U bent hier

Cijfers en feiten valpreventie ouderen

Om een aanpak voor valpreventie voor ouderen om te zetten naar beleid en een uitvoeringsprogramma zijn onder andere cijfers en feiten nodig. Een regionale of lokale probleemanalyse maakt het mogelijk om prioriteiten te stellen en doelgroepen te kiezen.

Grootste risicogroep

Oudere mensen (65+) lopen het meeste risico op een valongeval. In cijfers samengevat:

  • Het grootste risico op een valongeval lopen de oudste ouderen, zelfstandig wonende, kwetsbare ouderen en ouderen met een zorgvraag (bijvoorbeeld thuiszorg of mantelzorg). Van elke 19 ouderen van 75 jaar of ouder bezocht in 2015 één de afdeling voor spoedeisende hulp als gevolg van een valongeval. Bij de groep 65-74 jaar is de kans hierop al lager: 1 op de 58 [1]
  • Genezingsprocessen verlopen langzamer op latere leeftijd. Het opnamepercentage na een val bedroeg in 2015 38 procent onder ouderen en 12 procent onder jongere personen [1]. Bovendien zijn de klachten bij ouderen vaak van blijvende aard.
  • Ook fietsongevallen komen regelmatig voor bij ouderen. In 2015 bezochten naar schatting 16.400 fietsers van 65 jaar en ouder een afdeling voor spoedeisende hulp vanwege een verkeersongeval [1]. 5.200 oudere fietsers werden na de SEH-behandeling in het ziekenhuis opgenomen [1] en 135 fietsers (van 60 jaar en ouder) overleden als gevolg van een verkeersongeval [2].

Meer doden door valongelukken bij 65-plussers

Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt het aantal dodelijke valongevallen onder 65-plussers in de periode 2006-2015 gestegen is met 78 procent. Als naast de vergrijzing ook deze stijging doorzet, dan wordt verwacht dat in het jaar 2030 naar schatting jaarlijks 5.350 ouderen overlijden door een valongeval, een toename van 64%. Valongevallen zijn vaak goed te voorkomen.

Meer informatie en een factsheet met cijfers vindt u op de website van VeiligheidNL. Op de website waarstaatjegemeente.nl te zien hoeveel (val)ongevallen er in uw gemeente zijn.

infographic valongevallen 65plussers

Risicofactoren

De risicofactoren voor vallen worden in twee categorieën gesplitst: persoonsgebonden en omgevingsgebonden. In de praktijk worden valongevallen meestal veroorzaakt door een combinatie van deze twee factoren. De effectiviteit van een valpreventieprogramma neemt dan ook toe door het uitvoeren van activiteiten die zich gericht richten op meerdere risico’s.

Persoonsgebonden risicofactoren

  • minder reactievermogen, evenwicht en spierkracht.
  • beperkte lichamelijke mogelijkheden, verminderde lenigheid.
  • slecht zicht en gehoor.
  • specifieke ziekten, zoals artrose, CVA (Cerebrovasculaire aandoeningen), de ziekte van Parkinson, orthostatische hypertensie.
  • problemen met lopen.
  • cognitieve achteruitgang (bijvoorbeeld dementie) en psychische problemen (bijvoorbeeld depressie).
  • geneesmiddelengebruik, vooral slaap- en kalmeringsmiddelen.
  • risicoverhogend gedrag, zoals te snel opstaan, te weinig beweging en haasten.

Omgevingsgebonden factoren

  • voorbeelden van risicofactoren in de inrichting van de woning: onvoldoende verlichting, hoge drempels, losse kleedjes, voorwerpen en meubels die niet past bij de persoon.
  • voorbeelden van risicofactoren bij gebruikte (hulp)middelen: schoenen met gladde zolen, een slecht onderhouden rollator, een boodschappentas zonder wielen, een slechte huishoudtrap.
  • voorbeelden van risicofactoren in de openbare ruimte: ongelijke bestrating, slechte straatverlichting, blokkades.

Omvang van valongevallen bij ouderen

In 2015 bezochten naar schatting 141.000 ouderen de afdeling Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis na een ongeval (privé-ongeval:114.000, verkeersongeval: 23.000, sportblessure: 2.800, arbeidsongeval: 1.100) [1]. Bij ruim vier op de vijf ongevallen die bij 65-plussers tot Spoedeisende Hulp leidden, ging het om valongevallen (84%, 118.000). Er vonden meer privé-valongevallen (83%, 97.400) plaats dan overige valongevallen (17%, 20.500) [1].

Valongevallen (privé)

  • In 2015 bezochten 97.400 ouderen van 65 jaar ouder op een afdeling voor Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis na een privé-valongeval. In 2015 zijn 38.600 ouderen na het SEH-bezoek opgenomen in een ziekenhuis omdat ze gevallen zijn. Dat betekent dat in 2015 1 op de 79 65-plussers na het SEH-bezoek in het ziekenhuis is opgenomen als gevolg van een val [1]. In 2015 overleden 3.260 ouderen na een val [2].
  • Valongevallen hebben bij ouderen vaak ernstige gevolgen. Drie op de vijf 65-plussers (57%, 55.500) die na een val op een afdeling voor Spoedeisende Hulp is behandeld, had een fractuur opgelopen waaronder 13.700 ouderen die hun heup hadden gebroken [1].
  • De valongevallen van ouderen brachten ruim € 912 miljoen aan directe medische kosten met zich mee voor patiënten die zijn behandeld op een Spoedeisende Hulpafdeling of zijn opgenomen in het ziekenhuis. Omgerekend komt dit neer op € 8.800 per ongeval. Het overgrote deel van de totale kosten is veroorzaakt door valongevallen van zelfstandig wonende 75-plussers (77%, € 702 miljoen) [3]. Naast de extra belasting voor de gezondheidszorg en de hoge medische kosten hebben valongevallen nog andere nadelige gevolgen:
    • Het oplopen van een fractuur door een val bij ouderen is vaak een aanslag op de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en mobiliteit. Ouderen hebben na een val meer moeite met bijvoorbeeld het op- en aflopen van trappen, douchen en schoonmaken.
    • Soms is het nodig de woning aan te passen of is een verhuizing noodzakelijk.
    • Een valongeval kan (psycho)sociale gevolgen hebben: uit onderzoek blijkt dat een val veel invloed heeft op het zelfvertrouwen van ouderen. Velen blijken angstig te zijn opnieuw binnen- of buitenshuis te vallen. Deze angst neemt na een valongeval eerder toe dan af.
    • Ouderen worden minder actief na een val. Twee vijfde van de onderzochte ouderen voert ruim een jaar na de val minder vaak activiteiten uit zoals wandelen, fietsen, winkelen en tuinieren. De sociale contacten en sociale activiteiten zijn na ruim een jaar wel weer als voorheen.
    • Doordat de lichamelijke en geestelijke conditie na een val achteruit gaat, neemt het risico op gezondheidsklachten toe. De psychosociale gevolgen van een vol, zoals valangst en verminderde activiteit, zijn op zichzelf weer risicofactoren voor een nieuwe val. 

Meer informatie

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer