U bent hier

Cijfers en feiten sport en bewegen

Voor het maken van sport- en beweegbeleid, heeft u onder andere cijfers en feiten nodig. Door de regionale of lokale situatie in beeld te brengen, kunt u onderbouwd prioriteiten stellen en gericht doelgroepen kiezen.

Huidige situatie sport en bewegen

In 2016 voldeed 55% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Mannen (57%) voldeden in 2016 iets vaker aan de NNGB dan vrouwen (53%). In 2016 deed 54% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder wekelijks of vaker aan sport. Mannen (55%) sporten iets vaker dan vrouwen (52%). Nederlandse jongeren (12 -20 jaar) sporten het meest (70%). Het percentage laagopgeleiden (56%) dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen is iets lager dan het percentage middelbaar (58%) en hoogopgeleiden (61%). Hetzelfde geldt voor de combinorm. Verschillen zijn echter minimaal. Qua zitgedrag brachten Nederlanders van 4 jaar en ouder in 2015 (meest recente cijfers) dagelijks gemiddeld 8,7 uur zittend door. Mannen zitten dagelijks gemiddeld iets langer dan vrouwen. Nederlandse jongeren (12 tot 20 jaar) zitten dagelijks gemiddeld het meest. Lees verder op Volksgezondheidenzorg.info

Belemmeringen en drijfveren om te sporten en bewegen

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bracht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) eind 2016 in kaart welke belemmeringen en drijfveren mensen ervaren om (meer) te gaan sporten en bewegen. Lees het volledige rapport. Bekijk ook de belemmeringen en drijfveren om (meer) te gaan sporten van de doelgroepen: ouderenmensen met een chronische ziektemensen met een lichamelijke beperkingmigrantenlage SES en mensen met een verstandelijke handicap.

Trends Sport en bewegen

Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van sportbeleid? Welke maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden dit beleid? En welke trends zijn er zichtbaar bij sporters? Trendspotter Sport en Bewegen geeft als interactief netwerkmodel inzicht in deze vragen.

De Sport Toekomstverkenning 'Een sportiever Nederland' schetst een beeld welke maatschappelijke veranderingen de sport in Nederland beïnvloeden? Waar gaat het heen met de sport tussen nu en 2040? Welke kansen, maar ook keuzes biedt dit voor de sportsector en het sportbeleid? Het werkt een viertal perspectieven uit: Door Vriendschap Verenigd, Voel je Fit, Naar de top en Leef Mee. Gemeenten maken beleidskeuzes binnen deze perspectieven. 

Gezondheidsgevolgen sport en bewegen

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen. Daarnaast is het zo dat de mensen die het minst actief zijn over het algemeen het grootste risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Jaarlijks zijn er circa 3,7 miljoen sportblessures, waarvan iets minder dan 40% medisch wordt behandeld. Voldoende bewegen is ook gunstig voor bepaalde chronische aandoeningen.

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info en in deze factsheet leest u meer over de gevolgen van zitgedrag op gezondheid.

Sporten en bewegen ook op andere vlakken effectief

Sport zorgt behalve voor een betere gezondheid ook voor meer zelfvertrouwen en kan zelfs bijdragen aan een hoger salaris. Het Human Capital Model (Bailey et al. 2013) geeft een overzicht van deze en nog vele andere effecten van sport en bewegen en de mate waarin deze wetenschappelijk onderbouwd zijn.

Sport en bewegen kan leiden tot diverse positieve (maar soms ook negatieve) effecten. De economische waarde van die effecten is echter veelal onbekend. Het rapport ‘De sociaaleconomische waarde van sport en bewegen’ geeft een indicatie van de baten en lasten indien een (gemiddelde) Nederlander blijvend gaat sporten en bewegen.

Regionale en internationale verschillen Sport en bewegen

Op volksgezondheidenzorg.info vindt u informatie over de mate waarin mensen voldoen aan (de)

  • beweegnormen: per GGD regio, per gemeente, bij mensen met een chronische aandoening per GGD- regio, bij mensen met een motorische beperking per GGD-regio
  • fitnorm: per GGD regio, per gemeente
  • combinorm (de optelsom van de NNGB en de fitnorm; iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij aan tenminste aan één van de beide normen voldoet): per GGD regio, per gemeente
  • wekelijkse sporters: per GGD regio, per gemeente, met een chronische aandoening per GGD- regio, met een motorische beperking per GGD-regio
  • internationaal: internationale verschillen in beweeggedrag, in beweeggedrag van jongeren, in inactiviteit, in inactiviteit jongeren

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Probleemanalyse sport en bewegen: lokale situatie in beeld

Om een goed beeld te krijgen van de lokale situatie is het van belang om te weten in welke mate er gesport en bewogen wordt en onder welke bevolkingsgroepen er (on)voldoende bewogen wordt. Hiermee kunt u prioriteiten kiezen en doelstellingen voor beleid opstellen. Lees meer over lokale probleemanalyse

Nieuwe beweegrichtlijnen 

Nederland kende drie normen voor gezond bewegen: de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, die adviseerde op minstens vijf dagen per week minimaal een half uur matig intensief te bewegen door bijvoorbeeld stevig door te lopen; de Fitnorm die aangaf op minstens drie dagen per week minimaal twintig minuten zwaar intensief te bewegen door bijvoorbeeld hard te lopen; en de Combinorm, waarvoor je aan de beweegnorm en/of fitnorm moest voldoen.

De Gezondheidsraad heeft aan de minister van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) advies uitgebracht over nieuwe beweegrichtlijnen. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op een uitgebreide analyse van al het bestaande onderzoek naar de gezondheidseffecten van bewegen. Deze analyse benadrukt wederom het belang van bewegen. En toont ook weer de negatieve effecten aan van langdurig en veel zitten. Op basis van de gevonden resultaten, zijn de nieuwe beweegrichtlijnen opgesteld. Lees meer over de nieuwe beweegrichtlijnen.
 

Beweegrichtlijn volwassenen en ouderen

De beweegrichtlijn voor volwassenen en ouderen is als volgt:
  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.
  • Voorkom veel stilzitten.

Lees ook het artikel over het nieuwe advies voor ouderen.

Beweegrichtlijn kinderen 4-18 jaar

Voor kinderen van 4 tot 18 jaar geldt de volgende beweegrichtlijn:

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Doe minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten.
  • Voorkom veel stilzitten.

Voor kinderen jonger dan vier jaar geven de beweegrichtlijnen, wegens gebrek aan onderzoek, geen advies. Voor hen is het belangrijkste dat ze gevarieerd bewegen en motorische vaardigheden aanleren.

Lees ook het artikel over de beweegrichtlijnen voor kinderen

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer