Wilt u seksuele gezondheid effectief en preventief aanpakken? Werk dan integraal. Dit betekent dat u verschillende maatregelen en interventies in samenhang inzet voor verschillende doelgroepen en hun omgeving.

U kunt integraal werken aan de hand van de volgende 4 pijlers: voorlichting en educatie; signalering, advies en ondersteuning; fysieke en sociale omgeving; en regelgeving en handhaving. 

 

Voorlichting en educatie

Met voorlichting en educatie stimuleert u de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor seksueel gezond gedrag. Dit kan bijvoorbeeld op school. Zo zijn er erkende lespakketten voor gezonde seksuele en relationele ontwikkeling van de jeugd. Of thema’s zoals (seksuele) weerbaarheid, seksuele diversiteit, sextingSexting is het verspreiden of delen van seksueel getinte foto's of berichten via mobiele telefoons of andere mobiele media. De term is afgeleid van sex en texting (sms/mms). Sexting wordt een probleem en is strafbaar als dit zonder instemming van de ander gebeurt en/of onder druk, dwang of chantage…, onbedoelde zwangerschap, soaSeksueel overdraagbare aandoeningen en hivhumaan immunodeficiëntievirus . Bewustwording vraagt om herhaling. Het is dus belangrijk om regelmatig op het onderwerp terug te komen, ook vanwege de lange termijn die nodig is om gedrag te veranderen.

Voorlichting en educatie per thema:

Als gemeente kunt u bijdragen aan preventie van soaSeksueel overdraagbare aandoeningen's via voorlichting en educatie: 

  • Goede basis voor jongeren: zorg dat alle jongeren een goede basis aan seksuele vorming meekrijgen. Hier liggen nog kansen voor het onderwijs. U kunt stimuleren en faciliteren dat scholen seksuele vorming borgen en dat ze gebruikmaken van erkende lespakketten.

  • Opvoedondersteuning: ouders vinden het vaak lastig om hun kinderen seksuele voorlichting te geven. U kunt ervoor zorgen dat dit onderwerp ook bij de opvoedondersteuning aan bod komt.

  • Betrouwbare informatie: faciliteer toegang tot betrouwbare informatie over soa, hivhumaan immunodeficiëntievirus en seksuele gezondheid voor burgers. Daarmee kunnen zij de meest gezonde keuzes maken. Help burgers met het vinden van goede informatie in bijvoorbeeld de bibliotheek of het gemeentehuis.  

  • Herhaal publieksboodschappen: dit zorgt ervoor dat het bewustzijn over soa en seksuele gezondheid hoog blijft. U kunt bijvoorbeeld inhaken op landelijke campagnes, zoals de jaarlijkse Week van de Liefde (voortgezet onderwijs) rond Valentijnsdag en Week van de Lentekriebels (basisonderwijs).

  • Jongeren te ondersteunen bij een gezonde en veilige seksuele ontwikkeling,
  • Voorlichting over onbedoelde zwangerschap en anticonceptie
  • Weerbaarmaken van jongeren door te praten over seksualiteit en grenzen. 
  • Onderwijs betrekken bij voorlichting en bijscholing van professionals faciliteren
  • Meedoen met landelijke campagnes

Lees meer in de Factsheet seksuele en relationele vorming in het onderwijs en in de aanvullende factsheet primair onderwijs.

  • Aandacht besteden aan seksualiteit en seksuele weerbaarheid zijn kerndoelen in het onderwijs. Scholen zijn dit verplicht, maar het gebeurt lang niet overal. Als gemeente kunt u scholen in het basis- en voortgezet onderwijs stimuleren en faciliteren om gebruik te maken van goede, dat wil zeggen erkende, lespakketten, waarin de preventie van seksuele grensoverschrijding een thema is. Dit geldt ook voor het speciaal onderwijs.

  • Haak aan bij landelijke campagnes, zoals de jaarlijkse Week van de Liefde (voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs) rond Valentijnsdag en Week van de Lentekriebels (basisonderwijs), waarin aandacht wordt besteed aan voorlichting over seksualiteit.

 

Signalering, advies en ondersteuning

Problemen met seksuele gezondheid zijn niet altijd direct zichtbaar, terwijl vroegtijdige signalering belangrijk is. Dit beperkt namelijk de schade aan de seksuele gezondheid of welzijn. U kunt dit beter maken door deskundigheidsbevordering onder jongerenwerkers, docenten of door de toegang tot Sense-spreekuren. Met opvang en ondersteuning kan een gemeente problemen of herhaling van problemen voorkomen. 

Signalering en advies per thema:

  • Soa’s zijn niet gelijk verdeeld over Nederland. Vraag daarom aan de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst  wat het actuele beeld is in een regio, stad of wijk. Daardoor kunt u gericht actie ondernemen op plekken waar de meeste soaSeksueel overdraagbare aandoeningen-problemen voorkomen. 

  • Als gemeente bent u verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Daar kunt u bevorderen dat professionals in de jeugdzorg getraind worden in het signaleren van risico’s in seksueel gedrag (onder andere soa) en het praten over seksuele gezondheid. 
  • Twee derde van soa-diagnoses worden door huisartsen gedaan. Huisartspraktijken kunnen signaleren onder welke groepen patiënten of in welke wijken soa meer voorkomen. Gemeenten kunnen stimuleren dat doktersassistenten een soa- of seksuele gezondheid spreekuur starten en daarmee problemen eerder signaleren.

  • Depressie, alcoholmisbruik, druggebruik of andere psychische en sociale problemen zorgen ervoor dat mensen zich minder goed (kunnen) beschermen tegen soa. U kunt goede doorverwijsmogelijkheden en ketenzorg aanwezig bevorderen tussen bijvoorbeeld soa-zorg en verslavingszorg of depressiepreventie.

  • Sommige vrouwen (en partners) lopen meer risico op een onbedoelde zwangerschap dan anderen. Een aantal is vanwege meervoudige problematiek en kwetsbare omstandigheden, vaak niet in staat een (volgend) kind de zorg en opvoeding te geven die wenselijk is. Gemeente kan jeugdhulp, welzijn of andere samenwerkingspartijen faciliteren in extra deskundigheidsbevordering rondom signalering onbedoelde (tiener-) zwangerschap en kwetsbare groepen en ondersteuning. 

  • Via de gemeentelijke registraties (waarstaatjegemeente.nl) kan bijvoorbeeld het aantal tienerouders in de gemeente in beeld gebracht worden. Ook kan gekeken worden of er een correlatie is tussen armoede of lage SESSociaal-economische Status (SES) Positie die iemand inneemt in de sociale hiërarchie, gemeten aan de hand van opleiding, inkomen of beroepsstatus. -wijken en het aantal tienermoeders/jong ouderschap. Maak desgewenst een verbinding met cijfers over armoede, werkeloosheid of schoolverzuim in een regio. Dit zijn risicofactoren voor jong ouderschap. De GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst heeft actuele cijfers over risicogroepen (ervaring met onveilige seks en onbedoelde zwangerschap) via de jeugdmonitor, E-MOVO of andere gezondheidsmonitors.

  • Een gemeente kan afspraken maken met instellingen voor Jeugdhulp en Jeugdbescherming om kwetsbare groepen bij onbedoelde zwangerschap tijdig te signaleren. Instellingen kunnen gefaciliteerd worden door gemeenten in deskundigheidsbevordering rondom signalering en ondersteuning bij kinderwens en anticonceptie.  

  • 85% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd bezoekt een huisarts voor een anticonceptie consult. De huisarts heeft ook een belangrijke taak vrouwen bij onbedoelde zwangerschap te wijzen op keuzemogelijkheden en nazorg te bieden na een zwangerschapsafbreking. Huisartsen kennen de voorgeschiedenis van een cliënt en kunnen kwetsbare groepen in hun praktijk eerder signaleren en extra ondersteuning bieden of verwijzen maar meer specialistische zorg. Ook andere partners in het sociale - en zorgdomein, zien kwetsbare groepen met verslavings-, psychiatrische of schuldenproblematiek, ongedocumenteerden of nieuwkomers, die meer steun nodig hebben bij seksualiteit, gezinsplanning en kinderwens. Gemeenten kunnen toezien op een goede zorgketen voor kwetsbare groepen en sociale kaart.

  • Gemeenten kunnen anticonceptiemiddelen vergoeden aan vrouwen die minder financieel draagkrachtig zijn en voor wie kosten van anticonceptie een drempel zijn. (ongedocumenteerden, lage inkomensgroepen, groepen met schulden).

 

Voorbeeld: extra investeren in samenwerking met Nu Niet Zwanger

In samenwerking met het landelijk programma Nu Niet Zwanger, kunnen gemeenten met extra middelen investeren in groepen met een verhoogd risico op onbedoeld zwangerschap. Via een netwerk van partners in het sociale en medische zorg- domein kunnen vrouwen (en hun partners) met intensievere begeleiding vrijwillig en gemotiveerd hun kinderwens uitstellen en kiezen voor een betrouwbare vorm van anticonceptie. 

  • Zorg als gemeente voor een netwerk van relevante partijen, zodat er optimaal wordt samengewerkt en de aanpak van seksuele grensoverschrijding zo efficiënt mogelijk gebeurt. Een ambtenaar die dit coördineert is daarbij zeer aan te bevelen. Zorg er ook voor dat de eigen organisatie ten aanzien van preventie en aanpak seksuele grensoverschrijding op orde is, bijvoorbeeld door goede samenwerking tussen de verschillende beleidsafdelingen. Een integrale aanpak is essentieel.

  • Professionals  in zorg, welzijn, jeugdzorg, onderwijs, wijkteams en handhaving zijn een belangrijke schakel in het signaleren en aanspreken van risicogroepen. Het is daarom belangrijk om hen toe te rusten op het gebied van preventie en vroegtijdige signalering van ongewenst seksueel gedrag. 

  • Sommige groepen mensen lopen extra risico op het meemaken of plegen van seksuele grensoverschrijding, zoals mensen met een beperking, en kinderen en jongeren in de jeugdzorg. Voor deze groepen zijn specifieke interventies ontwikkeld, zoals trainingen en counselingsprogramma’s. Ook zijn er interventies die professionals kunnen helpen om seksueel gedrag adequaat te duiden en seksueel grensoverschrijdend gedrag te signaleren. Gemeenten kunnen GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, instellingen en zorgprofessionals stimuleren en faciliteren om gebruik te maken van deze (erkende) interventies. 

  • GGD’en hebben een belangrijke rol binnen de gemeenten om zorgprofessionals en leerkrachten te informeren over seksualiteit en seksuele grensoverschrijding en ze te trainen in het geven van lessen of interventies. Gemeenten kunnen zorgen voor draagvlak bij de GGD’en om met het thema aan de slag te aan. 

  • Gemeenten kunnen zorginstellingen stimuleren om goed beleid te formuleren en uit te dragen als het gaat om seksualiteit en (preventie) van seksuele grensoverschrijding. Onderdeel van dit beleid is scholing van professionals om seksualiteit bespreekbaar te maken en seksuele grensoverschrijding te kunnen signaleren.

  • Gemeenten kunnen burgers, scholen, (zorg)instellingen en maatschappelijk werk wijzen op de Centra Seksueel Geweld. Deze CSG’s zorgen voor geïntegreerde hulp bij acute gevallen van seksueel geweld (binnen 7 dagen). Geïntegreerde hulp wil zeggen dat politie, justitie en hulpverlening onder één dak samenwerken om de zorg zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

  • Seksuele grensoverschrijding komt relatief vaak voor onder mensen die eerder seksueel geweld hebben meegemaakt. Snelle hulp voor slachtoffers, zowel acute hulp als hulp voor slachtoffers die langer geleden zij misbruikt, is belangrijk om herhaald slachtofferschap te voorkomen. De Centra Seksueel Geweld, Veilig Thuis en gespecialiseerde hulpverlening spelen hierin een rol. Het is van belang dat deze hulp in alle gemeenten kan worden geboden.

  • Seksuele grensoverschrijding (zowel meemaken als plegen) komt ook vaker voor onder mensen die in onveilige omstandigheden zijn opgegroeid, zoals in gezinnen waar huiselijk geweld voorkomt, waar een gebrek aan empathie is of waar de ouders weinig toezicht hadden op hun kinderen. Tijdige signalering en goede ondersteuning van deze gezinnen is noodzakelijk. 

 

Voorbeeld: inzet beleidsadviseur Aanpak seksueel geweld

In Rotterdam is een beleidsadviseur Aanpak seksueel geweld. Deze geeft sturing aan een netwerk van 27 organisaties die gezamenlijk preventie en aanpak van seksueel geweld organiseren. Door de coördinatie wordt de samenwerking en deskundigheidsbevordering gestimuleerd.
 

 

Fysieke en sociale omgeving

De fysieke en sociale omgeving spelen beide een belangrijke rol bij seksuele gezondheid. De fysieke omgeving kunt u verbeteren met bijvoorbeeld goede verlichting, toezicht en condoomautomaten. De sociale omgeving kunt u beïnvloeden met bijvoorbeeld voorlichting en campagnes, of inzet van communities en sleutelpersonen.

Fysieke en sociale omgeving per thema:

  • Stimuleer dat in openbare ruimten condoomautomaten en zelfs automaten met soaSeksueel overdraagbare aandoeningen-testen voorhanden zijn. Condooms en soa -testen moeten laagdrempelig beschikbaar zijn.

  • Leen een pop-up-condoommarktkraam lenen voor condoompromotie. Onder het motto Try before you fly laat de kraam zien welke keuze mogelijkheden er zijn voor het vinden van het ideale condoom. 

  • Faciliteer dat GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst'en tijdens evenementen aandacht besteden aan seksuele gezondheid. Evenementen kunnen leiden tot soa-risico’s maar bieden ook de mogelijkheid condooms en testen aan te bieden.

  • Stimuleer dat eigenaren en personeel van sekslocaties (darkrooms, sauna’s, seksfeesten) ondersteund worden. Op dergelijke locaties is het belangrijk dat de inrichting van de locatie helpt soa risico’s te voorkomen.

  • Bevorder dat centrale voorzieningen in de soa-zorg zo dicht mogelijk bij de meest kwetsbare groepen aanwezig zijn. Zij maken niet allemaal goed gebruik van centrale voorzieningen in soa-zorg.

Voorbeeld: Uit een analyse van de GGD Amsterdam bleek dat de soa-poli in het centrum minder bezocht werd door burgers uit twee wijken. Hier wonen veel mensen met een lage sociaal economische status. De GGD heeft daarop besloten soa-spreekuren te openen in die twee wijken.

  • Een ondersteunende omgeving waarin seksualiteit en anticonceptie bespreekbaar is en anticonceptie gebruik wordt aangemoedigd bij seksuele activiteit, dragen bij aan effectieve preventie. Gemeenten kunnen extra investeren in laagdrempelige voorlichting aan communities en/of sleutelpersonen hierin opleiden en faciliteren. 

  • Jongeren die opgroeien in een omgeving met een laag zelfbeeld en weinig toekomstperspectief, in armoede of een omgeving waar al veel tienermoeders wonen, lopen meer risico op jong ouderschap. Extra investering in onderwijs en toekomstperspectief, kan hierbij effectief zijn.

  • Om goed beschermd te zijn tegen een zwangerschap moeten vrouwen (en hun partner) passende en betrouwbare anticonceptie gebruiken. Toegang tot brede palet aan anticonceptiemethoden en plaatsing hiervan bij eerstelijnszorg, moet voor iedereen laagdrempelig zijn.

  • Gemeenten kunnen anticonceptiespreekuren (bijvoorbeeld in samenwerking met een GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst of verloskundigen praktijk) voor kwetsbare groepen in de wijk faciliteren.

  • Gemeenten kunnen erop toezien dat de seksuele reproductieve zorg voor iedere vrouw en man in vruchtbare leeftijd, fysiek dichtbij en laagdrempelig georganiseerd is.

 

Voorbeeld: extra anticonceptiespreekuur

Bij GGD Haaglanden is een extra anticonceptiespreekuur voor vrouwen die bij de huisarts onvoldoende terecht kunnen met vragen of problemen met anticonceptie of onbedoelde zwangerschap.

U kunt aanhaken bij landelijke campagnes die zich inzetten voor een veilige sociale omgeving. Een voorbeeld is de campagne Ben je Oké, die als doel heeft het uitgaansleven plezieriger en veiliger te maken. Ook kunt u zorgen voor een veilige fysieke omgeving door goede straatverlichting, en meer toezicht bij openbare of onveilige ruimtes. 

Er zijn meerdere programma’s, die zich richten op het voorkomen of aanpakken van andere vormen van geweld. Waar mogelijk loont het om de acties aan elkaar te verbinden. Programma’s die raakvlakken hebben met de preventie van seksueel geweld in de fysieke of sociale omgeving zijn: 

  • Geweld hoort nergens thuis: Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
  • Veilige steden: programma van het ministerie van OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen  om veiligheid in de openbare ruimte te verbeteren
  • Regenboogsteden: gemeenten die zich inzetten voor acceptatie lhbt en seksuele diversiteit 

 

Regelgeving en handhaving

Op het gebied van regelgeving en handhaving heeft u als gemeente verschillende mogelijkheden om seksuele gezondheid te bevorderen. Voorbeelden: 

  • strenger toezicht op grensoverschrijdend gedrag door de wijkagent
  • vergunningverlening aan prostituees alleen onder bepaalde voorwaarden
  • vergoeding van anticonceptie door de gemeente voor minder financieel draagkrachtigen 

Regelgeving en handhaving per thema:

  • Zorg dat GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst'en voldoende capaciteit hebben voor preventie, soaSeksueel overdraagbare aandoeningen-zorg, surveillance en beleidsadvies. Volgens de Wet Publieke Gezondheid zijn gemeenten verantwoordelijk voor de soa-bestrijding. GGD'en spelen daarbij een belangrijk rol.

  • Stimuleer uw GGD de nieuwe landelijke hygienerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers toe te passen. Technische hygiënezorg is een verantwoordelijkheid van gemeenten en wordt meestal uitgevoerd door GGD'en.

  • Zorg voor voldoende beschikbare veilige plaatsen waar sekswerkers gezond en veilig kunnen werken. In ongeveer 40% van de gemeenten zijn een of meer prostitutiebedrijven gevestigd en de gemeente is verantwoordelijk voor handhaving en uitvoering van de wetgeving op het gebied van prostitutie. 

  • Anticonceptie is niet voor iedereen betaalbaar. Sommige methoden zijn duurder dan andere methoden en voor vrouwen boven de 21 jaar wordt anticonceptie niet meer vergoed vanuit de basisverzekering. De premie voor een aanvullende verzekering is vaak duurder dan de methode zelf.

  • Gemeenten moeten erop toezien dat ook voor de lagere inkomensgroepen of mensen met schulden en financiële problemen, middelen beschikbaar zijn voor anticonceptie. De gemeente zou kosten voor anticonceptie in bepaalde gevallen kunnen vergoeden bijvoorbeeld via een bijzondere bijstandsregeling of andere potjes.

  • Illegalen of ongedocumenteerden zijn niet verzekerd en moeten kosten voor anticonceptie zelf betalen. Ze zijn vaak werkeloos of hebben niet voldoende inkomen. Voor hen zou een aparte regeling getroffen moeten worden. Ook nieuwkomers die nog niet de Nederlandse status hebben en niet verzekerd zijn en niet meer in een AZC wonen, kunnen anticonceptie vaak zelf niet betalen.

De zedenwetgeving bepaalt welke seksuele handelingen verboden zijn. Bijvoorbeeld verkrachting en aanranding, kindermisbruik, groomingGrooming is digitaal kinderlokken. Er is sprake van grooming als een volwassene via ICT contact legt met een kind, met de intentie om dat kind te ontmoeten met het doel om seksueel misbruik te plegen of kinderpornografische afbeeldingen te produceren (Bron: politie.nl). , kinderporno en jeugdprostitutie. Wordt de wet overtreden? Dan is er sprake van een zedendelict, waarvoor iemand vervolgd moet worden. Slachtoffers kunnen het incident melden bij de politie en eventueel aangifte doen. De politie heeft de taak de melding/aangifte op te nemen, het slachtoffer door te verwijzen naar de hulpverlening en de dader op te sporen. 

 

Melding en aangifte

Melden en aangifte doen blijkt voor veel slachtoffers moeilijk. Dat heeft te maken met schuldgevoelens en schaamte, het feit dat veel daders een bekende zijn van het slachtoffer, en dat het seksueel geweld zich meestal afspeelt zonder getuigen. Hierdoor is het lastig om te bewijzen. Het handelen van de politie tijdens de melding of aangifte is daarom cruciaal. Het gaat hier om begrip, empathie, adequate informatie en doorverwijzing. Idealiter werkt de politie samen met de Centra Seksueel Geweld.     

 

Seksuele intimidatie 

Seksuele intimidatie op straat, zoals sissen, naroepen, fluiten of seksueel getinte opmerkingen maken is niet verboden. Tenzij het gaat om discriminatie, belediging, laster en smaad of bij schendingen van de lichamelijke en seksuele integriteit of de algemene eerbaarheid. 

Als gemeente kunt u (seksuele) straatintimidatie wel strafbaar stellen in de Algemene Plaatselijke Verordening. In Rotterdam en Amsterdam is dit al gebeurd, andere steden bereiden dit voor. 

Vindt seksuele intimidatie plaats binnen een situatie en kan het slachtoffer zich niet aan de intimidatie onttrekken? Bijvoorbeeld omdat dit gevolgen heeft voor rechtspositie, economische positie of gezondheid. Dan bestaan er wettelijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen en de Algemene wet gelijke behandeling. Deze bepalingen moeten bescherming bieden op de werkplek, op school of in een zorginstelling.