De eerste stap in de voorbereiding van uw planmatige aanpak is het verzamelen van cijfers en feiten waarmee u een gezondheidsprofiel kunt samenstellen. Op deze pagina vindt u wat algemene cijfers en bronnen waar u meer specifieke cijfers kunt vinden.

 

Bewegen

In 2023 voldeed 45% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. Kinderen (4 t/m 11 jaar) voldoen het vaakst aan de beweegrichtlijnen (60%), gevolgd door mensen in de leeftijd van 18 t/m 64-jaar (45%), ouderen (65- plussers) (40%) en jongeren (12 t/m 17 jaar) (39%). Voldoende bewegen neemt toe met het opleidingsniveau. 51% van de hoogopgeleiden voldoet aan de beweegrichtlijnen versus 33% van de laagopgeleiden. 

Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking en/of een langdurige aandoening voldoen minder vaak (17%  tot 43%) aan de beweegrichtlijnen dan mensen zonder aandoening of beperking (48%).

Sport

56% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder doet één keer per week of vaker aan sport. Jongeren (12 t/m 17 jaar) sporten het meest (76%), gevolgd door kinderen (4 t/m 11 jaar, 62%) en daarna volwassenen (18 t/m 64 jaar, 58%). Ouderen (65 jaar en ouder) sporten het minst (40%). Hoogopgeleiden sporten meer dan laagopgeleiden (66% versus 32%). Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking en/of een langdurige aandoening (25% tot 52%) sporten minder vaak wekelijks dan mensen zonder aandoening of beperking (62%).

Zitten

Nederlanders van 4 jaar en ouder zitten ruim 9 uur op een gemiddelde dag in de week. Op doordeweekse dagen wordt meer gezeten dan op weekenddagen. Jongeren (12 t/m 17 jaar) en volwassenen (18 t/m 65) zitten het meest. Hogeropgeleiden zitten meer dan lageropgeleiden.

Bekijk meer cijfers over de huidige situatie op Vzinfo.nl en bij sportenbewegenincijfers.nl

 

Beweegrichtlijnen

De beweegrichtlijnen geven aan hoeveel beweging nodig is voor een goede gezondheid. Voor jonge kinderen zijn er geen concrete richtlijnen, maar wel beweegadviezen.

Het beweegadvies is:

  • Voor kinderen tot 1 jaar : Meerdere keren per dag op verschillende manieren lichamelijk actief zijn, bijvoorbeeld door met ze op de grond te spelen. Als het kindje nog niet mobiel is, breng het dan tijdens de activiteiten in buikligging, in totaal ten minste 30 minuten.
  • Voor kinderen van 1 en 2 jaar : Elke dag 180 minuten lichamelijke activiteit, inclusief matig of zwaar intensieve inspanning. 
  • Voor kinderen van 3 jaar :  Elke dag 180 minuten per dag lichamelijke activiteit, waarvan minstens 60 minuten matig tot zwaar intensief.

Aanvullend hierop wordt geadviseerd kinderen niet te lang stil te laten zitten:

  • Beperk kinderen niet langer dan 60 minuten per keer in hun bewegingsvrijheid, bijvoorbeeld door het ‘vastzetten’ (in een stoeltje).
  • Voor kinderen van 2 en 3 jaar is het advies om beeldschermtijd te beperken tot één uur per dag, minder is beter. Voor kinderen van 0 en 1 jaar wordt beeldschermtijd afgeraden.

De beweegrichtlijn voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar is:

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Minstens een uur per dag matig intensieve inspanning. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Minstens 3x per week spier- en botversterkende activiteiten.
  • Voorkom veel stilzitten.

De beweegrichtlijn voor volwassenen en ouderen is:

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Minstens 2x per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.
  • Voorkom veel stilzitten.

Er zijn ook beweegrichtlijnen speciaal voor mensen met een fysieke beperking en voor mensen met een verstandelijke beperking. Lees meer op de website Alles over sport

Doelgroepen

Bepaalde groepen mensen in Nederland bewegen en sporten minder vaak. Dit zijn vooral de volgende groepen mensen:

Het percentage Nederlanders van 25 jaar en ouder dat voldoende beweegt neemt toe met het opleidingsniveau. In 2023 was het percentage hoogopgeleiden dat voldoet aan de beweegrichtlijnen hoger dan het percentage laagopgeleiden (51% versus 33%). In 2023 was het percentage wekelijkse sporters van 25 jaar en ouder in Nederland ruim twee keer zo hoog onder hogeropgeleiden (66%) dan onder lageropgeleiden (32%) (sportenbewegenincijfers.nl).

Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond bewegen en sporten minder en zijn minder vaak lid van een sportvereniging. Vrouwen en meisjes in deze groep bewegen minder dan jongens en mannen, met name onder Turken en Marokkanen. Omdat niet-westerse migranten vaker gezondheidsklachten hebben is bewegen voor deze groep belangrijk.

Met leeftijd neemt het beweeggedrag af. Van de Nederlanders van 65 jaar en ouder voldoet 40% aan de beweegrichtlijnen. In 2021 bezochten 105.000 ouderen van 65 jaar en ouder een SEH(Spoedeisende hulp) na een valongeval. Het is belangrijk dat de groep ouderen op een verantwoorde manier in beweging blijft, zodat ze gezonder blijven én valincidenten worden voorkomen(veiligheid.nl en sportenbewegenincijfers.nl).

In Nederland hebben ruim 10 miljoen mensen ten minste één door de huisarts geregistreerde chronische aandoening. Voor veel aandoeningen is voldoende bewegen een manier om de klachten voor de patiënt te beperken. Maar in de praktijk beweegt deze groep juist relatief weinig. Van de Nederlanders met een langdurige aandoening voldoet s43% aan de Beweegrichtlijnen. Mensen die zowel een langdurige aandoening als een lichamelijke beperking hebben voldoen nog minder vaak; slechts 17%. (vzinfo.nl en sportenbewegenincijfers.nl).

Mensen met een lichamelijke beperking voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen zonder aandoening of beperking. In 2023 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met een visuele (31%) of een auditieve (30%) beperking vaker aan de beweegrichtlijnen dan degene met een motorische beperking (15%). De sportdeelname van mensen met een lichamelijke beperking blijft achter bij die van mensen zonder beperking (38% versus 62%). Daarnaast is dichtbij huis een passend aanbod vinden voor mensen met een beperking minder vanzelfsprekend (Nivel, 2019 en sportenbewegenincijfers.nl).

Ook mensen met een verstandelijke handicap bewegen weinig. De helft van de mensen met een lichte verstandelijke beperking en zes op de tien mensen met een matige verstandelijke beperking geven aan wekelijks te sporten. Vertegenwoordigers of familieleden van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking geven een lagere wekelijkse sportdeelname voor hun naasten op (41% respectievelijk 28%) (Kenniscentrum Sport & Bewegen, Mulier Instituut, 2019). 

Trends
 

Met name ouderen en hoger opgeleiden zijn meer gaan bewegen in de periode 2001 tot en met 2021. Gedurende de afgelopen twee decennia is er een duidelijke stijging zichtbaar in het percentage wekelijkse sporters onder ouderen. Daarentegen is het percentage wekelijkse sporters onder jongeren juist gedaald (Sportenbewegenincijfers.nl).           

De Sport Toekomstverkenning schetst de ontwikkelingen in de sportsector tot aan 2040. De bevolking van Nederland vergrijst en verandert in etnische samenstelling. Mensen willen flexibeler zijn en zelf bepalen wat ze in hun vrije tijd doen. Daardoor binden ze zich minder snel aan een vereniging.
 

Oorzaken en gevolgen

Beweeggedrag hangt af van allerlei factoren, zoals leeftijd, geslacht, inkomen en woonomgeving. In de factsheet Bewegen heeft het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) deze factoren in kaart gebracht.

Sport en bewegen leiden tot betere gezondheid, welzijn en plezier. De Social Return On Investment (SROI) van sport en bewegen wordt in Nederland geschat op 2,7. Te weinig bewegen leidt tot ziektelast. Dit wordt uitgedrukt in DALY’s. In Nederland komt 2,3% van de totale ziektelast door te weinig bewegen. Jaarlijkse overlijden bijna 6.000 mensen door aandoeningen die het gevolg zijn van te weinig bewegen. Als iemand voldoet aan de beweegrichtlijnen, heeft hij minder kans op verschillende fysieke en psychische aandoeningen. Deze afname heeft een positieve invloed op het zorggebruik.

Lees meer over de oorzaak en gevolgen van beweeggedrag op vzinfo.nl.  

 

Meer informatie en instrumenten

  • Cijfers op gemeenteniveau vindt u bij Sportenbewegenincijfers.nl en Waarstaatjegemeente.nl
  • Organisaties zoals de GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst), een provinciale of lokale sportservice organisatie of ROS Regionale Ondersteuningsstructuur (Regionale Ondersteuningsstructuur) kunnen u helpen. Zowel met het verkrijgen van cijfers en met het interpreteren van lokale data.
  • De Handreiking Werken met lokale data in de sport biedt handvatten voor het vinden en benutten van lokale data over sport en bewegen.
  • Met de Beweegvriendelijke Omgeving-scan krijgt u op een snelle en simpele manier inzicht in de beweegvriendelijkheid van een buurt, wijk, stadsdeel of schoolplein
  • De Scan & Match geeft inzicht in de vraag en aanbod van sport en bewegen in een gemeente of regio voor mensen met een beperking.