Gemeenten hebben een wettelijke taak op het gebied van volksgezondheid. Een belangrijke taak is (integraal) gezondheidsbeleid maken met als doel de gezondheid van inwoners te versterken. Lees meer over de wettelijke kaders van de publieke gezondheid en de vijf stelselwetten: de WpgWet publieke gezondheid , WmoWet maatschappelijke ondersteuning , Jeugdwet, ZvwZorgverzekeringswet en WlzWet langdurige zorg . Ook de Omgevingswet is hierbij relevant.

Omgevingswet

De Omgevingswet, die op 1 januari 2022 in werking treedt, maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners. Gemeenten krijgen meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd.

Wetten in relatie tot preventie

De vijf wetten (de zogeheten stelselwetten) waarin preventie een rol speelt, zijn de:

  • Wet publieke gezondheid (WpgWet publieke gezondheid )
  • Jeugdwet
  • Wet maatschappelijke ondersteuning (WmoWet maatschappelijke ondersteuning )
  • Zorgverzekeringswet (ZvwZorgverzekeringswet )
  • Wet langdurige zorg (WlzWet langdurige zorg )

Deze wetten hebben elk hun eigen regels en bieden verschillende mogelijkheden om te werken aan preventie. Ze maken samen een sluitende keten mogelijk van preventie(activiteiten) gericht op de diverse doelgroepen (zie figuur). De Jeugdwet en de Wmo zijn gedecentraliseerde wetten sinds 2015. Vanaf 1 januari 2022 komt daar de gedecentraliseerde Omgevingswet bij en kan ook een rol spelen bij preventie.

Verantwoordelijkheden-preventiemaatregelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toelichting wetten

Vanuit de Wet publieke gezondheid (WpgWet publieke gezondheid ) zijn gemeenten primair (bestuurlijk) verantwoordelijk voor de volgende taken:

  • Algemene bevorderingstaken (artikel 2), onder andere de afstemming van de publieke gezondheidszorg met de curatieve gezondheidszorg, epidemiologie, gezondheidsbevordering en medische milieukunde.
  • Jeugdgezondheidszorg tot 19 jaar (artikel 5).
  • Ouderengezondheidszorg vanaf 65 jaar (artikel 5a).
  • Infectieziektebestrijding (artikel 6).

Uitvoering van de Wet publieke gezondheid legt de gemeente over het algemeen neer bij de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst (artikel 14). Burgermeester en wethouders dragen zorg voor het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen. Voordat het college een besluit neemt dat belangrijke gevolgen kan hebben voor de publieke gezondheidszorg is zij wettelijk verplicht advies te vragen aan de GGD (artikel 2 lid 2c en artikel 16).

De beleidsvrijheid die de gemeente binnen de Wpg heeft, verschilt wel per taak:  

  •  Jeugdgezondheidszorg en infectieziektebestrijding: taken zijn duidelijk omschreven met weinig ruimte voor eigen beleid.
  • Algemene bevorderingstaken en de ouderengezondheidszorg: er zijn kaders voor deze taken, maar er is veel gemeentelijke beleidsvrijheid. Hoe gemeenten invulling geven aan deze taken is in 2017 geëvalueerd. Er is gekeken naar inzet op gezondheidsbevordering, sociaal economische gezondheidsverschillen en preventieve ouderengezondheidszorg.

Lees meer over preventie in de Wpg.

Met ingang van 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. Op grond van de jeugdwet zijn gemeenten onder andere verantwoordelijk voor: ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, en de advisering en verwerking van meldingen inzake huiselijk geweld en kindermishandeling. Gemeenten hebben een jeugdhulpplicht, die waarborgt dat jeugdigen de hulp ontvangen die zij nodig hebben. De Jeugdwet biedt ook ruimte voor preventie. 

Lees meer over preventie in de Jeugdwet.

Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WmoWet maatschappelijke ondersteuning ) hebben gemeenten sinds  2015 verantwoordelijkheden voor het organiseren van passende ondersteuning voor mensen die niet op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan volwassenen die deze hulp nodig hebben omdat ze zich sociaal niet goed kunnen redden, psychische problemen hebben of een lichamelijke of verstandelijke beperking hebben. Centraal staan de wensen en mogelijkheden van inwoners en zijn sociaal netwerk. De ondersteuning kan onder andere geleverd worden in de vorm van hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen, begeleiding of dagbesteding, beschermd wonen of ondersteuning van de mantelzorger. De ondersteuning is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen. Zo beslist de gemeente bijvoorbeeld over de noodzaak van dagopvang van een dementerende oudere om de familie tijdelijk te ontlasten of de aanpassing van een woning van iemand die in een rolstoel terecht is gekomen. De Wet maatschappelijke ondersteuning biedt ook ruimte voor preventie.

Lees meer over preventie in de Wmo.

Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht. Een deel van deze aanspraken die zijn vastgelegd in het Besluit zorgverzekering heeft betrekking op preventie. Zorgverzekeraars zijn dus verplicht om preventieve maatregelen te vergoeden als deze zijn opgenomen in de aanspraken. Hierbij gaat het alleen wel om geïndiceerde of zorg gerelateerde preventie omdat er bij een individuele verzekerde sprake moet zijn van (verhoogd risico op) gezondheidsschade om een aanspraak te maken op preventieve maatregelen. Denk aan dieetadvisering, stoppen met roken programma’s, advisering over leefstijl bij zwangerschap, diabetes begeleiding, etc. 

Lees meer over samenwerken met zorgverzekeraars.

De Wet langdurige zorg (WlzWet langdurige zorg ) is per 1 januari 2015 ingevoerd en vervangt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten). De Wet langdurige zorg is er voor mensen die de hele dag intensieve zorg of toezicht dichtbij nodig hebben. Bijvoorbeeld ouderen met vergevorderde dementie of mensen met een ernstige verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. De Wlz-uitvoerders zijn verantwoordelijk voor preventie gericht op individuen met gezondheidsproblemen die Wlz-zorg ontvangen 

Lees meer over preventie in de Wet langdurige zorg.

De Omgevingswet, die op 1 januari 2022 in werking treedt, maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners. Gemeenten krijgen meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Ze kunnen eigen ambities bepalen voor een gezonde leefomgeving en maken een eigen omgevingsvisie en -plan. Daarin nemen ze gezondheid expliciet mee, zodat gezondheid ook op lokaal niveau aandacht krijgt in de afwegingen.

De nieuwe Omgevingswet biedt kansen om de publieke gezondheid integraal en effectief te beschermen en te bevorderen:

  • Door gezondheid in een vroeg stadium mee te nemen bij planvorming op de beleidsterreinen Milieu, Veiligheid, Ruimtelijke ordening en Leefomgeving.
  • Door verbinding te zoeken met andere wetten als de WpgWet publieke gezondheid (artikel 2c en 16) en de WmoWet maatschappelijke ondersteuning . Zo nodigt groen uit tot bewegen en ontmoeten en heeft het invloed op welbevinden. 
  • Door verbinding te zoeken met positieve gezondheid. Zelfredzaamheid, veerkracht en aanpassingsvermogen passen bij de doelstellingen van de Omgevingswet.

Lees meer bij themadossier gezonde leefomgeving.

Decentralisaties

Gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid gekregen over jeugdzorg (Jeugdwet), ondersteuning van langdurige zieken en ouderen (Wet maatschappelijke ondersteuning) en werk en inkomen (Participatiewet). Voorheen viel dit onder het takenpakket van de rijksoverheid en de provincies. Al eerder, op 1 augustus 2014, is de Wet Passend onderwijs gedecentraliseerd. Nu volgt ook de Omgevingswet. Deze treedt op 1 januari 2021 in werking.

Doel van de decentralisaties is om zorg en ondersteuning dichterbij de burger te organiseren om zo meer maatwerk te kunnen leveren en kosten te besparen. Daarnaast bieden de gedecentraliseerde wetten aanknopingspunten om verbindingen te leggen naar de wet publieke gezondheid en daarmee het preventie- en gezondheidsbeleid binnen een gemeente te versterken.

De focus van de decentralisaties is vooral: 

  • Nadruk op eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht
  • Zelfredzaamheid, zelfsturing, zelfregie
  • Van vraagsturing naar maatwerk
  • Integrale benadering
  • Samenwerking centraal
  • Beperking van kosten

Vijf jaar na de decentralisaties

Hoe staan gemeenten er na vijf jaar voor? Hoe denken ze over de decentralisaties in het sociaal domein? De Raad Openbaar Bestuur (ROB) schreef een adviesrapport over de decentralisaties van de afgelopen vijf jaar. Beluister ook de podcast van VNG over de belangrijkste conclusies uit het rapport met Albertine van Vliet-Kuiper, raadslid van de ROB, te gast.