Als je op jonge leeftijd begint met roken, is de verslaving vaak sterker en is de kans op succesvol stoppen kleiner dan wanneer je op latere leeftijd begint met roken. Daarnaast geldt hoe meer en langer je rookt, hoe groter de gezondheidsrisico’s. Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid om roken onder jongeren te voorkomen. Hiervoor zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar. 

Omvang roken onder jongeren

Van alle jongeren van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft 17% ooit gerookt,. 1 Van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs rookt 3% dagelijks; op 16-jarige leeftijd is dit 7%. In de leeftijd van 18 tot 20 jaar rookt 23% en van de 20-24-jaringen  27%. Van de gehele Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder rookt in 2022 19%. Sinds 2003 is het percentage scholieren dat ooit heeft gerookt sterk afgenomen, van 44% in 2003 naar 17% in 2021. Tussen 2017 en 2021 zette de daling niet verder door. Het percentage scholieren dat aangeeft de afgelopen maand gerookt te hebben, is afgenomen van 26% in 1999 naar 10% in 2021. Ook bij deze groep stabiliseerde de daling vanaf 2017. Het percentage dagelijkse rokers is sinds 2015 stabiel gebleven. Meer gegevens over rookgedrag vindt u bij VZinfo.

Risicogroepen voor roken onder jongeren

Onder jongeren zijn er een aantal risicogroepen die extra aandacht nodig hebben bij  de preventie van roken: 

  • jongens
  • vmbo Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) (Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) )- en mbo-leerlingen 
  • jongeren binnen het speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en de residentiele jeugdzorg
  • jongeren uit onvolledige gezinnen 
  • jongeren met rokende ouders en rokende vrienden

Oorzaken van roken onder jongeren

Jongeren beginnen met roken om verschillende redenen die elkaar onderling kunnen beïnvloeden. Belangrijkste factoren die een rol spelen bij het beginnen met roken zijn de sociale omgeving, het opleidingsniveau, cognitie en erfelijkheid. Adolescenten en jongvolwassenen zijn bijzonder gevoelig voor sociale en omgevingsinvloeden. Hierbij gaat het om de invloed van familie, vrienden en leeftijdsgenoten,  maar ook het zien van roken in films en van tabaksproducten in winkels. Het opleidingsniveau hangt sterk samen met rookgedrag. Op het vmbo roken meer jongeren dan op het vwo en op het mbo meer dan op het hbo. Jongeren die een positiever beeld en meer positieve verwachtingen hebben ten aanzien van roken beginnen vaker met roken. Tot slot lijkt een nicotineverslaving een erfelijke oorsprong te hebben. Of iemand met een genetisch risico daadwerkelijk gaat roken wordt mogelijk beïnvloed door de sociale- en omgevingsfactoren. 

Gevolgen van roken

Roken heeft gezondheidsrisico's op de korte, maar vooral op de lange termijn. Ook is de kans op verslaving zeer groot, vooral wanneer iemand op jonge leeftijd is begonnen met roken. Hoe meer en hoe langer iemand rookt, hoe groter de gezondheidsrisico's. Korte termijn risico’s zijn bijvoorbeeld een verslechterde conditie, een slechte adem en klachten aan de luchtwegen. Op de lange termijn loopt een roker meer kans op het krijgen van verschillende soorten kanker en hart- en vaatziekten