U bent hier

Cijfers en feiten sport en bewegen

Voor het maken van sport- en beweegbeleid, heeft u onder andere cijfers en feiten nodig. Door de regionale of lokale situatie in beeld te brengen, kunt u onderbouwd prioriteiten stellen en gericht doelgroepen kiezen.

Huidige situatie sport en bewegen

In 2015 voldeed 55% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Het verschil tussen vrouwen (54%) en mannen (56%) is hierbij minimaal. Ongeveer de helft (53%) van de Nederlanders van 12 jaar en ouder deed in 2015 wekelijks aan sport. Mannen (55%) sporten iets vaker dan vrouwen (51%). Vanaf twintig jaar en ouder neemt het aantal mensen dat wekelijks sport af met de leeftijd. In 2015 brachten Nederlanders van 4 jaar en ouder dagelijks gemiddeld 8,7 uur zittend door. Mannen zitten dagelijks gemiddeld iets langer dan vrouwen. Nederlandse jongeren (12 tot 20 jaar) zitten dagelijks gemiddeld het meest.

Lees verder op Volksgezondheidenzorg.info

Trends sport en bewegen

Nederlanders zijn meer gaan bewegen afgelopen tien jaar. Sinds 2001 is het aandeel van de Nederlandse 55-plussers dat voldoende beweegt volgens de NNGB en de combinorm licht gestegen. Voor de 18-54 jarigen is het aandeel dat voldoet aan de NNGB en de combinorm stabiel. Het percentage sporters in Nederland is de laatste jaren redelijk stabiel en schommelt rond de 65%. Het percentage inactieve volwassenen is gedaald van 9% in 2000 naar 3,5% in 2011.

Lees verder op volkgezondheidenzorg.info

Bevolkingsgroepen sport en bewegen

Mensen met een andere herkomst dan Nederland voldoen iets minder vaak aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) en aan de fitnorm dan mensen die uit Nederland komen.  Niet-westerse migranten voldoen minder vaak aan de NNGB (42% in 2009) dan westerse migranten (58% in 2009).

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Gezondheidsgevolgen sport en bewegen

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen. Daarnaast is het zo dat de mensen die het minst actief zijn over het algemeen het grootste risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Jaarlijks zijn er circa 3,7 miljoen sportblessures, waarvan iets minder dan 40% medisch wordt behandeld. Voldoende bewegen is ook gunstig voor bepaalde chronische aandoeningen.

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Sporten en bewegen ook op andere vlakken effectief

Sport zorgt behalve voor een betere gezondheid ook voor meer zelfvertrouwen en kan zelfs bijdragen aan een hoger salaris. Het Human Capital Model (Bailey et al. 2013) geeft een overzicht van deze en nog vele andere effecten van sport en bewegen en de mate waarin deze wetenschappelijk onderbouwd zijn.  

Regionale en internationale verschillen Sport en bewegen

Op volksgezondheidenzorg.info vindt u informatie over de mate waarin mensen voldoen aan de

  • Beweegnormen: per GGD regio, per gemeente, bij mensen met een chronische aandoening per GGD- regio, bij mensen met een motorische beperking per GGD-regio
  • Fitnorm: per GGD regio, per gemeente
  • Combinorm (de optelsom van de NNGB en de fitnorm; iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij aan tenminste aan één van de beide normen voldoet): per GGD regio, per gemeente
  • Wekelijkse sporters: per GGD regio, per gemeente, met een chronische aandoening per GGD- regio, met een motorische beperking per GGD-regio
  • Internationaal: internationale verschillen in beweeggedrag, in beweeggedrag van jongeren, in inactiviteit, in inactiviteit jongeren

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Probleemanalyse sport en bewegen: lokale situatie in beeld

Om een goed beeld te krijgen van de lokale situatie is het van belang om te weten in welke mate er gesport en bewogen wordt en onder welke bevolkingsgroepen er (on)voldoende bewogen wordt. Hiermee kunt u prioriteiten kiezen en doelstellingen voor beleid opstellen. Lees meer over lokale probleemanalyse

Definities

Om de cijfers en feiten goed te kunnen interpreteren is het belangrijk de definities van bepaalde begrippen helder voor ogen te hebben:

Lichamelijke activiteit

Volksgezondheidenzorg.info gebruikt een ruime definitie van lichamelijke activiteit: ‘elke krachtsinspanning van skeletspieren resulterend in méér energieverbruik dan in rustende toestand.’ Lichamelijke activiteit is in te delen naar:
  • Het type activiteit (bijvoorbeeld: fietsen of zwemmen).
  • De intensiteit waarmee iemand een activiteit verricht (bijvoorbeeld: licht intensief bewegen zoals rustig wandelen, of intensief bewegen zoals hardlopen).
  • De setting waarin iemand een activiteit uitvoert (bijvoorbeeld: werk, huishouden, vrije tijd of transport).

Beweegnormen

Wanneer voldoet iemand aan de minimale hoeveelheid lichaamsbeweging die nodig is voor een goede gezondheid? Om dat te bepalen zijn verschillende normen vastgesteld, die verschillen per doelgroep ([1]).
  • De Nederlands Norm Gezond Bewegen (NNGB) geeft aan hoeveel iemand minimaal ‘matig intensief’ moet bewegen om gezondheidswinst te behalen. In het algemeen geldt voor kinderen een norm van 60 minuten per dag en voor volwassenen een norm van 30 minuten op minimaal 5 dagen per week.
  • De fitnorm geeft aan hoe vaak en hoe lang iemand intensief moet bewegen om de cardiovasculaire conditie op peil te houden (hart, bloedvaten en longen): minimaal 3 keer per week 20 minuten zwaar intensief bewegen.

De combinorm is een combinatie van de NNGB en de fitnorm. Wie één van beide normen of beide normen haalt, voldoet aan de combinorm en beweegt genoeg voor een goede gezondheid.

Voor 65-plussers geldt ook de ‘krachtnorm’: minimaal 2 keer per week krachtoefeningen om de fysieke conditie op peil te houden en beperkingen te voorkomen.

Sedentair gedrag

Steeds meer mensen brengen een groot deel van hun dagelijks leven zittend door. Bij activiteiten met een laag energieverbruik in combinatie met een zittende of liggende houding (niet slapend) is sprake van sedentair gedrag. Voorbeelden zijn televisie kijken, computeren, zitten op school of op het werk.

Lichamelijke inactiviteit (onvoldoende bewegen) en sedentair gedrag zijn twee verschillende begrippen met (deels) verschillende determinanten. Interventies die ontwikkeld zijn om mensen meer te laten bewegen, zijn niet (of minder) effectief in het verminderen van sedentair gedrag. Daarbij lijkt sedentair gedrag een risicofactor voor een verhoogde mortaliteit en morbiditeit, onafhankelijk van de mate van lichamelijke activiteit ([2]; [3]; [4] ). Dit betekent dat een fanatieke sporter die driemaal per week uren lang intensief traint maar op het werk en thuis vooral zit, toch een verhoogd risico heeft op gezondheidsproblemen.

Normen sedentair gedrag

Er is nog geen internationaal gangbare norm voor sedentair gedrag. Alleen voor 4- tot en met 11-jarigen bestaat een internationale richtlijn: niet meer dan 2 uur per dag computeren of tv kijken in de vrije tijd ([5]; [6]). Wel hebben verschillende landen, zoals Australië, Canada en Groot-Brittannië, recent de potentiële gezondheidsrisico’s van sedentair gedrag expliciet in hun beweegrichtlijnen opgenomen. In deze landen krijgen mensen van alle leeftijden het advies om langdurig zitten te beperken ([7])

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer