Feiten en cijfers over armoede, schulden en gezondheid helpen om zicht te krijgen op de problematiek, om zo gericht beleid te ontwikkelen en onderbouwd prioriteiten en doelgroepen te kunnen kiezen.

Wat is armoede?

Er zijn veel verschillende definities en benaderingen van armoede. Vragen over welke mensen arm zijn en welke levensomstandigheden nu daadwerkelijk als arm moeten worden aangemerkt, zijn niet makkelijk te beantwoorden. Wel is er overeenstemming dat armoede in West-Europese landen niet meer een kwestie van fysiek overleven is, maar eerder een kwestie van niet volgens gangbare maatschappelijke opvattingen kunnen leven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen absolute en relatieve armoede. [1]

  • Absolute armoede: mensen leven onder de lage-inkomensgrens en beschikken bijvoorbeeld niet over voldoende voedsel, huisvesting, toegang tot gezondheidszorg, onderwijs.
  • Relatieve armoede: mensen hebben onvoldoende middelen om te kunnen voorzien in maatschappelijke erkende behoeften en te participeren in de samenleving.

Omvang armoede in Nederland

In Nederland berekenen Sociaal Cultureel Planbureau (SCPSociaal en Cultureel Planbureau (SCP) URL: http://www.scp.nl ) en Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBSCentraal Bureau voor de Statistiek) de armoedecijfers in Nederland. Zij hanteren echter verschillende definities waardoor op verschillende wijze wordt berekend hoeveel mensen in Nederland in armoede leven. Op basis van beide berekeningen hebben 6 tot 8.2% van de mensen in Nederland te maken met armoede. Cijfers uit 2016 laten zien dat Rotterdam, Amsterdam en Den Haag gemeenten zijn met het hoogste risico op armoede. Dit risico op armoede speelt niet alleen in de grote gemeenten, ook in kleinere gemeenten in met name het noordoosten van het land is er sprake van een groter risico op armoede.

Het SCPSociaal en Cultureel Planbureau (SCP) URL: http://www.scp.nl berekent de omvang van armoede door middel van het niet-veel-maar-toereikendbudget centraal. Hierin is het basisbehoeftenbudget – denk aan uitgaven voor voeding, kleding en wonen – aangevuld met een minimum voor ontspanning en sociale participatie. In 2017 kwam het basisbehoeftenbudget voor een alleenwonende uit op 1039 euro per maand en het niet-veel-maar-toereikendbudget op 1135 euro per maand. Volgens het SCP bedroeg het aantal armen in 2016 volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium iets meer dan 980.000 (6,0%) en volgens het basisbehoeftencriterium 660.000 (4,0%). Het SCP spreekt van langdurige armoede als mensen in ten minste drie aaneengesloten jaren binnen een periode van vijf jaar arm zijn.

CBS: lage inkomensgrens

Het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek richt zich op het afbakenen van de (ruimere) groep met (een bepaalde, hoge) kans op (inkomens)armoede. Hiervoor hanteert CBS de lage inkomensgrens. De lage-inkomensgrens weerspiegelt een vast koopkrachtbedrag in de tijd. In 2017 bedroeg deze grens op maandbasis 1 040 euro voor een alleenstaande, 1 380 euro voor een alleenstaande ouder met één kind en 1 960 euro voor een paar met twee kinderen. Volgens het CBS hadden in 2017 8,2% van de huishoudens een inkomen onder de lage inkomensgrens. Het CBS spreekt van langdurige armoede als er sprake is van een armoedesituatie die ten minste vier jaar achtereen voortduurt (bron).

De relatie tussen armoede en gezondheid

De situatie van mensen die in armoede leven wijkt in veel opzichten af van mensen die welvarender zijn. Volwassenen die leven met geldzorgen, schulden of armoede hebben vaak te maken met chronische stress, ongezonde leefstijl, chronische ziekte als diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten, maar ook psychsociale problemen of opvoedproblematiek kan een gevolg zijn.

Vier factoren spelen een rol in de negatieve relatie tussen armoede en gezondheid (1, 2):

  1. Meer financiële middelen betekent vaak meer materiële mogelijkheden (bijvoorbeeld gezonde voeding of gezondheidsbevorderende of –beschermende producten) en betere leefomstandigheden. 
  2. Psychosociale mechanismen: langdurige financiële zorgen en gebrek aan perspectief leiden tot chronische stress wat de gezondheid negatief kan beïnvloeden. Chronische ziektes hebben invloed op de lichamelijke conditie waardoor kwetsbaarheid voor andere ziektes kan ontstaan. Daarnaast heeft chronische stress invloed op de mentale conditie. Mensen die te maken hebben met chronische stress hebben meer moeite met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken, zijn gevoelig voor korte termijn belangen en directe beloning, staan minder open voor advies en hulp en zijn minder goed in staat om positieve intenties om te zetten in actie. Hierdoor is het moeilijker om bijvoorbeeld een ongezonde leefstijl aan te passen.
  3. Gedragsfactoren: mensen die in armoede leven, hebben vaak een minder gezonde levensstijl en zijn daardoor ongezonder. Mensen met een laag inkomen roken meer, hebben vaker overgewicht, voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijn en zijn zwaardere drinkers ten opzichte van mensen met een inkomen boven de lage-inkomensgrens. Daarnaast lopen jongeren met een lage opleidingsachtergrond, schooluitval en een beperkt toekomstperspectief een hoger risico op een onbedoelde zwangerschap of jong ouderschap. 
  4. Een slechte gezondheid kan van invloed zijn op het doorlopen van onderwijs en daarmee de kansen op werk beïnvloeden. Dat is weer van invloed op de gezondheid. Mensen die te maken hebben met chronische ziekten of arbeidsongeschiktheid, hebben over het algemeen een lager inkomen en hogere zorgkosten. Dit vergroot het risico op financiële problemen. 

Door de verbanden over en weer ligt het risico van een negatieve spiraal op de loer. Een negatieve spiraal die moeilijk doorbroken kan worden, juist doordat er op meerdere levensdomeinen problemen zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verliezen van een baan of een scheiding. De financiële zorgen die daarbij kunnen ontstaan kunnen leiden tot allerlei andere problemen zoals psychosociale problemen of ziekte.

Onder welke groepen komt armoede het meeste voor?

Armoede kan iedereen overkomen. Life events als langdurige ziekten, verlies van werk of een scheiding kunnen een belangrijke rol spelen bij het verslechteren van de financiële situatie van een persoon of huishouden. In alle levensfasen komt armoede voor. Wel zijn er in elke levensfase groepen mensen aan te wijzen waaronder armoede vaker voorkomt: 

Kinderen en jongeren uit eenoudergezinnen, kinderen met tenminste twee broers of zussen en kinderen uit gezinnen met een niet- westerse achtergrond leven vaker in armoede. Eenoudergezinnen met een vrouw aan het hoofd hebben een groter armoederisico dan eenoudergezinnen met een man aan het hoofd. Dit komt omdat alleenstaande moeders relatief vaak afhankelijk zijn van een uitkering. 

Volwassenen met een bijstandsuitkering leven vaker met een lager inkomen dan werkenden en hebben het meeste risico op armoede. Zelfstandigen hebben een groter armoederisico dan mensen in loondienst. Daarnaast hebben niet-westerse migranten en statushouders vaker een laag inkomen en risico op armoede. 

Bij ouderen is er tussen 55 en 65 jaar meer risico op het afhankelijk worden van een uitkering door arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Maar onder de oudste ouderen (80 jaar en ouder) komt vaker armoede voor dan onder jongere ouderen. Vermoedelijk speelt bij deze ‘oudste ouderen’ mee dat zij relatief vaak van alleen inkomen uit AOWAlgemene ouderdomswet moeten rondkomen. Daarnaast vormen de relatief hoge zorgkosten binnen deze leeftijdsgroep wellicht een verklarende factor. 

Hoe krijg ik als gemeente onze eigen situatie in beeld

Om een goed beeld te krijgen van de lokale situatie, is het van belang om te inventariseren in welke mate er sprake is van geldzorgen, schulden of armoede. In welke wijken en onder welke leeftijdsgroepen en bevolkingsgroepen komt dit vooral voor? Op waarstaatjegemeente.nl vindt u informatie over o.a. het aantal mensen in uw gemeente met een bijstandsuitkering en het aantal kinderen dat in armoede leeft. Deze cijfers kunt u vergelijken met het landelijke percentage of met andere gemeenten. Hoe u met deze cijfers de situatie in beeld brengt, leest u op de pagina Wijkgezondheidsprofiel.

Voorbeeld: CBS en gemeente Groningen brengen armoede in beeld

De gemeente Groningen en CBSCentraal Bureau voor de Statistiek werken samen aan een Urban Data Centre, een armoedemonitor. Dit helpt om beter zicht te krijgen op het aantal mensen dat leeft in armoede. ‘Voordat we gingen samenwerken met het CBS schatten wij het aantal mensen met een minimuminkomen in Groningen door te kijken naar het aantal mensen met een bijstandsuitkering, aangevuld met het aantal mensen dat een beroep doet op inkomensafhankelijke regelingen van de gemeente. Maar zo mis je de mensen die geen bijstand ontvangen én geen gebruik maken van regelingen, maar die toch weinig inkomen hebben. Mensen die een minimuminkomen uit werk hebben, weten bijvoorbeeld lang niet altijd dat regelingen voor gratis sportactiviteiten of cultuur ook voor hen gelden.’