U bent hier

Kwetsbaarheid van ouderen

Ouderen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen. De meeste ouderen zijn prima in staat om eigen regie te voeren over hun leven en daarmee die zelfstandigheid te behouden. Een deel van de ouderen lukt dat niet. We spreken dan over kwetsbare ouderen. Kwetsbaarheid kan zich op allerlei manieren uiten. De ene oudere heeft bijvoorbeeld moeite met boodschappen doen terwijl de andere oudere last heeft van vergeetachtigheid. We onderscheiden dan ook 4 domeinen waarop ouderen kwetsbaar kunnen zijn: fysieke (belemmeringen door verlies in fysiek functioneren door bv gewichtsverlies, evenwicht, vermoeidheid), cognitieve (belemmeringen  in cognitie zoals geheugen en flexibiliteit), sociale (belemmeringen door eenzaamheid of verlies van sociale steun) en psychische kwetsbaarheid (belemmeringen door psychische aandoeningen  zoals  een depressie).

De kwetsbaarheid van ouderen neemt toe naarmate de leeftijd stijgt. In de jongere groepen gaat het vooral om psychische kwetsbaarheid, en dat verschuift via fysieke en sociale kwetsbaarheid naar vooral cognitieve kwetsbaarheid in de hoogste leeftijdsgroepen. Kwetsbaarheid komt vaker voor in specifieke groepen, zoals laag opgeleide ouderen, migranten, mantelzorgers en LHBT ouderen.

Wat verhoogt de kans op kwetsbaarheid?

  • Laag opleidingsniveau (samenhang met  psychische en sociale kwetsbaarheid)
  • Aanwezigheid van twee of meer chronische ziekten (samenhang met  fysieke en psychische kwetsbaarheid)
  • Te kort of te lang slapen (samenhang met fysieke,psychische en sociale kwetsbaarheid)

Wat vermindert de kans op kwetsbaarheid?

  • Het hebben van een partner (samenhang met psychische en sociale kwetsbaarheid)
  • Het hebben van een baan (samenhang met fysieke en cognitieve kwetsbaarheid)
  • Voldoende bewegen (op alle domeinen van kwetsbaarheid)

 

Wat werkt?

  • Start al vroeg (vanaf 50-59 jaar)met inzetten van preventieve interventies.  Kies vooral interventies die ingrijpen op meerdere domeinen van kwetsbaarheid, zoals sociaal vitaal dat zich zowel richt op fysieke conditie als sociale vaardigheden.
  • Aangezien voldoende beweging een samenhang heeft met alle domeinen van kwetsbaarheid is het aan te raden beweeginterventies voor ouderen standaard aan het gemeentelijk aanbod van interventies toe te voegen. Interventies gericht op matig intensieve lichamelijke activiteit in groepsverband lijken het meest effectief.
  • Focus op belangrijke levensgebeurtenissen. Het wegvallen van de partner, een verhuizing, stoppen met werken, een ziekenhuisopname kan een oudere plotseling kwetsbaar maken. Op deze momenten zijn ouderen ook ontvankelijker voor hulp. Dan is het van belang dat gemeenten, publieke gezondheid, vrijwilligersorganisaties, eerstelijnszorgverleners en sociaal professionals de signalen van kwetsbaarheid goed in de gaten houden en passend vervolgaanbod kunnen bieden[1][2][3].

Verschillen in kwetsbaarheid, implicaties voor beleid

Niet iedere oudere is (even) kwetsbaar. Kwetsbaarheid hangt niet automatisch samen met de leeftijd of het aantal chronische aandoeningen dat een oudere heeft. Maatwerk in beleid is dus van belang. In het kader van preventieve zorg voor ouderen zullen gemeenten en GGD-en zich met name richten op  vitale ouderen en ouderen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid. Bij kwetsbare ouderen met of zonder complexe problematiek is inzet vanuit Wmo en Zorgverzekeringswet van toepassing[4]

Vitale ouderen

  • Voorzie vitale ouderen tijdig van informatie over gezond oud worden en levensloopbestendig wonen
  • Ontwikkel preventieve interventies met hen samen of laat het aan henzelf over en faciliteer/ondersteun ze daarbij, zoals de zelforganisatie FreeWheelClub 
  • Richt interventies met name op behoud van het sociale netwerk, ontwikkeling van digitale vaardigheden en voldoende bewegen voor het behoud van mobiliteit.

Ouderen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid

  • In deze groep ouderen is het onderhouden van een gezonde leefstijl essentieel, met name op het gebied van mobiliteit en het onderhouden van een sociale netwerk.
  • Pak vroegsignalering van problemen op vanuit een integraal team, opgevolgd door een gesprek met de oudere over passende preventieve interventies en ondersteunende diensten.
  • Als ouderen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid nog in een niet levensloopbestendige woning wonen, zouden zij gestimuleerd kunnen worden om na te denken over woningaanpassing of verhuizing om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Een mooi hulpmiddel daarbij is bijvoorbeeld de blijverslening in gemeente Veenendaal

Referenties

  1. Van Oostrom S, Van der A D, Picavet S, Rietman L, De Bruin S, Spijkerman A. Ouderen van nu en straks: zijn er verschillen in kwetsbaarheid?. RIVM 2015.
  2. Van Oostrom S, Spijkerman A. Ouderen van nu en straks deel 2: een terugblik voor kwetsbaarheid en de samenhang met multimorbiditeit. RIVM 2016.
  3. Herber G, Lemmens L, Spijkerman A, De Bruin S, Van Oostrom S. Preventieve activiteiten voor ouderen die onvoldoende bereikt worden: wat zijn kansrijke elementen?. RIVM 2018.
  4. Lemmens L, Herber G, Schooneveldt B, Rietman L, Blokstra A, Spijkerman A. Goede preventieve ouderenzorg: welke elementen zijn van belang?. RIVM 2016.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer