U bent hier

Cijfers en feiten sport en bewegen

Voor het maken van sport- en beweegbeleid, heeft u onder andere cijfers en feiten nodig. Door de regionale of lokale situatie in beeld te brengen, kunt u onderbouwd prioriteiten stellen en gericht doelgroepen kiezen.

Huidige situatie sport en bewegen

In 2014 voldeed 56% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). 51% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder deed wekelijks aan sport. Mannen sporten iets vaker dan vrouwen. Mensen jonger dan 35 jaar sporten vaker wekelijks dan mensen van 35 jaar en ouder. In 2014 brachten Nederlanders gemiddeld minimaal 7 uur van hun school- of werkdag zittend door. Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Trends sport en bewegen

Nederlanders zijn meer gaan bewegen de afgelopen jaren. Van 2001 tot 2011 is het percentage Nederlanders van 12 jaar en ouder dat voldoet aan de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen (NNGB) licht gestegen (CBS, 2012). Het percentage sporters in Nederland is de laatste jaren redelijk stabiel en schommelt rond de 65%. Het percentage inactieve volwassenen is gedaald van 9% in 2000 naar 3,5% in 2011. Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Bevolkingsgroepen sport en bewegen

Mensen met een andere herkomst dan Nederland voldoen iets minder vaak aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) en aan de fitnorm dan mensen die uit Nederland komen.  Niet-westerse migranten voldoen minder vaak aan de NNGB (42% in 2009) dan westerse migranten (58% in 2009). Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Gezondheidsgevolgen sport en bewegen

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen. Daarnaast is het zo dat de mensen die het minst actief zijn over het algemeen het grootste risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Jaarlijks zijn er circa 3,7 miljoen sportblessures, waarvan iets minder dan 40% medisch wordt behandeld. Voldoende bewegen is ook gunstig voor bepaalde chronische aandoeningen. Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Regionale en internationale verschillen Sport en bewegen

Op volksgezondheidenzorg.info vindt u informatie over de mate waarin mensen voldoen aan de

  • Beweegnormen: per GGD regio, per gemeente, bij mensen met een chronische aandoening per GGD- regio, bij mensen met een motorische beperking per GGD-regio
  • Fitnorm: per GGD regio, per gemeente
  • Combinorm (de optelsom van de NNGB en de fitnorm; iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij aan tenminste aan één van de beide normen voldoet): per GGD regio, per gemeente
  • Wekelijkse sporters: per GGD regio, per gemeente, met een chronische aandoening per GGD- regio, met een motorische beperking per GGD-regio
  • Internationaal: internationale verschillen in beweeggedrag, in beweeggedrag van jongeren, in inactiviteit, in inactiviteit jongeren

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info

Probleemanalyse sport en bewegen: lokale situatie in beeld

Om een goed beeld te krijgen van de lokale situatie is het van belang om te weten in welke mate er gesport en bewogen wordt en onder welke bevolkingsgroepen er (on)voldoende bewogen wordt. Hiermee kunt u prioriteiten kiezen en doelstellingen voor beleid opstellen. Lees meer over lokale probleemanalyse

Definities

Om de cijfers en feiten goed te kunnen interpreteren is het belangrijk de definities van bepaalde begrippen helder voor ogen te hebben:

Lichamelijke activiteit

Volksgezondheidenzorg.info gebruikt een ruime definitie van lichamelijke activiteit: ‘elke krachtsinspanning van skeletspieren resulterend in méér energieverbruik dan in rustende toestand.’ Lichamelijke activiteit is in te delen naar:
  • Het type activiteit (bijvoorbeeld: fietsen of zwemmen).
  • De intensiteit waarmee iemand een activiteit verricht (bijvoorbeeld: licht intensief bewegen zoals rustig wandelen, of intensief bewegen zoals hardlopen).
  • De setting waarin iemand een activiteit uitvoert (bijvoorbeeld: werk, huishouden, vrije tijd of transport).

Beweegnormen

Wanneer voldoet iemand aan de minimale hoeveelheid lichaamsbeweging die nodig is voor een goede gezondheid? Om dat te bepalen zijn verschillende normen vastgesteld, die verschillen per doelgroep ([1]).
  • De Nederlands Norm Gezond Bewegen (NNGB) geeft aan hoeveel iemand minimaal ‘matig intensief’ moet bewegen om gezondheidswinst te behalen. In het algemeen geldt voor kinderen een norm van 60 minuten per dag en voor volwassenen een norm van 30 minuten op minimaal 5 dagen per week.
  • De fitnorm geeft aan hoe vaak en hoe lang iemand intensief moet bewegen om de cardiovasculaire conditie op peil te houden (hart, bloedvaten en longen): minimaal 3 keer per week 20 minuten zwaar intensief bewegen.

De combinorm is een combinatie van de NNGB en de fitnorm. Wie één van beide normen of beide normen haalt, voldoet aan de combinorm en beweegt genoeg voor een goede gezondheid.

Voor 65-plussers geldt ook de ‘krachtnorm’: minimaal 2 keer per week krachtoefeningen om de fysieke conditie op peil te houden en beperkingen te voorkomen.

Sedentair gedrag

Steeds meer mensen brengen een groot deel van hun dagelijks leven zittend door. Bij activiteiten met een laag energieverbruik in combinatie met een zittende of liggende houding (niet slapend) is sprake van sedentair gedrag. Voorbeelden zijn televisie kijken, computeren, zitten op school of op het werk.

Lichamelijke inactiviteit (onvoldoende bewegen) en sedentair gedrag zijn twee verschillende begrippen met (deels) verschillende determinanten. Interventies die ontwikkeld zijn om mensen meer te laten bewegen, zijn niet (of minder) effectief in het verminderen van sedentair gedrag. Daarbij lijkt sedentair gedrag een risicofactor voor een verhoogde mortaliteit en morbiditeit, onafhankelijk van de mate van lichamelijke activiteit ([2]; [3]; [4] ). Dit betekent dat een fanatieke sporter die driemaal per week uren lang intensief traint maar op het werk en thuis vooral zit, toch een verhoogd risico heeft op gezondheidsproblemen.

Normen sedentair gedrag

Er is nog geen internationaal gangbare norm voor sedentair gedrag. Alleen voor 4- tot en met 11-jarigen bestaat een internationale richtlijn: niet meer dan 2 uur per dag computeren of tv kijken in de vrije tijd ([5]; [6]). Wel hebben verschillende landen, zoals Australië, Canada en Groot-Brittannië, recent de potentiële gezondheidsrisico’s van sedentair gedrag expliciet in hun beweegrichtlijnen opgenomen. In deze landen krijgen mensen van alle leeftijden het advies om langdurig zitten te beperken ([7])

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer