Voor het maken van sport- en beweegbeleid, heeft u onder andere cijfers en feiten nodig. Door de regionale of lokale situatie in beeld te brengen, kunt u onderbouwd prioriteiten stellen en gericht doelgroepen kiezen.

Huidige situatie sport en bewegen

In 2018 voldeed 47% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan de Beweegrichtlijnen. De helft (53%) van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder voldeed aan het onderdeel (1) matig of zwaar intensieve inspanning en driekwart (80%) aan het onderdeel (2) spier- en botversterkende activiteiten. Mannen voldeden in 2018 iets vaker aan de richtlijnen dan vrouwen. In 2018 deed 53% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder een keer per week  of vaker aan sport. Het percentage wekelijkse sporters is bij mannen 53%) en  bij vrouwen 54%. In 2018 sporten Nederlandse jongeren (12 t/m 17 jaar) het meest (75%), gevolgd door kinderen (4 t/m 11 jaar, 60%), volwassenen (18 t/m 64 jaar, 55%) en ouderen (65 jaar en ouder) het minst (37%). In 2018 was het percentage wekelijkse sporters van 25 jaar en ouder in Nederland twee keer zo hoog onder hoger opgeleiden als onder lager opgeleiden. In 2017 brachten Nederlanders van 4 jaar en ouder dagelijks gemiddeld 9 uur zittend door. In het weekend zitten Nederlanders gemiddeld anderhalf uur minder per dag dan doordeweeks. Mannen zitten dagelijks gemiddeld iets langer dan vrouwen. Nederlandse jongeren (12 tot en met 17 jaar) zitten dagelijks gemiddeld het meest. Lees verder op Sportenbewegenincijfers.nl.

Belemmeringen en drijfveren om te sporten en bewegen

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) bracht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) eind 2016 in kaart welke belemmeringen en drijfveren mensen ervaren om (meer) te gaan sporten en bewegen. Lees het volledige rapport. Bekijk ook de belemmeringen en drijfveren om (meer) te gaan sporten van de doelgroepen: ouderen, mensen met een chronische ziekte, mensen met een lichamelijke beperking, migranten, lage SES en mensen met een verstandelijke handicap.

Beweegrichtlijnen

De Gezondheidsraad heeft in 2017 nieuwe beweegrichtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op een uitgebreide analyse van al het bestaande onderzoek naar de gezondheidseffecten van bewegen. Deze analyse benadrukt wederom het belang van bewegen. En toont ook weer de negatieve effecten aan van langdurig en veel zitten. Op basis van de gevonden resultaten, zijn de nieuwe beweegrichtlijnen opgesteld. Lees meer over de beweegrichtlijnen.

De beweegrichtlijn voor volwassenen en ouderen is als volgt:

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.
  • Voorkom veel stilzitten.

Lees ook het artikel over het nieuwe advies voor ouderen.

Voor kinderen van 4 tot 18 jaar geldt de volgende beweegrichtlijn:

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Doe minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten.
  • Voorkom veel stilzitten.

Voor kinderen jonger dan vier jaar geven de beweegrichtlijnen, wegens gebrek aan onderzoek, geen advies. Uit recent onderzoek blijkt dat bewegen een positief effect heeft op de motorische- en cognitieve ontwikkeling. Meer onderzoek is nodig om aan te kunnen tonen of deze er ook zijn voor de lichaamssamenstelling en sociaal- emotionele ontwikkeling. Voor hen is het belangrijkste dat ze gevarieerd bewegen en motorische vaardigheden aanleren.

Lees meer

Kaarten over sport en bewegen in Nederland

Op Sport op de kaart (Volksgezondheidenzorg) vindt u cijfers over sport en bewegen in Nederland, onder andere over sport- en beweegdeelname, sport- en beweegaanbod en beleid.

Cijfers op wijkniveau

Op Volksgezondheidenzorg.info staan kaarten met cijfers op wijk- en buurtniveau. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 van GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, CBSCentraal Bureau voor de Statistiek en RIVM.

Trends Sport en bewegen

Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van sportbeleid? Welke maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden dit beleid? En welke trends zijn er zichtbaar bij sporters? Trendspotter Sport en Bewegen geeft als interactief netwerkmodel inzicht in deze vragen.

De Sport Toekomstverkenning 'Een sportiever Nederland' schetst een beeld welke maatschappelijke veranderingen de sport in Nederland beïnvloeden? Waar gaat het heen met de sport tussen nu en 2040? Welke kansen, maar ook keuzes biedt dit voor de sportsector en het sportbeleid? Het werkt een viertal perspectieven uit: Door Vriendschap Verenigd, Voel je Fit, Naar de top en Leef Mee. Gemeenten maken beleidskeuzes binnen deze perspectieven.

Gezondheidsgevolgen sport en bewegen

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen. Daarnaast is het zo dat de mensen die het minst actief zijn over het algemeen het grootste risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Jaarlijks zijn er circa 3,7 miljoen sportblessures, waarvan iets minder dan 40% medisch wordt behandeld. Voldoende bewegen is ook gunstig voor bepaalde chronische aandoeningen.

Lees verder op volksgezondheidenzorg.info en in deze factsheet leest u meer over de gevolgen van zitgedrag op gezondheid.

Sporten en bewegen ook op andere vlakken effectief

Sport zorgt behalve voor een betere gezondheid ook voor meer zelfvertrouwen en kan zelfs bijdragen aan een hoger salaris. Het Human Capital Model (Bailey et al. 2013) geeft een overzicht van deze en nog vele andere effecten van sport en bewegen en de mate waarin deze wetenschappelijk onderbouwd zijn.

Sport en bewegen kan leiden tot diverse positieve (maar soms ook negatieve) effecten. De economische waarde van die effecten is echter veelal onbekend. Het rapport ‘De sociaaleconomische waarde van sport en bewegen’ geeft een indicatie van de baten en lasten indien een (gemiddelde) Nederlander blijvend gaat sporten en bewegen. Tevens vind je een tool waarmee je de baten van je eigen sport- of beweegproject in kunt schatten.

Regionale en internationale verschillen Sport en bewegen

Op Sportenbewegenincijfers.nl vindt u informatie over:

  • de mate waarin mensen voldoen aan (de) beweegrichtlijnen: onder andere naar leeftijd, opleidingsniveau en voor mensen met een aandoening of beperking.
  • wekelijkse sporters: onder ander naar leeftijd, opleidingsniveau en voor mensen met een aandoening of beperking. per GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst regio, per gemeente, met een chronische aandoening per GGD- regio, met een motorische beperking per GGD-regio
  • zitgedrag: naar leeftijd en opleidingsniveau