U bent hier

Risicogroepen roken

(Mee)roken levert voor iedereen gezondheidsrisico’s op. Daarnaast zijn er verschillende groepen die om uiteenlopende redenen nog eens extra risico lopen.

Kinderen

Doordat kinderen en adolescenten nog in ontwikkeling zijn, zijn ze kwetsbaarder voor de gevolgen van roken. Mensen die in hun adolescentie beginnen met roken, zijn eerder afhankelijk van nicotine dan oudere starters. Ook zijn er op basis van dieronderzoek aanwijzingen dat nicotine mogelijk de hersenen blijvend verandert[1]. Iedere dag beginnen ongeveer 100 kinderen, meestal als zij tussen de 12 en 16 jaar zijn, met roken. Ook voor jonge mensen is stoppen met roken moeilijk. Uit onderzoek blijkt bovendien dat er nog weinig effectieve interventies zijn voor jonge stoppers [2]. Niet-beginnen met roken is de beste preventie. 

Kinderen van ouders die roken

Het aantal kinderen dat thuis wordt blootgesteld aan sigarettenrook neemt sinds 2008 gestaag af. In gezinnen waar het jongste kind tussen de 12 en 18 jaar is wordt in 2014 nog 21% thuis blootgesteld aan tabaksrook; bij gezinnen met het jongste kind tussen de 4 en 12 jaar is dat 11% terwijl in gezinnen met het jongste kind tussen 0 en 4 jaar 4% thuis meerookt[3][4].

Meeroken geeft bij kinderen een verhoogd risico op onder meer wiegendood, infecties aan de luchtwegen, astma en op de lange termijn kanker en longaandoeningen[3]. Kinderen van ouders die roken, hebben een grotere kans om zelf te gaan roken, vooral als ouders op dat gebied geen huisregels afspreken.

Afbeelding van Factsheet Kinderen en roken een aantal feiten op een rijKinderen en roken: een aantal feiten op een rij

In deze factsheet van het Nationaal Expertisecentrum Tabak worden een aantal feiten rondom kinderen en (mee)roken op een rij gezet, volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten (februari 2017).

Laagopgeleiden 

Mensen met een lage opleiding roken in 2016 vaker dagelijks (25%) dan mensen met een HBO of universitaire opleiding (10%). Dit verschil is zichtbaar in alle leeftijdsgroepen, ook bij scholieren. VMBO-b leerlingen hebben in 2015 twee keer zo vaak (32%) ervaring met roken als VWO leerlingen (16%). Van de VMBO-b-ers rookt 7% dagelijks, bij het VWO is dat 0,8% (cijfers 2015).

Bronnen: Website Volksgezondheidsenzorg.info, pagina huidige situatie volwassenen > roken naar opleiding en pagina huidige situatie jongeren > roken scholieren naar opleiding, geraadpleegd december 2017.

Zwangere vrouwen 

Roken vermindert de vruchtbaarheid van vrouwen en mannen en brengt tijdens de zwangerschap ernstige risico’s met zich mee. Het verhoogt voor de baby de kans op een miskraam, een laag geboortegewicht, aangeboren afwijkingen, sterfte rond de bevalling en wiegendood. Ook kan de placenta voortijdig loslaten, kunnen de vliezen eerder breken en is er meer kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Bronnen:

In 2016 is de monitor Zwangerschap en middelengebruik gestart. Enkele belangrijke bevindingen met betrekking tot roken zijn[5]:

  • 9% van de moeders rookte op enig moment tijdens de zwangerschap (5% gedurende alle 9 maanden).
  • roken tijdens de zwangerschap komt het vaakst voor onder jonge moeders (18-24 jaar), moeders met een laag opleidingsniveau en moeders die zonder partner wonen. Vergelijkingen in etnische achtergrond of stedelijkheid laten geen verschillen zien.
  • Van de moeders die voor de zwangerschap rookten (17%) deden 9 van de 10 een stoppoging tijdens de zwangerschap en 80% hield dat vol. Na de zwangerschap begon de helft van hen echter weer met roken.
  • Hulpmiddelen of een stopmethode werden weinig gebruikt door de stoppers: slecht 1 op de 10 maakte hiervan gebruik.
  • De meeste rokende partners van zwangere vrouwen roken door (57%),32% mindert en 7% stopt met roken. 

Mensen met een chronische ziekte 

Voor mensen met hart- en vaatziekten, longpatiënten en diabetespatiënten is roken extra schadelijk. Stoppen met roken vormt een belangrijk deel van de behandeling. De kans op herhaling van een hartinfarct bijvoorbeeld bleek in een Amerikaans onderzoek met 50% gedaald na stoppen met roken. Bij COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) is stoppen met roken noodzakelijk om progressie van de aandoening af te remmen[6].

Volwassenen met een migratieachtergrond

Uit GGD-onderzoeken (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) in de grote steden en een nationaal onderzoek komt naar voren dat een groter percentage Turken rookt vergeleken met Nederlanders, vooral de Turkse mannen (cijfers Volksgezondheidenzorg.info). Lees meer cijfers over roken uitgesplitst naar bevolkingsgroepen

Cijfers over 2016 laten zien dat volwassenen met een niet-westerse migratieachtergrond vaker roken (30,7%) dan volwassenen met een Nederlandse achtergrond (23,0%) of westerse migratieachtergrond (26,1%). De cijfers over dagelijks roken geven hetzelfde beeld respectievelijk 24,8%, 17,6% en 19,9%)[7].

Referenties

  1. Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging. Factsheet De relatie tussen roken en de hersenontwikkeling van jongeren. Utrecht: Trimbos-instituut 2016.
  2. Stanton A, Grimshaw G. Tobacco cessation interventions for young people: 2013 Update.. 2013.
  3. Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging. Factsheet meeroken. Utrecht: Trimbos-instituut 2015.
  4. Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging. Feiten en cijfers over meeroken - infographic. Utrecht: Trimbos-instituut 2015.
  5. Tuithof M., Slauw R., van Dorsselaer S., Monshouwer K. Factsheet Monitor Zwangerschap en Middelengebruik. Het middelengebruik van moeders en hun partner voor, tijdens en na de zwangerschap.. Utrecht: Trimbos-instituut - Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging 2017.
  6. Cardiovasculaire sterfte neemt snel af na stoppen met roken. Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2008.
  7. Springvloet L., van Laar M. Factsheet roken onder volwassenen: kerncijfers 2016. Utrecht: Trimbos-instituut - Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging 2017.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer