Wilt u depressie effectief en preventief aanpakken? Werk dan integraal. Dit betekent dat u verschillende maatregelen en interventies in samenhang inzet voor verschillende doelgroepen en hun omgeving. 

U kunt integraal werken aan de hand van de volgende 4 pijlers: voorlichting en educatie; signalering en advies; ondersteuning; fysieke en sociale omgeving; en regelgeving en handhaving. 

 

Voorlichting en educatie

Met een actief voorlichtings- en bewustwordingsbeleid kunt u in uw gemeente depressie en andere psychische problemen bespreekbaar maken. Daarmee draagt u eraan bij dat het mogelijk is depressieve klachten vroegtijdig te signaleren. Ook zorgt u voor vermindering van stigmatisering. 

Voorlichting is ook geschikt om het belang van mentale gezondheid te benadrukken. Hiervoor kunt u voorlichtingsactiviteiten en schoolprogramma's inzetten. Schoolprogramma’s kunnen een positief effect hebben op beschermende factoren zoals sociaal-emotionele vaardigheden, zelfvertrouwen en weerbaarheid.

 

Signalering en advies

Het is belangrijk dat risicofactoren en signalen van depressie op tijd worden herkend. Bijvoorbeeld door zorgverleners, leerkrachten, mantelzorgers of ouders. Vooral bij jongeren en ouderen worden depressieklachten niet altijd herkend. Bijvoorbeeld doordat de klachten zich uiten als lichamelijke klachten of risicogedrag. 

Als gemeente kunt u buurtteams, wijkverpleegkundigen of docenten faciliteren. Bijvoorbeeld via deskundigheidsbevordering, het gebruik van kwaliteitsstandaarden en het maken van samenwerkingsafspraken. Er zijn verschillende online en offline cursussen beschikbaar over vroegsignalering van depressie en/of psychische klachten. Bij kwaliteitsstandaarden gaat het onder andere om de GGZ Zorgstandaard Depressieve Stoornissen, de JGZ-richtlijn Depressie, en de Richtlijn Stemmingsproblemen in de jeugdhulp en jeugdbescherming

 

Ondersteuning

Preventieve ondersteuning richt zich op mensen met depressieve klachten of op risicogroepen. Bijvoorbeeld via groepscursussen, individuele ondersteuning of online zelfhulp met of zonder begeleiding. 

Onderzoek toont aan dat preventieve interventies het aantal mensen dat een depressie krijgt met 20-30% kan verminderen. Onder mensen die niet snel hulp vragen, is de begeleiding naar ondersteuning extra belangrijk. 

  • Voor de ondersteuning van risicogroepen is de gemeente de eerstverantwoordelijke.
  • Voor mensen met depressieve klachten is dit de huisarts, maar ook het sociale (wijk)team kan hierbij een goede rol vervullen. Gemeenten zijn daarbij verantwoordelijk voor de samenhang tussen preventie, zorg en ondersteuning.

 

Fysieke en sociale omgeving

In onderzoek is vaak een relatie gevonden tussen depressie en de omgeving. Zoals  de buurt waarin iemand woont. 

  • Omgeving: een groene, schone en rustige omgeving geeft bijvoorbeeld minder stress. Omgekeerd komt depressie vaker voor in wijken waarin onveiligheid, een laag voorzieningenniveau of armoede heersen. 

  • Buurtbewoners: nog groter is de invloed van bewoners, vooral een goed contact met buren beschermt tegen een depressie. 

Als gemeente heeft u veel invloed op het inrichten van de directe leefomgeving en het creëren van veiligheid. Ook het stimuleren van sociale cohesie en onderlinge steun is actueel. Daardoor kunt u de zelfredzaamheid van burgers bevorderen. Als gevolg hoeven zij minder beroep te doen op ondersteuning door professionals.

 

Samenwerking met andere domeinen en sectoren

Effectieve depressiepreventie betekent samenwerken in alle fases van depressiezorg. Van mentale gezondheidsbevordering en preventie van klachten, via vroegherkenning en behandeling naar herstel, participatie en re-integratie van mensen met (chronische) depressieve stoornissen. Gemeenten kunnen hierin een belangrijke rol spelen vanuit hun verantwoordelijkheden voor de publieke gezondheidszorg, het sociaal domein en de jeugdwet.

Bovendien is er veel gezondheidswinst te behalen in andere gemeentelijke domeinen, zoals via Werk en inkomen, Ruimtelijke ordening en Onderwijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om de preventie van stress door armoede of slechte leefomstandigheden, van eenzaamheid of van uitval uit werk of school.