Vragen over de informatie in de GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie -kaart en -tabel

De kaart en tabel worden gemaakt aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn bij de eigenaren van de vier erkende GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie -programma’s. Neem contact op met de eigenaren van het erkende GLI-programma wat u uitvoert. De kaart en tabel worden elk kwartaal ge-actualiseerd. Wijzigingen bij de interventie eigenaren worden dan automatische meegenomen.

De kaart en tabel worden gemaakt aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn bij de eigenaren van de vier erkende GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie -programma’s. Het kan zijn dat uw gegevens nog niet beschikbaar waren op het moment dat de kaart en tabel zijn gepubliceerd. De kaart en tabel worden elk kwartaal geactualiseerd. Wijzigingen bij de interventie eigenaren worden dan automatische meegenomen. Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met gezondleven@rivm.nl of met de eigenaar van het erkende GLI-programma wat u aanbiedt.

Vragen over praktische zaken rond de GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie

Hoe u om gaat met deelnemers die tussentijds stoppen (o.a. vanwege zwangerschap of zware operatie) en later weer instromen is ter beoordeling van de verwijzer en (aansluitend) de GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie -aanbieder. Deze bepalen of het traject kan worden hervat, of dat een nieuw traject doelmatiger is. In het laatste geval is een nieuwe verwijzing nodig.

NB: Voor vergoeding van de declaratie is het van belang dat er aaneengesloten kwartalen worden gedeclareerd. Het maximale gat tussen 2 contactmomenten kan bijna 6 maanden zijn zonder af te wijken van de ‘aangesloten kwartalen’ regel (dag 1 van kwartaal 1, tot laatste dag van het volgende kwartaal). Dit is uiteraard niet wenselijk, maar kunt u in uitzonderingssituaties benutten.

Het is nog niet bekend of digitale bijeenkomsten even effectief zijn als de nu fysieke bijeenkomsten van de erkende GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie .

Een volledig digitale GLI is feitelijk een nieuwe vorm van GLI die eerst door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op effectiviteit getoetst moet worden. We doen op dit moment veel ervaring op met digitale GLI-programma’s, maar nader onderzoek naar effectiviteit is nodig om vergoeding vanuit de basisverzekering te rechtvaardigen.

Zeker wanneer de Covid19 maatregelen weer strenger zijn, kan het soms mogelijk zijn om in beperkte mate onderdelen van het programma digitaal aan te bieden. Doe dit echter altijd in overleg met de GLI-eigenaar waarvan u de licentie heeft afgenomen. Deze kan bepalen of de wijziging die u wilt doorvoeren nog in lijn is met het oorspronkelijke programma zoals dat erkend door het RIVM.

Een deelnemer kan binnen het 2-jarige traject switchen van GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie -programma. Hiervoor is wel een nieuwe doorverwijzing nodig. De deelnemer start dus opnieuw in een ander GLI-programma. 

Het is mogelijk dat een deelnemer tussentijds verandert van een GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie programma aanbieder. De deelnemer is dan al begonnen met een GLI traject. De nieuwe aanbieder verzorgt samen met de huidige aanbieder een goede overdracht, zodat het traject voortgezet kan worden. De deelnemer kan vervolgens verder gaan met het GLI programma waar deze was gebleven.

Een behandel- of onderhoudsfase kan maar één keer gedeclareerd worden. Als er bijvoorbeeld tijdens behandelfase 2 gewisseld wordt, zullen de aanbieders onderling moeten afspreken wie deze fase declareert en hoe het onderling verrekend wordt.

Dat mag. Dit is ter beoordeling van de verwijzer en (aansluitend) de GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie -aanbieder. Hiervoor is een nieuwe verwijzing uiteraard noodzakelijk.

Extra begeleiding (denk aan dieetbegeleiding, psychologische ondersteuning of fysiotherapie) is mogelijk als de GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie aanbieder vaststelt dat er indicaties zijn voor aanvullende zorg op de GLI. Dit kan als de zorgvraag meer is dan algemene voedingsadviezen volgens de Richtlijn Goede Voeding (Schijf van 5) van het Voedingscentrum. Of als er meer informatie nodig is dan de algemene Beweegrichtlijn of meer deskundige begeleiding nodig is bij gedrag.

Indien dit zo is, dan zorgt de GLI-aanbieder in overleg met de huisarts voor een passende doorverwijzing naar een diëtist, een oefentherapeut, fysiotherapeut of een psycholoog. De vergoeding is zoals geregeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw Zorgverzekeringswet ).

Lees meer over verwijzen bij Artsenwijzerdietetiek.nl.

Het kan zijn dat de betreffende cliënt/patiënt naast het GLI programma begeleiding krijgt vanuit een ketenzorg programma voor DM2, Vasculair risicomanagement of COPD chronische bronchitis en longemfyseem . Indien dat het geval is, loopt de financiering van de inzet van de extra benodigde zorgprofessional vanuit de ketenzorg.

Een verwijzer bepaalt of iemand baat heeft bij het volgen van een GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie , naast ketenzorg voor diabetes, hart- en vaatziekten of COPD chronische bronchitis en longemfyseem . Het feit dat iemand ketenzorg ontvangt, sluit deelname aan een GLI niet uit. Er zit mogelijk een beperkte overlap in qua dieetadvisering en leefstijlbegeleiding, maar de leefstijlbegeleiding is bij een GLI veel intensiever.

Vragen over samenwerking met de gemeente

Deelnemers aan een GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie bewegen in hun eigen woon-/leefomgeving. De gemeente is betrokken bij het lokale beweegaanbod. Het is belangrijk dat de GLI aansluit bij de lokale mogelijkheden van sportverenigingen en het sociaal domein. Ook bieden gemeenten ondersteuning aan deelnemers die onvoldoende financiële middelen hebben om aan het beweegaanbod deel te nemen. GLI-aanbieders en deelnemers doen er goed aan op de hoogte te zijn van deze mogelijkheden. Goede inbedding van de GLI in het sociaal domein is daarvoor nuttig. Hoe korter de lijnen tussen de GLI-aanbieder, huisarts en medewerkers van het welzijnswerk en schuldhulpverlening bij de gemeente, hoe beter het aanbod kan worden toegesneden op de individuele deelnemers.

Nee. De GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie gelden zijn niet bedoeld voor de buurtsportcoach, maar voor de werkzaamheden van de uitvoerders van de GLI (leefstijlcoach, diëtist, fysio- en oefentherapeut). De inzet van de buurtsportcoach kan bekostigd worden vanuit de buurtsportcoachregeling. De gemeente beslist voor welke werkzaamheden de buurtsportcoach wordt ingezet.

Als de buurtsportcoach geen specifieke activiteiten voor deelnemers van GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie mag organiseren, is het raadzaam om het gesprek aan te gaan: wat kan de gemeente wel bieden? Denk hierbij aan:

  • een overzicht geven van sport- en beweegaanbieders in de gemeente, zowel verenigingen als ongeorganiseerde sporten zoals fitness of beweegactiviteiten vanuit de welzijnsorganisatie;
  • contact leggen met lokale sport- en beweegaanbieders;
  • sport- en beweegaanbieders en zorgorganisaties informeren of enthousiasmeren om samen te werken, bijvoorbeeld door in de ‘daluren’ op een sportcomplex beweegaanbod aan te bieden.

De gemeente informeren is niet verplicht, maar wel verstandig. Het is essentieel dat u kennis heeft van het lokale sport- en beweegaanbod, omdat deelnemers gaan bewegen in hun eigen omgeving. Daarnaast draagt de GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie bij aan de uitvoering van het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten (verminderen overgewicht volwassenen, verhogen sportparticipatie, vermindering WMO kosten, etc). De gemeente zal daarom niet alleen geïnteresseerd zijn in het volgen van de ontwikkelingen rondom de GLI, maar is mogelijk ook bereid te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het verzorgen van drukwerk, het organiseren van een netwerkbijeenkomst of een link leggen met het sociaal domein.

Nee, over het algemeen zullen verzekeraars dit niet als eis stellen. Het is wel zeer verstandig de gemeente te betrekken gezien de rol van de gemeente met betrekking tot lokaal sport- en beweegaanbod en vanwege de link met het sociaal domein.

U kunt zich het beste richten tot een beleidsmedewerker van de gemeente met Volksgezondheid, WMO of Sport in de portefeuille. Door te bellen naar de gemeente komt u er snel genoeg achter wie de juiste persoon is.

Vragen over declareren en tarief

De NZa Nederlandse Zorgautoriteit stelt maximumtarieven vast en geeft de zorgverzekeraars en zorgaanbieders de ruimte om nog maximaal 10% hogere tarieven te hanteren. Omdat de maximumtarieven al redelijk de kosten van zorg dekken, is die 10% nooit een opslag waar een zorgaanbieder zonder meer recht op heeft. Een zorgverzekeraar bepaalt waar de max-max ruimte voor wordt ingezet. In de toelichting van de beleidsregel van de NZa staat: "De voorwaarde van een contract met een zorgverzekeraar geeft een waarborg dat deze middelen enkel worden ingezet waar dit volgens de inkoper noodzakelijk/wenselijk is vanuit het oogpunt van doelmatigheid, doeltreffendheid of vanuit de zorgplicht van een verzekeraar”. Neem daarom bij vragen hierover contact op met de zorgverzekeraar.

De regels zijn hierover duidelijk en bindend: u kunt een prestatie declareren als deze is afgerond.

Voor de intake betekent dit dat u nog dezelfde dag kan declareren. De behandelfase en onderhoudsfase gaan per kwartaal (3 maanden). Na afronding kunt u declareren. De NZa Nederlandse Zorgautoriteit gaat niet uit van kalenderkwartalen, maar van perioden van 3 maanden die op ieder moment kunnen starten. Bijvoorbeeld: start de behandelfase op 3 april? Dan kunt u deze vanaf 3 juli declareren. In de beleidsregel van de NZa leest u hier meer over en vindt u ook voorbeelden.

Als een verzekerde gedurende een behandelkwartaal of onderhoudskwartaal stopt met het GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie zorgprogramma, mag de prestatie behorende bij dat kwartaal nog in rekening gebracht worden, mits face-to-face contact heeft plaatsgevonden tussen zorgaanbieder en de verzekerde. 

Bij tussentijdse wijziging van zorgverzekeraar wordt vanaf het eerste nieuwe kwartaal ná de overstap bij de nieuwe verzekeraar gedeclareerd tegen het met die verzekeraar overeengekomen tarief en onder die voorwaarden. 

Ja. De prestatie GLI Gecombineerde Leefstijlinterventie valt niet onder de btw-vrijstelling voor zorg. Dit is op het hoogste niveau besproken (Europese Commissie en in het Europese btw-comité). Dat betekent dat u 21% bovenop het afgesproken tarief in rekening mag brengen. Dat betekent ook dat u als uitvoerder verplicht bent om btw af te dragen en een btw-administratie bij te houden. 

De declaraties kunt u volgens de paramedische declaratiestandaard PM 304 aanbieden.