Gemeenten en zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor het inrichten van de Ketenaanpak Valpreventie. De ketenaanpak is er om het aantal valongevallen onder 65-plussers te verminderen. Lees hieronder hoe de Ketenaanpak Valpreventie in elkaar zit en hoe deze wordt gemonitord.

Wat is de Ketenaanpak Valpreventie?

De Ketenaanpak Valpreventie is een werkwijze om het aantal valongevallen onder 65-plussers te verminderen. De aanpak bestaat uit 4 stappen:

  1. Valrisico opsporen
  2. Screenen (valrisicobeoordeling)
  3. Interventies inzetten
  4. Doorverwijzen naar structureel aanbod

Bij elke stap is het de bedoeling dat een 65-plusser deze doorloopt met de juiste professionals.

Gemeenten en zorgverzekeraars moeten de ketenaanpak inrichten. Hierbij richten ze zich volgens de aanpak op thuiswonenden van 65 jaar en ouder met een valrisico. 

De Ketenaanpak Valpreventie is één van de vijf ketenaanpakken die zijn opgenomen in het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). In 2027 bouwt het Aanvullend Zorg- en Welzijnakkoord (AZWA) hierop voort. In het AZWA is de ketenaanpak valpreventie  doorontwikkeld tot basisfunctionaliteit. Hiervoor is structureel geld beschikbaar. 

Stap 1: valrisico opsporen

Vaak hebben 65-plussers niet door wanneer ze een risico lopen om te vallen. Het is daarom belangrijk dat ze op tijd worden opgespoord. Het valrisico kan ingeschat worden met de Valrisicotest van VeiligheidNL. Professionals die met 65-plussers werken, vervullen een essentiële rol in het opsporen van valrisico.

Er zijn drie niveaus van valrisico. Dit zijn de niveaus en bijbehorende acties:

  • Laag valrisico. Actie: voorlichten over valpreventie en doorverwijzen naar regulier sport- en beweegaanbod.
  • Matig valrisico. Actie: voorlichten over valpreventie en doorverwijzen naar een valpreventieve beweeginterventie.
  • Hoog valrisico. Actie: valrisicobeoordeling afnemen voor een betere inschatting (valanalysescreening door zorgverlener) en verwijzen naar een passende valpreventieve beweeginterventie.

Ook kunnen 65-plussers+ zelf hun valrisico beoordelen via Risicotest voor vallen | VeiligheidNL. Als gemeente kun je jehet lokale valpreventieaanbod koppelen aan de online valrisicotest. Door meteen passend aanbod te tonen bij een laag, matig of hoog valrisico, vergroot je de kans dat senioren daadwerkelijk stappen zetten.

Stap 2: screenen (valrisicobeoordeling)

De valrisicobeoordeling is een screening die wordt uitgevoerd bij ouderen met een hoog risico op vallen. Het doel is om de aanwezige valrisicofactoren te identificeren en op maat adviezen en interventies te bieden.

Zorginstituut Nederland heeft de valrisicobeoordeling geduid als geneeskundige zorg zoals huisartsen en medisch specialisten die bieden. Dit is terug te lezen in de Verduidelijking valpreventie bij ouderen (Zorginstituut Nederland) De huisarts of specialist houdt hierbij het overzicht en de eindverantwoordelijkheid. Paramedici zoals fysiotherapeuten en ergotherapeuten kunnen met een verlengde-arm-constructie onder de verantwoordelijkheid van een huisarts, specialist ouderengeneeskunde of medisch specialist delen van de valrisicobeoordeling uitvoeren. In een gemeente of regio moeten afspraken worden gemaakt over de organisatie van de valrisicobeoordeling, zoals opgenomen in de werkwijze valrisicobeoordeling.

Er zijn verschillende instrumenten beschikbaar om de valrisicobeoordeling te doen. De door het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) erkende Valanalyse is vooral geschikt voor de eerste lijn. De Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) vooral in de tweede lijn.

Tips van experts over valrisicobeoordeling

Hoe organiseer je een sluitende valpreventieketen als de valrisicobeoordeling niet goed geregeld is? Lees de ervaringen en tips van Froukje Zeijl (projectmanager, Zorgvonk) en Amy Dieker (regionaal projectleider ketenaanpak valpreventie, (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) Brabant-Zuidoost.

Stap 3: interventies inzetten

Met interventies kun je risicofactoren voor vallen verminderen. Voor 65-plussers met een verhoogd valrisico is altijd een valpreventieve beweeginterventie nodig voor een goed resultaat.

Zet lokaal een mix van interventies in. Dat kan voor een wijk, buurt, gemeente of regio. Je kunt het interventieaanbod afstemmen op de lokale context. Denk hierbij aan voorzieningen die er al zijn, culturele achtergronden of specifieke behoeften van 65-plussers in de beoogde omgeving. Zo kunnen ouderen een interventie kiezen die aansluit bij hun wensen en behoeften. Ook vergroot het de kans dat zij hierna deelnemen aan andere interventies of structureel beweegaanbod in de gemeente. Bekijk interventies in de interventiedatabase.

Er zijn interventies in verschillende vormen:

  • Valpreventieve beweeginterventie (monofactoriële aanpak)
    Een bewezen programma dat bestaat uit oefeningen voor balans en functionele training, eventueel aangevuld met krachttraining. Er zijn drie door het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) erkende valpreventieve beweeginterventies:
  • Multifactoriële aanpak
    De multifactoriële aanpak bestaat uit een valpreventieve beweeginterventie en advies op maat of overige interventies. Deze worden bepaald op basis van de geïdentificeerde risicofactoren tijdens de screening.
  • Gecombineerde valpreventieve interventie
    Een valpreventieve beweeginterventie kan worden gecombineerd met interventies die zijn gericht op andere thema’s. Bijvoorbeeld een interventie voor voedingsadvies en het bevorderen van sociale contacten. Een voorbeeld van deze combinatie is het multidisciplinaire valpreventieprogramma Thuis Onbezorgd Mobiel (TOM). TOM richt zich op valpreventie én vitaal ouder worden, zoals het verminderen van eenzaamheid en het stimuleren van gezonde voeding.
  • Interventies valangst
    Angst om te vallen leidt bij ouderen vaak tot het vermijden van bewegen. Dit leidt tot een verlies van spierkracht, coördinatie en flexibiliteit. Dat maakt de kans op een val juist groter. Voor ouderen die bang zijn om te vallen zijn twee erkende interventies beschikbaar die gericht zijn op het verminderen van valangst en het verbeteren van de bewegingsvrijheid:
  • Voorlichting
    Voorlichting over valpreventie en risicofactoren draagt bij aan de bewustwording en motivatie van ouderen.

Stap 4: doorverwijzen naar structureel aanbod

Na afloop van een valpreventie beweeginterventie is het werk niet klaar. Beweegoefeningen blijven nodig. Zo kan de oudere de verbeteringen in balans, functioneren en spierkracht vasthouden.

Zorg voor passend sport- en beweegaanbod in de gemeente. En dat er voldoende te kiezen is. Zo kunnen ouderen in beweging blijven op een manier die aansluit bij hun niveau, wensen en behoeften. Het is belangrijk dat ouderen goede begeleiding krijgen naar passend sport- en beweegaanbod.

Handvatten om de verbinding te maken met structureel sport- en beweegaanbod vind je op de Tipkaart Valpreventie van Kenniscentrum Sport & Bewegen.

Tips van experts over blijven bewegen na valpreventiecursus

Waarom lukt het niet dat ouderen ook na een valpreventiecursus blijven bewegen, terwijl juist dát nodig is om het effect vast te houden? Lees de ervaringen en tips van Irene Bok-Loen (ketenregisseur valpreventie, (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) Fryslân) en Emilie de Boer (projectleider, Buddhi Sport).

Meer informatie

Voorbeelden Ketenaanpak Valpreventie

Op zoek naar inspirerende voorbeelden van de Ketenaanpak Valpreventie in andere gemeenten? Bekijk de praktijkvoorbeelden van VeiligheidNL.