Waarom wringt de samenwerking in de valpreventieketen, terwijl iedereen uiteindelijk hetzelfde wil: vitaal oudere inwoners? De landelijke en regionale opdracht stuurt op generiek werken en aantallen. Terwijl kwaliteit, maatwerk en doen wat werkt voor hún bewoners is wat lokale ketenpartners drijft. Deze twee logica’s botsen en precies daar gaat het wrijven.
Lees de ervaringen en tips van Anouk Morgenstern (adviseur gezondheidsbevordering, GGD (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst ) regio Utrecht) en van Stéphanie van Emmerik (implementatiespecialist, Sterkz.org). Beiden experts van de Expertpool valpreventie van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), GGD GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) ) Nederland, VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en VeiligheidNL.
Waarom is dat een knelpunt?
Netwerksamenwerking is zinvol als het één partij niet lukt om doelen te bereiken. En moet zich dan richten op wat partijen écht gemeen hebben. Door de druk om regionaal tot één lijn te komen, ontstaat lokaal het gevoel te moeten polderen, eigenheid los te laten of zich aan te passen aan generieke eisen. Daarmee verdwijnen juist de factoren die energie, innovatie en vooruitgang mogelijk maken. Het gevolg: discussie, onderhandeling en soms stilstand. Anderzijds is het soms belangrijk wel te streven naar regionaal uniform werken aan de ketenaanpak. Daarmee voorkom verwarring bij inwoners en professionals. Want onduidelijkheid maakt regionaal samenwerken juist ingewikkeld.
In de bovenstroom (kaders, proces, formatie) is in de ketenaanpak al veel goed ingericht. Maar veel inwoners doorlopen de keten niet volledig en een deel helemaal niet. De onderstroom (vertrouwen, draagvlak, eigenaarschap en autonomie) bepaalt of valpreventie écht landt. En juist daar heeft de regionale opdracht nu weinig ruimte of capaciteit voor.
Toch zien wij kansen. Want als regionale coördinatoren meer kunnen inspelen op verbinding en energie, in plaats van vooral op indicatoren te sturen, kan zelfs met beperkte tijd een vliegwiel ontstaan. Dat komt uiteindelijk zowel de kwaliteit als kwantiteit ten goede.
Wat is ons advies aan GGD’en en gemeenten?
- Werk regionaal alleen samen op wat echt een gedeelde ambitie is.
- Dwing geen one-size-fits-all af; laat ruimte voor lokale eigenheid.
- Richt het systeem in op kwaliteit, bereik én equity (creëer gelijke kansen), niet alleen op aantallen.
- Zie regionale coördinatie als scharnier, niet als stuurwiel: voed lokaal waar nodig. En breng óók praktijkervaring terug naar het landelijk niveau.
“Een lerend (samenwerking)systeem waarin zichtbaar wordt wat werkt, voor wie, en waarom, en dat stuurt op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Dat zou een enorme stap vooruit zijn. Voor gemeenten, voor partners, en vooral: voor inwoners.”
Anouk Morgenstern | adviseur gezondheidsbevordering, GGD (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
) regio Utrecht
Stéphanie van Emmerik | implementatiespecialist, Sterkz.org