Van dierlijke naar plantaardige voedselconsumptie

Meer plantaardig en minder dierlijk eten is duurzaam en biedt veel voordelen. De ziektelast van chronische aandoeningen vermindert en de impact van onze voedselconsumptie op het milieu neemt af. Met als resultaat  gezondere mensen en een gezondere omgeving.

Op deze pagina's vindt u feiten en cijfers over vleesconsumptie, tips en voorbeelden om de vleesconsumptie van consumenten te verminderen.  U krijgt inzicht in oorzaken en gevolgen. En u vindt interventies die u kunt inzetten om Nederlanders te stimuleren minder vlees te eten. Dit zorgt voor een goed onderbouwde aanpak. Zo kunt u goed voorbereid van start met dit thema.

Het achtergrondrapport bij dit wat werkt-dossier bevat een uitgebreide beschrijving van de informatie in dit dossier.

Wat werkt:

Wat werkt:

Portiegroottes van vlees in restaurants en in supermarkten verkleinen is een manier om onze vleesconsumptie te verminderen.

 

Wat werkt waarschijnlijk:

Wat werkt waarschijnlijk:

  • Aanpassingen in de keuzecontext. Bijvoorbeeld het vergroten van de beschikbaarheid en zichtbaarheid van plantaardige producten en vleesvervangers,  of plantaardig voedsel de standaard optie maken
  • Communiceer dat minder vlees eten de norm is, en dat veel mensen minder vlees eten wenselijk vinden
  • Zelfmonitoring van voornemens om minder vlees te eten. In combinatie met coaching, kan dit bijdragen aan een vermindering van de vleesconsumptie
  • Educatie over de gevolgen van vlees eten (gezondheid, milieu, dierenwelzijn) kan ondersteunend werken bij andere interventies die zich richten op het verminderen van de vleesconsumptie.  

 

Wat is onbekend:

Wat is onbekend:

  • De impact van ecolabels (stimuleren van duurzame keuzes met markeringen of labels op producten). Resultaten spreken elkaar tegen en het onderzoek is niet altijd specifiek op vleesconsumptie gericht, maar op duurzame keuzes in het algemeen.
  • Inspiratie bieden voor vegetarische maaltijden  gebeurt al veel, maar de effecten hiervan zijn nog onduidelijk.
  • De impact van belastingen en incentives op vleesconsumptie. Er is nog onvoldoende bewijs om de werking hiervan aan te tonen.
  • Geïntegreerd of gemengd aanbieden van dierlijke en plantaardige en producten in bijvoorbeeld kantines en supermarkten. Dit is nog niet voldoende onderzocht.
  • Alternatief framen of beschrijven van dierlijke en plantaardige producten, zoals het omschrijven van een plantaardig product als 'nostalgisch'. Het is nog onduidelijk wat hier de effecten van zijn.
  • Inspelen op positieve en negatieve emoties en op de “meat-paradoxMensen zien zichzelf graag als ethisch en moreel-verantwoord, en het besef dat door het eten van vlees dieren moeten lijden en worden gedood brengt dat zelfbeeld in gevaar. Dit oncomfortabele gevoel wordt de vlees-paradox genoemd.”. Er is nog niet genoeg bewijs om de impact hiervan op vleesconsumptie te beschrijven.
  • Inzet van stereotyperingen rondom vleesconsumptie als interventie om de vleesconsumptie te verminderen. Hier is nog onvoldoende informatie over.

Wilt u de vleesconsumptie van consumenten verlagen? Zet dan in op een integrale aanpak waarin u meerdere van de volgende pijlers gebruikt:

Fysieke en sociale omgeving

Stimuleer bedrijven, scholen, consumenten en cateraars om kleinere porties vlees in winkels, restaurants en kantines aan te bieden. En stimuleer dat zij de beschikbaarheid en zichtbaarheid van plantaardige producten vergroten. 

Voorbeeld: de Gezonde Schoolkantine besteedt aandacht aan duurzaamheid. Minder vlees aanbieden èn kleinere porties zijn tips die zij hiervoor geven. Ondersteun scholen en sportkantines om met een gezonde kantine aan de slag te gaan en stimuleer hen de Gezonde Schoolkantine Schaal of het label Gezonde Kantine te halen.

Zet in op de sociale norm: presenteer minder vlees eten als ‘normaal’.  Daarbij kunnen in communicatie ook trends gebruikt worden. In dit geval de trend om minder vlees te eten om consumenten te stimuleren om minder vlees te eten. U kunt ook aansluiten bij landelijke campagnes, zoals ‘Er is meer dan vlees’ (gericht op mannen) van het Voedingscentrum.

Voorlichting en educatie

Educatie over de gevolgen van vlees eten en plantaardige alternatieven kan bijdragen om mensen minder vlees te laten eten. Het vergroot namelijk hun kennis en bereidheid. Denk bijvoorbeeld aan campagnes, receptenkaarten in winkels en het aanbieden van maaltijdtijdboxen. Sluit aan bij wat er al is:

Signalering en ondersteuning

Zelf-monitoring interventies kunnen individuele consumenten coachen bij hun eigen voornemen om minder vlees te eten. Bijvoorbeeld door de inzet van apps of sms-berichten. Het literatuuronderzoek geeft nog twee ingangen voor interventies die in het onderzoek naar interventies onderbelicht zijn:

  • inspelen op emoties
  • ombuigen van de mechanismen die consumenten gebruiken om een onaangenaam gevoel rondom hun vleesconsumptie op te heffen