Waarom lukt het niet dat ouderen ook na een valpreventiecursus blijven bewegen, terwijl juist dát nodig is om het effect vast te houden? Na drie maanden intensieve valpreventietraining hebben ouderen méér kracht, balans, zelfvertrouwen en een betere conditie. Maar zodra de cursus stopt, zien we vaak een terugval. Niet omdat ze niet willen bewegen, maar omdat de overstap naar passend vervolgaanbod simpelweg te groot is. Ze weten niet wat er beschikbaar is, het aanbod past niet altijd, de afstand is te groot of de kosten vormen een drempel.
Lees de ervaringen en tips van Irene Bok-Loen (ketenregisseur valpreventie, GGD (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst ) Fryslân) en Emilie de Boer (projectleider, Buddhi Sport). Beiden experts uit de Expertpool valpreventie van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), GGD GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) ) Nederland, VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en VeiligheidNL.
Het is een knelpunt:
- Voor de ouderen zelf, omdat effecten afnemen: if you don’t use it, you lose it.
- Voor gemeenten, omdat het valrisico opnieuw stijgt en mensen mogelijk weer opnieuw moeten deelnemen aan een training.
- En voor de ketenaanpak. Er ontstaat een open einde, wanneer ouderen wél blijven bewegen, kan je sneller signaleren als hun situatie verandert.
Wat zien we in de praktijk?
Vaak willen ouderen na de cursus verder trainen met dezelfde groep en dezelfde lesgever. Die vertrouwdheid is voor hen essentieel. Meestal hebben fysiotherapeuten hier geen ruimte voor. Maar aansluiten bij een nieuwe groep voelt voor veel ouderen spannend. Een eenmalig bezoek van de buurtsportcoach tijdens de training helpt onvoldoende. Mensen krijgen onvoldoende beeld van de activiteit, twijfelen of het bij hen past of vinden de stap te groot. Daar komt bij dat het lokale beweegaanbod voortdurend verandert. Nieuwe aanbieders starten, anderen stoppen. Hiervan op de hoogte blijven vergt continu aandacht.
Wat kunnen gemeenten en GGD’en doen?
Maak de overgang van cursus naar vervolgactiviteiten zo klein mogelijk:
- Laat buurtsportcoaches of beweegmakelaars vaker aansluiten tijdens de valpreventietraining en laat ouderen activiteiten ervaren.
- Bied een-op-een-begeleiding aan om samen te verkennen wat past.
- Organiseer een reeks proeflessen als vervolg op de valpreventietraining, op dezelfde dag en tijd, maar met verschillende beweegaanbieders.
- Geef een les op locatie van een beweegaanbieder, zodat de eerste drempel al genomen is.
- Zet ouderen die na een valpreventietraining nu ergens anders bewegen in als ambassadeur.
- Nodig sport- en beweegaanbieders al bij de startbijeenkomst uit, zodat het belang van een vervolg vanaf dag één helder is.
Bij financiële drempels en/of voldoende aanbod:
- Geef beweegaanbieders subsidie om lessen voor senioren goedkoper te maken. Of om nieuw, passend aanbod te ontwikkelen.
- Overweeg korte cursussen voor aanbieders om valpreventieve elementen in reguliere lessen te integreren.
“De sleutel ligt in de kloof verkleinen tussen training en vervolg. Als de stap klein genoeg is, blijven ouderen in beweging en blijft het effect van valpreventie écht geborgd.”
Irene Bok-Loen | ketenregisseur valpreventie, GGD (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
) Fryslân
Emilie de Boer | projectleider, Buddhi Sport