U bent hier

Wat werkt dossier ouderen en bewegen

Gemeenten kunnen 55-plussers direct of indirect ondersteunen bij bewegen door interventies in te zetten. Dit werkt alleen als voldaan wordt aan twee voorwaarden: de interventie bevat voldoende zogenaamde werkzame elementen die bijdragen aan de effectiviteit, en de interventie wordt goed uitgevoerd (geïmplementeerd). Effectief betekent hier: blijvend meer bewegen, waardoor mensen winst kunnen behalen ten aanzien van gezondheid, mobiliteit en fysiek functioneren.

De werkzame elementen zijn in kaart gebracht met een literatuuranalyse en analyse van werkbladen van erkende beweeginterventies voor ouderen. Bij deze elementen zijn voorbeelden gegeven hoe ze in de praktijk toe te passen zijn, op basis van voorbeelden uit  interventies en beoordeling van experts. Daarnaast staan er in het rapport handvatten voor goede implementatie, waaronder het bereiken van de doelgroep, de borging van de interventie en borging van beweeggedrag. Het achtergrondrapport (Nijland e.a., 2018) geeft uitgebreide informatie over methoden en resultaten. 

Wat werkt:

  • Afstemming op de persoonlijke interesses en voorkeuren in manieren van beweging van de deelnemer, maar ook op de capaciteiten van het individu zorgt ervoor dat mensen eerder geneigd zijn deel te nemen en te blijven deelnemen aan een interventie en meer gaan bewegen. Passende intensiteit van de oefeningen en passende setting sluiten hierbij aan. 
  • De betrokken professional is adequaat opgeleid en gekwalificeerd, heeft ervaring in het kunnen motiveren van ouderen, is enthousiast en zorgvuldig.
  • Inzetten op het bevorderen van eigen effectiviteit, zodat de deelnemer overtuigd raakt dat hij of zij met succes bepaald gedrag kan vertonen dat vereist is voor het bereiken van een gewenste uitkomst. 
  • Stimuleren van plezier beleven aan bewegen, waardoor mensen eerder deel willen nemen aan een interventie en deelname langer volhouden. 
  • Faciliteren van sociaal contact onder deelnemers en ervoor zorgen dat zij sociale steun ervaren. 
  • Inzetten op verschillende onderdelen van bewegen (conditie, spierkracht en balans), en naast de activiteit zelf ook aandacht besteden aan kennis over bewegen en gezondheid. 
  • Binnen de interventie worden activiteiten getraind die relevant zijn voor het dagelijks leven van de deelnemer(s).
  • De resultaten die de deelnemer boekt worden tussentijds geëvalueerd met de deelnemer en de uitvoerende professional.
     

Wat is onbekend of onzeker

  • Een hoger aantal interventieminuten per week leidt tot een groter effect van de interventie. Hetzelfde geldt voor een langere duur van de interventiesessies. Hoeveel langer een sessie moet zijn is niet bekend.
  • Het lijkt erop dat bij ouderen een hoge intensiteit van de bewegingsoefeningen minder bepalend is voor de effectiviteit dan bij andere leeftijdsgroepen. 
  • Laat de inzet op het stimuleren van beweging onder ouderen deel uitmaken van integrale preventiezorg voor ouderen. Beweeginterventies hebben naast fysieke voordelen ook een positieve invloed op sociale, psychische en cognitieve kwetsbaarheid en dragen daarmee bij aan doelmatig beleid. 
  • Breng al het bestaande sport- en beweegaanbod, ook dat van zorg en welzijn, in beeld en bekijk of het aanbod aansluit bij de wijkbewoners die extra ondersteuning nodig hebben om meer te gaan bewegen. 
  • Het goed bereiken van de echte doelgroep kwestbare ouderen die weinig bewegen is een grote uitdaging. Een netwerk van professionals uit zorg, welzijn en sport is een voorwaarde voor bereik van kwetsbare doelgroepen en (door)verwijzing naar geschikt aanbod. Een buurtsportcoach kan als verbinder fungeren en kan personen adviseren over en toeleiden naar passend aanbod. Introductielessen op zeer laag niveau, met mensen van vergelijkbaar niveau, en (in eerste instantie) zorgverleners mee laten begeleiden kan deelname stimuleren van mensen die denken dat het aanbod te hoog gegrepen is. 
  • Zet bij voorkeur interventies of activiteiten in die zoveel mogelijk gebruik maken van werkzame elementen, en die op een goede manier uitgevoerd (geïmplementeerd) worden. 
  • Voer daarom activiteiten of interventies uit die persoonsgericht zijn, aansluiten bij de persoonlijke voorkeuren en mogelijkheden van de ouderen en die inspelen op eigen-effectiviteit. Activiteiten in groepsverband spelen beter in op de sociale voordelen: plezier in het gezamenlijk bewegen en sociale steun ontvangen, waardoor ze het bewegen langer volhouden. 
  • Zorg dat de kwaliteit en de eigenschappen van de uitvoerende professional aansluiten bij de doelgroep. Wenselijk is dat een professional hiervoor een een specifieke opleiding of training heeft gevolgd, affiniteit heeft met ouderen en in staat is om de groep te motiveren en het niveau van de oefeningen aan te passen aan het individu. 
  • Zet activiteiten lang genoeg in zodat het kan leiden tot behoud van beweeggedrag (minimaal 6 maanden). Bij tijdelijke en vooral de korter durende interventies dient er vervolgaanbod te zijn dat minimaal afwijkt en er mag geen gat vallen tussen einde van de interventie en begin van het vervolgaanbod. 
     

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer