U bent hier

Waarom inzetten op het voorkomen van ondervoeding bij ouderen

Nederlanders worden steeds ouder en het beleid van overheid en gemeenten is er op gericht om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Juist bij de meer kwetsbare ouderen is ondervoeding een veel voorkomend probleem. Ondervoeding kan gevolgen hebben voor het dagelijks functioneren van ouderen. Zo kan het moeilijker worden activiteiten, zoals boodschappen doen en traplopen, uit te voeren en is er een grotere kans op vallen. Ook is de kans op complicaties bij ziekte groter en kan het herstel na ziekte langer duren. Hoe eerder ondervoeding wordt gesignaleerd, hoe beter het te behandelen is. Nog beter is het om te voorkómen dat ouderen ondervoed raken.

Omvang ondervoeding bij ouderen

Er zijn geen landelijke cijfers bekend over ondervoeding bij ouderen. Uit onderzoek binnen de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) blijkt dat gemiddeld één op de tien thuiswonende ouderen ondervoed is. Dit percentage loopt op van ongeveer 3% bij ouderen van 65-69 jaar tot 15-20% bij personen van 75 jaar en ouder [1]. Bij ouderen die thuiszorg ontvangen is zelfs ongeveer 1 op de 3 ondervoed.

Risicogroepen voor ondervoeding

Eén van de risicogroepen voor ondervoeding zijn kwetsbare ouderen die thuis wonen of in een verzorgingshuis of woonzorgcentrum [2]. De Stuurgroep Ondervoeding onderscheidt daarnaast nog een aantal risicogroepen, waarbij het niet alleen om ouderen gaat. Een aantal van deze risicogroepen bestaat wel voor een groot deel uit ouderen:

  • Mensen die meerdere ziekten hebben, chronisch ziek zijn of veel medicatie gebruiken
  • Mensen met een niet passende gebitsprothese, kauw- of slikproblemen
  • Mensen die recent ontslagen zijn uit het ziekenhuis
  • Mensen met psychosociale problemen en verwaarlozing. Onder deze groep vallen bijvoorbeeld ook ouderen die eenzaam zijn of depressief.

Oorzaken van ondervoeding

De oorzaken van ondervoeding zijn niet alleen fysiek, maar ook psychisch of sociaal. Fysieke factoren zijn bijvoorbeeld een slechte eetlust, kauw- of slikproblemen, hoog medicijngebruik of het hebben van een ziekte, waaronder dementie. Ook kunnen mensen problemen hebben met het zelf boodschappen doen en koken. Voorbeelden van psychische of sociale factoren zijn ‘verlies van interesse in het leven’, opname in een instelling/ziekenhuis of eenzaamheid [3] [4].

Gevolgen van ondervoeding

Door een tekort aan energie en/of voedingsstoffen neemt niet alleen de vetmassa af, maar ook de spiermassa. Dit heeft directe gevolgen voor het dagelijks functioneren, bijvoorbeeld doordat men moeite krijgt met traplopen en boodschappen doen. Ook vergroot ondervoeding de kans op vallen. Daarnaast neemt de weerstand af, waardoor er een grotere kans is op (complicaties bij) ziekte en ook het herstel na een ziekte of operatie en wondgenezing duurt langer. Andere mogelijke gevolgen van ondervoeding zijn: een verhoogde kans op doorligwonden (decubitus), een verminderde hart- en longcapaciteit, een lagere kwaliteit van leven en een verhoogde kans op overlijden [5] (www.goedgevoedouderworden.nl).

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer