Om een aanpak voor valpreventie voor ouderen om te zetten naar beleid en een uitvoeringsprogramma zijn onder andere cijfers en feiten nodig. Een regionale of lokale probleemanalyse maakt het mogelijk om prioriteiten te stellen en doelgroepen te kiezen.

Omvang van valongevallen bij ouderen

Oudere mensen (65+) lopen het meeste risico op een privé-valongeval (i.e. alle valongevallen die niet in het verkeer, een arbeidssituatie of tijdens sport plaatsvinden). In cijfers samengevat:

  • Het grootste risico op een valongeval lopen de oudste ouderen, zelfstandig wonende, kwetsbare ouderen en ouderen met een zorgvraag (bijvoorbeeld thuiszorg of mantelzorg). In 2017 bezochten 102.000 ouderen van 65 jaar en ouder een Spoedeisende Hulpafdeling van een ziekenhuis na een privé-valongeval. Oftewel 3.200 SEHSpoedeisende hulp-bezoeken per 100.000 65-plussers. Dit betekent dat in 2017 gemiddeld elke 5 minuten, een 65-plusser slachtoffer was van een privé-valongeval met letsel dat moest worden behandeld op een SEH-afdeling. 
  • In 2017 werd ongeveer één op drie ouderen na bezoek aan de SEH-afdeling opgenomen in het ziekenhuis (36%, 36.200, 1.100 per 100.000 65-plussers).
  • In 2017 overleden 3.849 ouderen ten gevolge van een val. Dit was negentig procent van alle dodelijke ongevallen bij ouderen dat jaar.

Meer informatie en cijfers leest u in de uitgebreide cijferrapportage Privé-ongevallen bij ouderen

Risicofactoren

De risicofactoren voor vallen worden in twee categorieën gesplitst: persoonsgebonden en omgevingsgebonden. In de praktijk worden valongevallen meestal veroorzaakt door een combinatie van deze twee factoren. De effectiviteit van een valpreventieprogramma neemt dan ook toe door het uitvoeren van activiteiten die zich gericht richten op meerdere risico’s.

  • minder reactievermogen, evenwicht en spierkracht.
  • beperkte lichamelijke mogelijkheden, verminderde lenigheid.
  • slecht zicht en gehoor.
  • specifieke ziekten, zoals artrose, CVA (Cerebrovasculaire aandoeningen), de ziekte van Parkinson, orthostatische hypertensie.
  • problemen met lopen.
  • cognitieve achteruitgang (bijvoorbeeld dementie) en psychische problemen (bijvoorbeeld depressie).
  • geneesmiddelengebruik, vooral slaap- en kalmeringsmiddelen.
  • risico verhogend gedrag, zoals te snel opstaan, te weinig beweging en haasten.
  • voorbeelden van risicofactoren in de inrichting van de woning: onvoldoende verlichting, hoge drempels, losse kleedjes, voorwerpen en meubels die niet past bij de persoon.
  • voorbeelden van risicofactoren bij gebruikte (hulp)middelen: schoenen met gladde zolen, een slecht onderhouden rollator, een boodschappentas zonder wielen, een slechte huishoudtrap.
  • voorbeelden van risicofactoren in de openbare ruimte: ongelijke bestrating, slechte straatverlichting, blokkades.

Stijging ernstig letsel na valongeval door vergrijzing

Uit een analyse van de afgelopen 10 jaar (2008-2017) blijkt dat de stijging van het aantal SEHSpoedeisende hulp-bezoeken in verband met ernstig letsel door een privé-valongeval bij 65-plussers als totaal, verklaard kan worden door de vergrijzing van Nederland. De vergrijzing zal de komende jaren doorgaan. Een prognose, gebaseerd op leeftijd- en geslachtsspecifieke incidenties van 2017, laat zien dat het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel door een privé-valongeval bij 65-plussers in 2030 met 41 procent gestegen zal zijn ten opzichte van 2017, het aantal overledenen met 55 procent.

Gevolgen

Valongevallen hebben bij ouderen vaak ernstige gevolgen. In 2017 was ruim tweederde van de letsels behandeld op een SEHSpoedeisende hulp-afdeling ernstig. 57% (57.900) had een fractuur opgelopen waaronder 14.400 ouderen die hun heup hadden gebroken.  De valongevallen van ouderen brachten € 837 miljoen aan directe medische kosten met zich mee voor patiënten die zijn behandeld op een Spoedeisende Hulpafdeling of zijn opgenomen in het ziekenhuis. Omgerekend komt dit neer op € 8.200 per ongeval. Het overgrote deel van de totale kosten is veroorzaakt door valongevallen van zelfstandig wonende 75-plussers (85%, € 749 miljoen) [3]. Naast de extra belasting voor de gezondheidszorg en de hoge medische kosten hebben valongevallen nog andere nadelige gevolgen:

  • Het oplopen van een fractuur door een val bij ouderen is vaak een aanslag op de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en mobiliteit. Ouderen hebben na een val meer moeite met bijvoorbeeld het op- en aflopen van trappen, douchen en schoonmaken.
  • Een valongeval kan (psycho)sociale gevolgen hebben: uit onderzoek blijkt dat een val veel invloed heeft op het zelfvertrouwen van ouderen. Velen blijken angstig te zijn opnieuw binnen- of buitenshuis te vallen. 
  • Ouderen worden minder actief na een val. Twee vijfde van de onderzochte ouderen voert ruim een jaar na de val minder vaak activiteiten uit zoals wandelen, fietsen, winkelen en tuinieren. De sociale contacten en sociale activiteiten zijn na ruim een jaar wel weer als voorheen.
  • Doordat de lichamelijke en geestelijke conditie na een val achteruit gaat, neemt het risico op gezondheidsklachten toe. De psychosociale gevolgen van een val, zoals valangst en verminderde activiteit, zijn op zichzelf weer risicofactoren voor een nieuwe val.

Referenties en bronnen

  1. Letsel Informatie Systeem 2016 (LIS2016), VeiligheidNL. 2015.
  2. Doodsoorzakenstatistiek 2016, Centraal Bureau voor de Statistiek. 2016.
  3. Letsellastmodel 2016, VeiligheidNL in samenwerking met Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. 2016.