Landelijke wetgeving en beleid bepalen de kaders voor het gemeentelijke beleid. Hieronder worden de hoofdlijnen geschetst van het landelijk beleid en de wetgeving.

Landelijk drugsbeleid

Wetgeving rondom drugs

Landelijk drugsbeleid

Voorkomen van gebruik en beperken risico’s drugs

Het Nederlandse drugsbeleid richt zich op het voorkomen van drugsgebruik, het beperken van de risico’s van drugsgebruik, voor de gebruiker zelf, de directe omgeving en voor de samenleving. Drie doelstellingen staan hierbij centraal:

  • De vraag naar drugs wordt ontmoedigd door voor goede preventie en hulpverlening.
  • Bestrijding van drugscriminaliteit is gericht op de aanpak van productie van drugs en de handel hierin.
  • Waar drugsgebruik leidt tot verstoring van de openbare orde of zorgt voor andere overlast wordt dit aangepakt.

Het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport coördineert het drugsbeleid, en werkt hierin nauw samen met de ministeries van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken. Het drugsbeleid van VWS is vormgegeven langs de volgende lijnen:

1: Het voorkomen van drugsgebruik

Het beste is als mensen helemaal niet gebruiken. Daar is het VWS-beleid primair op gericht: voorkomen van gebruik. In eerste instantie heeft de samenleving hier een eigen verantwoordelijkheid in (ouders, omgeving etcetera). Daarnaast zet een groot aantal partijen zich in om te voorkomen dat (jonge) mensen beginnen met drugs. Een belangrijke preventietaak ligt bij gemeenten, daarbij ondersteund door instellingen voor verslavingszorg en GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-en. De invulling van deze preventietaak is in deze handreiking nader uitgewerkt.

2: Voorkomen van gezondheidsschade door drugs

Zoals gezegd is het eerste beleidsdoel erop gericht te voorkomen dat mensen beginnen met drugsgebruik. De praktijk is echter dat er mensen zijn die ondanks het feit dat drugs illegaal zijn en ondanks de risico’s, toch (incidenteel of geregeld) drugs gebruiken. Doelstelling is dan om er – voor zover mogelijk – voor te zorgen dat de kans op (gezondheids)problemen wordt beperkt. Net als bij primaire preventie hebben gemeenten ook bij secundaire preventie een essentiële rol, bijvoorbeeld door in de vergunning voor evenementen bepalingen op te nemen die gezondheidsincidenten beogen te voorkomen.

3: Inzet van vroegsignalering en kortdurende interventies bij drugsgebruik

Een volgende schakel in de ketenbenadering is vroegsignalering. Het is van belang dat mensen die een verslaving dreigen te ontwikkelen of waarbij het drugsgebruik tot andere (gezondheids)problemen dreigt te leiden, snel worden opgemerkt en worden ondersteund om erger te voorkomen. De gemeente speelt ook hier een belangrijke rol, o.a. door te zorgen dat er een basisaanbod is op het gebied van vroegsignalering en kortdurende interventies.

4: Adequate behandeling bij drugsverslaving

Mensen die in de problemen komen door middelengebruik en verslaving dienen toegang te hebben tot adequate behandeling. Naast zorgverzekeraars met hun zorgplicht hebben gemeenten sinds 1 januari 2015 een grote verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning voor jeugdigen.

5: Beperken van gezondheidsschade door gebruik, ofwel harm reduction

Het beperken van de negatieve gevolgen van harddrugsgebruik. Veel van de maatregelen zoals spuitomruil, methadon- en heroïnebehandeling en gebruikersruimten zijn bewezen effectief in het beperken van gezondheidsschade, met name waar het gaat om het beperken van drugs gerelateerde infectieziekten als HIVhumaan immunodeficiëntievirus /AidsAcquired immune deficiency syndrome (aids) , Hepatitis en het voorkomen van fatale overdoses. Bovendien is een groot deel van de harddrugsgebruikers in beeld bij zorg- en hulpverlening. Lees meer over harm reduction.

Anders gezegd: voorkomen is beter dan behandelen, behandelen is beter dan harm reduction en harm reduction is beter dan niets doen (Uitgangspunten huidig drugsbeleid VWS).

Kamerbrief over drugspreventiebeleid

Kamerbrief over drugspreventiebeleid

In zijn kamerbrief van 25 april 2019 kondigt staatssecretaris Paul Blokhuis van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vijf nieuwe maatregelen aan om drugspreventie kracht bij te zetten:

  1. Het ontwikkelen van innovatieve interventies waarmee voorkomen wordt dat jongeren beginnen met drugsgebruik
  2. Het starten van een platform met experts en stakeholders van onder andere preventiemedewerkers, kennisinstituten, studentenverenigingen et cetera, gericht op het tegengaan van stijging van drugsgebruik
  3. Meer inzetten op samenwerking met gemeenten, zodat preventieve interventies en materialen de doelgroepen beter bereiken
  4. Een wetswijziging waarmee in één keer veel gevaarlijke Nieuwe Psychoactieve Stoffen (designerdrugs) verboden kunnen worden
  5. Maatregelen gericht op het tegengaan van gebruik van een aantal specifieke middelen waaronder GHBgammahydroxybutyraat (GHB) GHB is middel met een verdovende werking. Het werd vroeger gebruikt als narcosemiddel bij operaties, maar nu als partydrug. , lachgas, cocaïne en ecstasy

Lees meer

Wetgeving drugs

Met de Opiumwet voldoet Nederland aan de eisen van internationale verdragen waaraan het zich gebonden heeft en geeft het invulling aan de manier waarop er in Nederland met drugs omgegaan dient te worden. Naast de Opiumwet zijn er ook andere wetten die een link hebben met drugs, zoals de Wegenverkeerswet en de Geneesmiddelenwet.

Opiumwet

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) is de eerst verantwoordelijke voor de Opiumwet. Voor de strafrechtelijke opsporing en vervolging van delicten is het Openbaar Ministerie eindverantwoordelijk. De politie heeft een uitvoerende rol in de opsporing en de handhaving.

De Opiumwet stelt de import, export, productie, teelt, aanwezigheid en handel in middelen die worden beschouwd als een risico voor de volksgezondheid, strafbaar als niet voldaan is aan strikte voorwaarden. De Opiumwet maakt onderscheid tussen harddrugs (lijst 1) en softdrugs (lijst 2):

Lijst 1, harddrugs Lijst 2, softdrugs
  • Heroïne
  • Cocaïne
  • Amfetamine
  • LSD
  • XTCEcstasy (XTC) Drug; wordt verkocht in de vorm van pillen en capsules. De werkzame stof die in XTC zit heet MDMA.
  • GHBgammahydroxybutyraat (GHB) GHB is middel met een verdovende werking. Het werd vroeger gebruikt als narcosemiddel bij operaties, maar nu als partydrug.
  • 4-FA
  • Cannabis: hasj en wiet
  • Slaap- en kalmeringsmiddelen
  • Paddo's
  • Qat

 

 

Op lijst 1 staan de middelen die een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid met zich meebrengen. De risico's van gebruik van de middelen op lijst 2 worden als minder groot ingeschat dan bij de middelen op lijst 1.

Gedoogbeleid: verkoop van softdrugs in coffeeshops

De verkoop van cannabis in coffeeshops wordt in Nederland onder strikte voorwaarden gedoogd. Het doel van dit gedoogbeleid is de handel in soft- en harddrugs van elkaar te scheiden en zo te voorkomen dat gebruikers van softdrugs te maken krijgen met harddrugs. Ook wordt zo voorkomen dat cannabisgebruikers in het criminele circuit belanden. Coffeeshops mogen softdrugs verkopen mits ze zich aan de volgende criteria houden:

  • Er mag niet meer dan 5 gram softdrugs per persoon per transactie worden verkocht.
  • Er mogen geen harddrugs worden verkocht.
  • Er mogen geen softdrugs verkocht worden aan minderjarigen.
  • Minderjarigen mogen niet in een coffeeshop worden binnengelaten.
  • Er mag geen alcohol worden geschonken.
  • Er mag geen reclame voor drugs en de coffeeshop worden gemaakt.
  • Er mag geen overlast voor de omgeving worden veroorzaakt.
  • De handelsvoorraad mag niet meer dan 500 gram zijn.
  • Geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland

De coffeeshophouder is verantwoordelijk voor de controle op leeftijd en nationaliteit. Uitbaters die zich niet aan deze voorwaarden houden, kunnen een bestuurlijke of strafrechtelijk boete opgelegd krijgen. Uw gemeente bepaalt zelf of u coffeeshops binnen de gemeentegrenzen toelaat, en zo ja: hoeveel coffeeshops. Het is mogelijk om aanvullende eisen op te stellen.

Lees meer op de pagina regelgeving coffeeshops

Experiment gesloten coffeeshopketen

Een knelpunt bij het coffeeshopbeleid is dat de verkoop weliswaar gedoogd wordt maar dat de productie van cannabis en het bevoorraden van de coffeeshops nog steeds verboden is. Daar komt verandering in. Er komt een experiment met gecontroleerde cannabisteelt en levering aan coffeeshops in een aantal gemeenten. Lees meer over het experiment op de site van de Rijksoverheid.

Strafbaarstelling drugsbezit

Het gebruik van drugs is in Nederland niet strafbaar. Bezit, handel, verkoop en productie van drugs is wel strafbaar. Dat geldt zowel voor softdrugs als voor harddrugs. In de Aanwijzing Opiumwet is het uitgangspunt opgenomen dat er geen gerichte opsporing wordt ingezet op het bezit van een geringe hoeveelheid drugs voor eigen gebruik. Ook leidt bezit van een gebruikshoeveelheid normaal gesproken niet tot strafvervolging. Volgens de Aanwijzing gaat het dan om ‘bv. één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet (in elk geval een aangetroffen hoeveelheid van maximaal 0,5 gram); een consumptie-eenheid van 5 ml GHBgammahydroxybutyraat (GHB) GHB is middel met een verdovende werking. Het werd vroeger gebruikt als narcosemiddel bij operaties, maar nu als partydrug. ’.
Daarnaast wordt er ook een uitzondering gemaakt voor drugs met medische, diergeneeskundige, instructieve en wetenschappelijke doeleinden. Voor harddrugs (lijst 1) gelden zwaardere straffen dan voor softdrugs (lijst 2). Lees meer over boetes bij overtredingen op de website van het Openbaar Ministerie.
 

Wegenverkeerswet en drugs

In de Wegenverkeerswet 1994, artikel 8 lid 1, staat dat het verboden is  te rijden onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden. In aanvulling op de Wegenverkeerswet zijn voor een aantal drugs in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer grenswaarden vastgesteld boven welke een bestuurder aangehouden of gesanctioneerd kan worden. Om dit vast te stellen worden sinds 1 juli 2017 speekseltesten afgenomen. Voor overige drugs blijft de nullimiet gelden. De opsporing is voorbehouden aan politie.

 

Middelenonderzoek als strafverzwaring bij geweldplegers

Sinds 1 januari 2017 kunnen verdachten van geweldsmisdrijven op grond van het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers verplicht worden tot een alcoholtest of een drugstest. De politie mag de test niet standaard uitvoeren, er moeten aanwijzingen zijn dat het geweld onder invloed is gepleegd. De straf kan zwaarder uitvallen als uit de test blijkt dat de dader tijdens het geweld onder invloed waren van alcohol of drugs. Lees meer over geweld onder invloed.

 

Geneesmiddelenwet en drugs

Sommige drugs zijn geneesmiddelen, of worden zo gezien en vallen niet onder de Opiumwet. Deze staan in de Geneesmiddelenwet. Een voorbeeld hiervan is ketamine. Het zonder vergunning, produceren, bestellen, of verhandelen van middelen die onder de Geneesmiddelenwet vallen, is verboden. Gebruik en bezit van gebruikershoeveelheden vallen niet onder deze wet. Voorheen vielen veel nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) automatisch onder de Geneesmiddelenwet, dit is inmiddels niet meer het geval.
In het verleden viel ook lachgas onder de Geneesmiddelenwet.  Daarmee was oneigenlijk gebruik van lachgas strafbaar. Onder invloed van Europese regelgeving valt lachgas sinds 1 juli 2016 echter onder de Warenwet. Gebruik van lachgas voor recreatief gebruik is daardoor niet meer strafbaar. Lees meer over lachgas.

 

Meer informatie