het kader van wettelijke taken, beleidsmatige uitdagingen en ondersteuningsmogelijkheden, kan de gemeente de lokale investering op seksuele gezondheid concreet maken. 

Taken van de overheid

De overheid ziet voor zichzelf de volgende taken weggelegd bij de bevordering van seksuele gezondheid:

  • Bevorderen van voorlichting en seksuele vorming.
  • Stimuleren van goede, laagdrempelige en betaalbare voorzieningen en zorg.
  • Bestraffen en beschermen.

Wet- en regelgeving

Er zijn verschillende landelijke wetten en vormen van landelijke ondersteuning die relevant zijn voor het bevorderen van seksuele gezondheid op lokaal niveau:

Wet publieke gezondheid

De gemeente heeft een wettelijke gezondheidsbevorderende taak. In de Wet publieke gezondheid (Wpg) staat dat het college van B&W voor de uitvoering van de publieke gezondheidszorg de volgende taken heeft:

  • het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen (artikel 2.2 c).
  • het bijdragen aan de opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering (artikel 2.2 d).
  • het bevorderen van technische hygiënezorg (artikel 2.2 f).
  • zorgdragen voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg (artikel 5a).
  • zorgdragen voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder het nemen van algemene preventieve maatregelen en het bestrijden van seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing (artikel 6).

Jeugdgezondheidszorg

Taken bij de jeugdgezondheidszorg die relevant kunnen zijn voor de bevordering van seksuele gezondheid:

  • het volgen van de seksuele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen tot 19 jaar.
  • het tijdig signaleren van seksuele problemen of bedreigende situaties en factoren.
  • het geven van voorlichting en advies.
  • het bieden van begeleiding.
  • het kunnen verwijzen bij problemen.

Taken bestrijding van soa/hiv

  • surveillance
  • beleidsadvisering
  • preventie
  • bron- en contactopsporing
  • netwerk- en regiefunctie
  • outbreakmanagement (snelle reactie op plotselinge uitbraken van infecties)
  • onderzoek

Deskundigheid GGD

Veel van deze taken worden uitgevoerd door een GGD. De gemeente draagt daarbij de verantwoordelijkheid (artikel 15) om ervoor te zorgen dat de gemeentelijke gezondheidsdienst beschikt over deskundigen op de volgende terreinen:

  • sociale geneeskunde
  • epidemiologie
  • sociale verpleegkunde
  • gezondheidsbevordering
  • gedragswetenschappen

Wet maatschappelijke ondersteuning

Uitvoering van de Wmo is een taak van de gemeente. De taken zijn in 2016 opnieuw benoemd. Accent ligt o.a. op bevordering leefbaarheid en sociale samenhang, participatie van mensen met een beperking of psychisch probleem, informatie, advies en clientondersteuning, maatschappelijke povang en preventieve ondersteuning van jeugdigen met problemen. Het beleid voor de opvang na ervaringen of dreigingen met seksueel geweld in huiselijke kring valt onder het prestatieveld ‘maatschappelijke opvang’, waaronder vrouwenopvang. Ook de opvang en begeleiding van tienermoeders en tienerzwangerschappen valt onder dat prestatieveld. Binnen het prestatieveld ‘opvoedingsondersteuning’ kan seksualiteit een onderdeel zijn van de begeleiding. Jeugdigen met meervoudige problematiek en/of een instabiele en verwaarloosde jeugd, zijn extra kwetsbaar voor seksuele risico's op latere leeftijd. 

Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Deze Wet(externe link) (Officiëlebekendmakingen.nl) verplicht organisaties om een meldcode in de eigen organisatie te implementeren en het gebruik en kennis hiervan te bevorderen. Vanaf 1 juli 2013 zijn beroepskrachten verplicht deze meldcode te gebruiken bij signalen van geweld.

Het doel van de wet is dat professionals sneller en adequater ingrijpen bij vermoedens van huiselijk geweld of (seksuele) kindermishandeling.

Plicht om meldcode te hanteren

Organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, justitie en politie zijn verplicht om een meldcode te hanteren voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Hieronder valt ook vrouwelijke genitale verminking, eergerelateerd geweld, seksueel geweld en ouderenmishandeling. Het ministerie van VWS ondersteunt daarbij met onder andere het basismodel van de meldcode, dat een stappenplan voor professionals bevat.

Lees verder: Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Zedelijkheidswetgeving

Welk seksueel gedrag wettelijk strafbaar is, staat beschreven in de artikelen 239 tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht, onder titel XIV ’Misdrijven tegen de Zeden’(externe link) (Wetboekonline.nl) en artikel 273f Sr (mensenhandel) onder ‘Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Dit geldt voor verkrachting, aanranding, sextinggrooming, jeugdprostitutie, plegen van ontucht, seks hebben met een kind jonger dan 16 jaar. De taak van de gemeente ligt vooral in het voorlichten, opvangen en beschermen van burgers en het signaleren van seksueel geweld. Het is van belang dat alle burgers melding en aangifte kunnen doen van seksueel geweld bij de politie.

Politie draagt zorg voor verwijzing naar opvang

De politie draagt, naast de opsporingstaak, ook zorg voor een eerste opvang en verwijst desgewenst naar specialistische zorg. Een integrale, samenhangende aanpak staat daarbij centraal. Een gemeente kan aparte afspraken maken over de registratie van seksuele geweldsproblemen zoals loverboys, mensenhandel, cyberseks, kinderporno, sexting en dergelijke. Vaak hebben grotere gemeenten ook een zorgcoördinator en een zorgnetwerk voor deze problemen.

Prostitutiewetgeving

In oktober 2000 is het algemeen bordeelverbod geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht. Deze wetswijziging was vooral bedoeld om de vrijwillige prostitutie beter te kunnen reguleren en om misstanden (waaronder mensenhandel) beter te kunnen aanpakken. De wetswijziging betekende decentralisatie van het prostitutiebeleid met als nadeel dat er aanwijsbare verschillen ontstaan tussen gemeenten, regio’s en grote en kleine gemeenten. De verschillen zitten in het verlenen van vergunningen, handhaving en uitvoering van het beleid.

 

 

Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche

Artikel 151a van de gemeentewet regelt dat de gemeente een verordening kan vaststellen met voorschriften voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Justitie hebben, in afstemming met de andere betrokken departementen, een wetsvoorstel voor de regulering van prostitutie en bestrijding van misstanden in de seksbranche ingediend bij de Tweede Kamer. Lees verder over het wetsvoorstel voor de regulering van prostitutie en bestrijding van misstanden in de seksbranche

Na indiening in 2009 kent de behandeling van dit wetsvoorstel een lang en ingewikkeld verloop. Om illegale prostitutie en misstanden tegen te gaan, zijn in het wetsvoorstel verschillende maatregelen voorgesteld: een uniform vergunningenstelsel voor seksbedrijven, een registratieplicht voor prostituees en een 'vergewisplicht' voor klanten van prostituees. Tegen de laatste twee maatregelen heeft de Eerste Kamer bezwaar aangetekend. De Minister van Justitie heeft toegezegd met een novelle tegemoet te komen aan d e bezwaren van de Eerste Kamer. Met deze novelle wordt de registratieplicht voor prostituees en de vergewisplicht voor klanten uit het wetsvoorstel gehaald en wordt de minimumleeftijd van 21 jaar voor prostitutie opgenomen in de wet. Deze novelle is in 2016 aangenomen door de Tweede Kamer, maar moet nog behandeld worden in de Eerste Kamer. Inmiddels heeft het nieuwe kabinet Rutte III in het regeerakkoord aangekondigd alsnog de registratieplicht en een pooierverbod op te willen nemen in de wet. Aandachtspunten bij deze wet zijn de gevolgen die maatregelen kunnen hebben voor de kwetsbaarheid van sekswerkers en voor een verminderde toegang tot hulp- en zorgverleners. 

Beleidskaders

Voor lokaal beleid over seksuele gezondheid zijn landelijke beleidskaders relevant, die elkaar aanvullen:

 

Beleidsbrief Seksuele gezondheid

In 2009 heeft het ministerie in de beleidsbrief Seksuele gezondheid een samenhangende visie gegeven op beleid dat bijdraagt aan de preventie van seksueel geweld, onbedoelde (tiener)zwangerschap en soa/hiv (Human immunodeficiency virus). Daarnaast wil de overheid de seksuele gezondheid van iedereen (en kwetsbare groepen in het bijzonder) behouden en waar wenselijk bevorderen.

Lees verder: Beleidsbrief Seksuele gezondheid.

Kerndoelen onderwijs

Seksualiteit en seksuele diversiteit is expliciet opgenomen in het kerndoel voor het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. Het verplicht scholen om daadwerkelijk aandacht te besteden aan relationele en seksuele vorming. Dit bevordert een respectvolle omgang met seksualiteit, vergroot de seksuele weerbaarheid en kan discriminatie en pesten op grond van seksuele diversiteit tegengaan.

Basisonderwijs kerndoel 38

“De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit in de samenleving, waaronder seksuele diversiteit”.

Onderbouw Voortgezet Onderwijs kerndoel 43

“De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leer respectvol om te gaan met seksualiteit en diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit".

Lees verder: Wijziging kerndoelen onderwijs op het gebied van seksuele diversiteit.

Voorbeeld: koppeling seksuele vorming aan sociale veiligheid en meldcode

GGD Hollands Midden maakt het voor scholen makkelijker om in een klap aan meerdere verplichtingen te voldoen. In de afgelopen jaren zijn wetswijzigingen in het onderwijs doorgevoerd. Scholen moeten verplicht werken volgens de wet Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling en de Wet Sociale Veiligheid. Ook moeten ze invulling geven aan de kerndoelen seksualiteit en seksuele diversiteit. Lees meer

Tip: school zorgt voor sociaal veilig klimaat

Een school kan zorg dragen voor een sociaal veilig klimaat door een visie en beleid te ontwikkelen op seksualiteit en seksuele diversiteit, met elkaar toe te zien op handhaving van gedragsregels, docenten toe te rusten in onderwijs over seksuele vorming en adequaat leren reageren op seksueel ongewenst gedrag.

Landelijke subsidieregelingen en ondersteuning

Gemeenten kunnen gebruik maken van landelijke subsidieregelingen en van landelijke ondersteuning. Beiden zijn bedoeld als aanvulling en niet als vervanging van de gemeentelijke verantwoordelijkheden.

Subsidieregeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG)

Dit is een wettelijke subsidieregeling van het Ministerie van VWS. Deze regeling is per 1 januari 2012 ontstaan door integratie van de eerdere regelingen Aanvullende Curatieve Soa-bestrijding (ACS, start 2006) en de Aanvullende Seksualiteitshulpverlening (ASH, start 2008).

De aanvullende regeling Seksuele gezondheid is een aanvulling op:

  • het aanbod binnen de reguliere zorg (huisartsen en specialisten)
  • de collectieve preventietaken (gemeente, GGD, andere instellingen).

Van gemeenten wordt dus verwacht dat ze in aanvulling op deze regeling activiteiten ondernemen waarmee de seksuele gezondheid verder wordt bevorderd.

Het aanvullende aanbod bestaat uit twee onderdelen:

  • GGD-soa poliklinieken voor hoog risicogroepen die via de reguliere zorg (vooralsnog) moeilijk bereikt worden en die een verhoogd risico op soa hebben door gedrag en/of sociale kwetsbaarheid.
  • Sense spreekuren (en out reach activiteiten) voor jongeren tot 25 jaar voor vragen over seksualiteit. Naast de spreekuren kunnen jongeren mailen of chatten met de Sense.infolijn of voor informatie gebruik maken van de website Sense.info(externe link).

Deze aanvullende hulpverlening is gratis, laagdrempelig en anoniem.

De uitvoering is belegd bij 8 coördinerende GGD-en die gezamenlijk een landelijk netwerk vormen. De landelijke coördinatie en uitvoering van de regeling is door het Ministerie van VWS belegd bij het RIVM-Centrum voor Infectieziektebestrijding. Onderdeel van de landelijke coördinatie is een uniform registratie- en kwaliteitssysteem.

Voor gemeentelijk beleid op seksuele gezondheid biedt deze regeling een paar voordelen:

  • Financiering voor een deel van de lokale uitvoering. De regeling vervangt echter niet de gehele lokale uitvoering, maar biedt als het ware een ruggengraat aan uitvoering gericht op hoog risicogroepen en kwetsbare groepen.
  • Coördinatie binnen de regio. Gemeenten kunnen voor coördinatie aansluiten bij de coördinatie voor de Soa-Sense regio’s en zo zorg dragen voor betere afstemming, samenwerking en krachten bundelen.
  • Bron van informatie over lokale problemen met seksuele gezondheid.

Overzicht landelijke ondersteuning

Organisaties

  • Rutgers: kenniscentrum op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.
  • Soa Aids Nederland: expertisecentrum gericht op hiv/aids en andere soa.
  • MOVISIE: kennisinstituut voor maatschappelijke ontwikkeling, onder andere rond het thema huiselijk en seksueel geweld.
  • Pharos: adviescentrum migranten, vluchtelingen en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.
  • Partnership Aanpak Seksueel Geweld: samenwerkingsverband van organisaties om preventie en aanpak van seksueel geweld een impuls te geven.
  • Hiv Vereniging Nederland: patiëntenvereniging, experts in leven met hiv.
  • Mainline: expertisecentrum druggebruik onder andere in relatie tot seksuele gezondheid.
  • COC: federatie van Nederlandse Verenigingen tot integratie van homoseksualiteit.
  • Fiom: biedt ondersteuning bij vraagstukken rond onbedoelde zwangerschap, abortus, zwangerschapsverlies en ongewenste kinderloosheid.

Websites

Ondersteuning

Wilt u meer informatie of advies op het gebied van gemeentelijk beleid voor seksuele gezondheid? Neem dan contact op met de GGD (Ggd.nl) van uw gemeente. Ook kunt u contact opnemen met Rutgers via office@rutgers.nl  of 030 231 34 31, of met Soa Aids Nederland via beleid@soaaids.nl of 020 626 26 69.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer