Hoe organiseer je een sluitende valpreventieketen als de valrisicobeoordeling niet goed geregeld is? Sinds de start van de landelijke Ketenaanpak Valpreventie in 2024 hebben huisartsen een sleutelrol: zij bepalen via de valrisicobeoordeling of iemand in aanmerking komt voor een erkende, verzekerde valpreventieve beweeginterventie. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) sprak echter uit dat deze beoordeling geen primaire huisartsentaak is. Daarmee kwam de keten onder druk te staan.
Lees de ervaringen en tips van Froukje Zeijl (projectmanager, Zorgvonk) en Amy Dieker (regionaal projectleider ketenaanpak valpreventie, GGD (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst ) Brabant-Zuidoost). Beiden zijn experts uit de Expertpool valpreventie van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), GGD GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) ) Nederland, VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en VeiligheidNL.
Waarom is dit een knelpunt?
'Zonder tussenkomst van de huisarts stokt de route in de ketenaanpak voor inwoners met een hoog valrisico. Het gevolg is dat ketenpartners doorverwijzen, maar inwoners komen niet of te laat bij passend aanbod, en huisartsen ervaren extra druk op hun toch al volle agenda.
Wat laat de praktijk zien?
Amy: 'In regio Eindhoven–De Kempen ontwikkelden we een nieuwe werkwijze die de belasting voor huisartsen verlaagd. Door klinisch redeneren te combineren met wat huisartsen al weten over hun patiënten, is niet altijd een uitgebreide beoordeling nodig. Soms volstaat een telefonisch consult. Deze aanpak is ontwikkeld mét huisartsen, paramedici, apothekers, gemeenten en zorgverzekeraars en wordt inmiddels toegepast. Wel blijft het een uitdaging om juist inwoners met een hoog valrisico op te sporen. Vaak vindt men vooral mensen met een laag of matig valrisico.'
Froukje: 'In verschillende regio’s en gemeenten zien we voorbeelden waar huisartsen de valrisicobeoordeling volledig zelf uitvoeren. Zie bijvoorbeeld Groningen | gezondgroningen.nl, Almere en Lelystad | ggdflevoland.nl en bij organisaties als ZEL | veiligheid.nl en Unicum | veiligheid.nl. Ook zijn er regio’s waar men een verlengde-armconstructie toepast. Bij de verlengde armconstructie voert een paramedicus, bijvoorbeeld een hiervoor opgeleide fysiotherapeut, onderdelen van de valrisicobeoordeling uit, onder verantwoordelijkheid van de huisarts. De financiering, administratie en rolverdeling zijn helder, en de regionale huisartsen- of eerstelijnsorganisatie speelt een actieve faciliterende rol. Deze voorbeelden laten zien: de verlengde-armconstructie kan werken, als de randvoorwaarden kloppen.'
Ons advies aan gemeenten en GGD’en
- Houd het gezamenlijke doel scherp: inwoners met een hoog valrisico mogen nooit tussen wal en schip vallen.
- Organiseer lokaal wat regionaal (nog) niet lukt. Begin klein, experimenteer, en professionaliseer op basis van geleerde lessen.
- Toets knelpunten bij de bron: aannames vertragen meer dan elk proces.
- Gebruik bewezen werkwijzen uit andere regio’s. Vertaal wat werkt naar de regionale/lokale context.
- Investeer in de relatie. Een goede samenwerking begint bij elkaar leren kennen en luisteren naar elkaar.'
quote
“Een werkende keten begint bij samenwerking, realisme en het lef om te starten. Ook als nog niet alles perfect geregeld is.”
Froukje Zeijl | projectmanager, Zorgvonk
Amy Dieker | regionaal projectleider ketenaanpak valpreventie, GGD (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
) Brabant-Zuidoost