Wilt u problematisch drugsgebruik effectief en preventief aanpakken? Werk dan integraal. Dit betekent dat u verschillende maatregelen en interventies in samenhang inzet voor verschillende doelgroepen en hun omgeving. 

U kunt integraal werken aan de hand van de volgende 4 pijlers: voorlichting en educatie; signalering, advies en ondersteuning; fysieke en sociale omgeving; en regelgeving en handhaving. 

 

Voorlichting en educatie

Drugsvoorlichting moet u met zorg inzetten. Het kan bij impulsieve niet-gebruikers namelijk nieuwsgierigheid wekken. Ook kunnen niet-gebruikers door voorlichting de indruk krijgen dat gebruik van drugs de norm is. Het is dus belangrijk dat het doel, de doelgroep, en de vorm en inhoud van de communicatie op elkaar afgestemd zijn. 

Opvoeders en professionals hebben andere informatie nodig dan jongeren die af en toe drugs gebruiken bij het uitgaan of jongeren die problemen hebben of dreigen te krijgen door drugs.

 

Signalering, advies en ondersteuning

Wilt u op tijd kunnen signaleren? Dan moet u zorgen dat u een goede keten opzet en onderhoudt. Als gemeente heeft u hierin een regisseursrol. Werkzaamheden die daarbij horen zijn onder meer: 

  • organiseren van informatie-uitwisseling tussen verschillende samenwerkingspartners binnen de regels van de AVG
  • bewaken van de uitvoering van de gemaakte afspraken
  • faciliteren van kennisopbouw en bijscholing van de samenwerkingspartners op het gebied van signalerings- en verwijsvaardigheden met betrekking tot drugs
  • opmerken van knelpunten in de hulp en verwijsmogelijkheden.

 

Fysieke en sociale omgeving

De inrichting van de fysieke omgeving is van invloed op hoe mensen zich gedragen. Aspecten die een rol spelen: 

  • manier waarop ouders met hun kind praten over drugs
  • reactie van een school op een leerling die problemen heeft door drugs
  • communicatie over en de handhaving van huisregels voor drugs op een evenement 
  • deelname aan activiteiten door jongeren onder invloed in de setting van jongerenwerk 
  • locaties van coffeeshops in een gemeente 

Al deze zaken hebben ongemerkt invloed op de houding van mensen ten opzichte van drugs. De integrale aanpak houdt hier rekening mee.

 

Regelgeving en handhaving

Organisaties en instellingen zoals scholen en jongerenwerk kunnen aanvullend op landelijke en lokale wetgeving hun eigen huisregels opstellen en zorgen dat deze huisregels worden nageleefd. 
Gemeenten hebben een aantal instrumenten in handen om het drugsbeleid met lokale regelgeving te ondersteunen. 

  • Invloed Algemene Plaatselijke Verordening (APV Algemene Plaatselijke Verordening (APV) ): kleinschalige drugshandel speelt zich deels af in de openbare ruimte. De gemeente kan daarop invloed uitoefenen via de APV, bijvoorbeeld met samenscholingsverboden en gebiedsverboden. 

  • blowverbod op bepaalde plekken in de openbare ruimte: 218 gemeenten (cijfers uit 2018) proberen met een blowverbod het gebruik van cannabis op bepaalde plekken in de openbare ruimte te verbieden. Hierover bestaat  discussie omdat drugsgebruik niet verboden is in Nederland. 

  • maximum voor het aantal coffeeshops: sommige gemeenten hebben een maximum voor het aantal coffeeshops in hun gemeente vastgelegd. Ook kunnen zij eisen stellen aan de kwaliteit van een coffeeshop en haar personeel. 

  • hennepconvenant: door middel van een hennepconvenant kunnen gemeenten de samenwerking die nodig is rond de aanpak van (woon)overlast vormgeven.

 

Meer informatie