Wilt u op lokaal niveau aan de slag met mentale gezondheidsbevordering en preventie van psychische problemen, zoals angst en depressie? Dan is het belangrijk om te bepalen op welke doelgroepen u zich wilt richten. En uw doelen scherp te hebben. 


Wat bereikt u?

Inzetten op een betere mentale gezondheid en het voorkomen van psychische aandoeningen kan veel opleveren. Denk aan:

Mentaal gezonde mensen zijn gelukkiger, hebben betere school- en werkprestaties, zijn creatiever, hebben meer vrienden, weten beter om te gaan met stress en pijn en hebben meer zelfvertrouwen en zelfbeheersing. Zij zijn minder vatbaar voor stress, depressie en angst. 

In 2017 waren de uitgaven bijvoorbeeld voor zorg voor depressie bijna 1,1 miljard euro. Deze kosten bedragen 4,5% van de totale zorguitgaven voor psychische aandoeningen en 1,3% van de totale zorguitgaven in de gezondheidszorg. 

Mentale gezondheidsbevordering en preventie van ongezonde stress, depressie en angst voorkomt ziekteverzuim, uitval van school en arbeid, en eenzaamheid, en verhoogt maatschappelijke participatie. 

Mensen met een depressie, persoonlijkheidsstoornis, alcohol- of drugsverslaving of een psychische kwetsbaarheid voor psychose lopen een verhoogd risico op suïcide. In 2020 maakten 1.825 mensen een einde aan hun leven.

Mentale gezondheidsproblemen komen vaker voor in gezinnen en wijken met een sociaaleconomische- en gezondheidsachterstand. Investeren in mentale gezondheidsbevordering, preventie van psychische problematiek en een goede toegang tot informatie, zorg en voorzieningen kan deze achterstanden verkleinen. 

Doelen bepalen

Start met het maken van een lokale probleemanalyse. Daarmee kunt u bepalen waarop u zich wilt richten. Zo’n analyse geeft u namelijk inzicht in de actuele lokale problematiek. Ook ziet u waar een aanpak het hardst nodig is. De beleidsfocus kan bijvoorbeeld de volgende speerpunten hebben:

  • Doelgroep: bijvoorbeeld jongeren en jongvolwassenen van 16 t/m 27 jaar.
  • Risico's: bijvoorbeeld kinderen van een ouder met een psychische stoornis /verslaving, eenzaamheid, chronische ziekten, een stressvol beroep of jonge mantelzorger.
  • Setting: bijvoorbeeld wijk X of vmbo Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) (Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs)-scholen.

Het is mogelijk om doelen te stellen op het gebied van:

  • Effecten: bijvoorbeeld toename van welbevinden, afname van stress, angstklachten en depressieve klachten, afname van (de invloed van) risicofactoren, toename van maatschappelijke participatie.
  • Processen: bijvoorbeeld het aantal personen dat bereikt is met voorlichting of screening, aantal deelnemers aan een cursus, aantal deelnemende professionals in een wijknetwerk.
  • Iedereen:
    • Zorgen voor een mentaal gezonde buitenomgeving (bijv. groen in de directe omgeving, buitenrecreatie- en sportmogelijkheid, kunst in de buitenruimte)
  • Aanstaande en pas bevallen moeders:
    • Signalering/screening en begeleiding/doorverwijzing van alle aanstaande en pas bevallen moeders met depressieve klachten in de JGZ Jeugdgezondheidszorg.
  • Kinderen van ouders met psychische en/of verslavingsproblemen:
    • Implementeren van de Kindcheck in de GGZ Geestelijke gezondheidszorg (Geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg) om ondersteuningsbehoefte bij de opvoeding te signaleren en bespreekbaar te maken bij KOPP/KOV problematiek.
  • Leerlingen van 12 – 18 jaar op het vmbo Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) :
    • Verbeteren van sociale vaardigheden en mentaal welbevinden bij alle jongeren in deze doelgroep (bijvoorbeeld via Welbevinden op school).
    • Docenten en ZAT-teams signaleren depressieklachten bij leerlingen en geven advies, bijvoorbeeld om een interventie via internet te volgen (bijv. STORM, Gripopjedip, Praten Online).
  • Mensen uit de WMO met een fysieke beperking:
    • Signaleren van depressieve klachten en advies/toeleiding naar begeleide zelfhulp door Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning (Wet maatschappelijke ondersteuning)-consulenten: bij hulpvrager én mantelzorger.
  • Eenzame ouderen (70+):
    • Fysieke en online mogelijkheden maken voor ontmoeting en recreatie
    • Voorlichting door Geestelijke gezondheidszorg-preventie of wijkteam.
    • Signaleren van depressieve klachten en advies/toeleiding naar lokaal georganiseerde depressiepreventie door ouderenadviseurs.

Kies voor een levensloopbenadering

Tijdens de levensloop van een mens vinden belangrijke transities plaats die aanknopingspunten geven voor effectieve mentale gezondheidsbevordering en preventie in alle levensfasen. In de levensloopbenadering gaat het erom risicofactoren zoveel mogelijk te voorkomen en beschermende factoren te bevorderen, juist op die sleutelmomenten dat dit de meeste impact heeft: dus als je wordt geboren, opgroeit, woont, werkt, en ouder wordt. Dit betekent dat voor een goede mentale gezondheid dat de gemeente of GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst aandacht geeft aan de volgende levensfases:

Investeer in zorgzaam ouderschap en een gezonde breinontwikkeling bij het jonge kind. Aanpak van risicofactoren zoals onveilige hechting en postpartum depressie bij moeder en vader.

Investeer in een positieve en consistente opvoeding en de sociale, culturele en sportieve ontwikkeling van het kind. Aanpak van risicofactoren zoals misbruik, kindermishandeling, KOPP/KOV, scheiding of verlies van ouder.

Investeer in sociaal-emotionele vaardigheden, identiteitsontwikkeling en deskundigheidsbevordering bij docenten en andere ‘gatekeepers’. Aanpak van risicofactoren zoals schooldruk, pesten en problematisch middelengebruik.

Investeer in weerbaarheid en veerkracht, levenskeuzes en een positief studieklimaat. Aanpak van risicofactoren als prestatiedruk, FOMO (Fear of missing out) en studieschulden.

Investeer in zinvol (vrijwilligers)werk of dagbesteding, voorzieningen voor kinderen, prettige buitenomgeving, vrijetijdsbesteding (sporten, cultuur, sociaal), en hulpbronnen in de omgeving. Aanpak van risicofactoren zoals armoede, schulden, stigma van ziekte en discriminatie. Geef speciale aandacht aan mantelzorgers, werknemers, chronisch zieken en pas bevallen moeders.

Investeer in zinvolle vrijetijdsbesteding, sociale contacten en fysieke fitheid. Aanpak van risicofactoren zoals eenzaamheid en verlies van regelmogelijkheden.