Als je op jonge leeftijd begint met roken, is de verslaving vaak sterker en is de kans op succesvol stoppen kleiner dan wanneer je op latere leeftijd begint met roken. Daarnaast geldt hoe meer en langer je rookt, hoe groter de gezondheidsrisico’s. Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid om roken onder jongeren te voorkomen. Hiervoor zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar. 

Omvang roken onder jongeren

Van alle jongeren van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft 17% ooit gerookt, jongens vaker dan meisjes.1 Van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs rookt 2% dagelijks; op 16-jarige leeftijd is dit 4%. Jongens roken vaker dagelijks dan meisjes. Op het mbo en hboHoger Beroeps Onderwijs (HBO) heeft ruim de helft van de 16- t/m 18-jarigen ooit gerookt.2 Mbo-studenten roken het vaakst. In de leeftijd van 18 tot 24 jaar rookt 23% en van de 20-24-jaringen  33%. Van de gehele Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder rookt in 2017 bijna een kwart (23%).3 Over het algemeen kan gezegd worden dat er ondanks jaarlijkse schommelingen en verschillen tussen opleidingsniveaus steeds minder jongeren roken. Lees meer op volksgezondheidenzorg.info 

Risicogroepen voor roken onder jongeren

Onder jongeren zijn er een aantal risicogroepen die extra aandacht nodig hebben bij  de preventie van roken: 

  • jongens
  • vmbo- en mbo-leerlingen 
  • jongeren binnen het speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en de residentiele jeugdzorg
  • jongeren uit onvolledige gezinnen 
  • jongeren met rokende ouders en rokende vrienden

Oorzaken van roken onder jongeren

Jongeren beginnen met roken om verschillende redenen die elkaar onderling kunnen beïnvloeden. Belangrijkste factoren die een rol spelen bij het beginnen met roken zijn de sociale omgeving, het opleidingsniveau, cognitie en erfelijkheid. Adolescenten en jongvolwassenen zijn bijzonder gevoelig voor sociale en omgevingsinvloeden. Hierbij gaat het om de invloed van familie, vrienden en leeftijdsgenoten,  maar ook het zien van roken in films en van tabaksproducten in winkels. Het opleidingsniveau hangt sterk samen met rookgedrag. Op het vmboVoorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) roken meer jongeren dan op het vwo en op het mbo meer dan op het hbo. Jongeren die een positiever beeld en meer positieve verwachtingen hebben ten aanzien van roken beginnen vaker met roken. Tot slot lijkt een nicotineverslaving een erfelijke oorsprong te hebben. Of iemand met een genetisch risico daadwerkelijk gaat roken wordt mogelijk beïnvloed door de sociale- en omgevingsfactoren. 

Gevolgen van roken

Roken heeft gezondheidsrisico's op de korte, maar vooral op de lange termijn. Ook is de kans op verslaving zeer groot, vooral wanneer iemand op jonge leeftijd is begonnen met roken. Hoe meer en hoe langer iemand rookt, hoe groter de gezondheidsrisico's. Korte termijn risico’s zijn bijvoorbeeld een verslechterde conditie, een slechte adem en klachten aan de luchtwegen. Op de lange termijn loopt een roker meer kans op het krijgen van verschillende soorten kanker en hart- en vaatziekten