Seksuele gezondheid is een belangrijk onderdeel van het mentale en fysieke welzijn. Gemeenten hebben samen met het rijk de opdracht om seksuele gezondheid bevorderen en te beschermen. Een brede en positieve benadering staat hierbij centraal.

Doelen

Seksuele gezondheid is de afgelopen jaren nadrukkelijker onderdeel geworden van het landelijke preventiebeleid.  Het doel is dat iedereen de kennis, vaardigheden, zorg en ondersteuning heeft om gezonde, veilige en plezierige keuzes te maken en die van anderen te respecteren. Zo worden (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa))’s en (humaan immunodeficiëntievirus) voorkomen, seksueel grensoverschrijdend gedrag tegengegaan en onbedoelde zwangerschappen teruggedrongen.

De landelijke inzet richt zich onder meer op:

  • het terugdringen van soa's en het toewerken naar nul nieuwe hiv-infecties in 2040
  • het bevorderen van combinatiepreventie, waaronder het verhogen van het condoomgebruik, het verbeteren van de toegang tot testen en PrEP en het stimuleren van tijdige behandeling
  • het stimuleren van deelname aan bestaande vaccinatieprogramma's (HBV- en HPV-vaccinatie en, waar geïndiceerd, mpox) en het verhogen van de vaccinatiegraad
  • het versterken van relationele en seksuele vorming, zodat alle kinderen en jongeren tijdens hun schoolloopbaan kwalitatief goed onderwijs krijgen over relaties, seksualiteit en seksuele diversiteit
  • het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en onbedoelde zwangerschappen
  • het terugdringen van gezondheidsverschillen, door groepen die minder goed worden bereikt beter toegang te bieden tot preventie en zorg

Lees meer over:

Wet- en regelgeving

Vanuit de  (Wet publieke gezondheid) hebben gemeenten specifieke taken op het gebied van seksuele gezondheid:

Algemeen: Gemeenten verwerven van inzicht in de (seksuele) gezondheidssituatie op basis van epidemiologische analyse

Lokale nota gemeentelijke gezondheidsbeleid: de Wpg verplicht gemeenten elke vier jaar een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid op te stellen. Daarbij houden zij rekening met de prioriteiten uit de landelijke nota gezondheidsbeleid, waarin seksuele gezondheid in de huidige nota als belangrijk thema binnen het preventiebeleid is genoemd. De (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) brengt lokale trends, risico’s en behoeften in kaart en biedt expertise voor een onderbouwde en integrale aanpak. Gemeenten kunnen kennis en inzichten (van het Centrum Seksuele Gezondheid) integreren door seksuele gezondheid structureel op te nemen in het lokale gezondheidsbeleid en te verbinden aan verwante beleidsterreinen, zoals mentale gezondheid, middelengebruik, opvoeding, sociale veiligheid en fysieke leefomgeving. De Aanpak Gezonde Gemeente biedt hiervoor handvatten. Soa Aids Nederland heeft de Handreiking Seksueel Gezondheidsbeleid in de Gemeente ontwikkeld om GGD’en te ondersteunen de ontwikkeling van lokaal seksueel gezondheidsbeleid.

Preventie: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s op het gebied van seksuele gezondheidsbevordering.

Jeugdgezondheidszorg: De jeugdgezondheidszorg ondersteunt jongeren en ouders via individueel of groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding bij  seksueel gedrag (zoals (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa))’s en anticonceptie) en seksuele dwang. 

Infectieziektenbestrijding: gemeenten dragen zorg voor de bestrijding van seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactonderzoek.

In het Wetboek van Strafrecht staat welk seksueel gedrag wettelijk strafbaar is, waaronder:

  • verkrachting
  • aanranding
  • (Grooming is digitaal kinderlokken. Er is sprake van grooming als een volwassene via ICT contact legt met een kind, met de intentie om dat kind te ontmoeten met het doel om seksueel misbruik te plegen of kinderpornografische afbeeldingen te produceren (Bron: politie.nl).)
  • jeugdprostitutie
  • een volwassene die seksuele handeling(en) verricht met een kind jonger dan 16 jaar
  • het in bezit hebben of verspreiden van kinderpornografisch materiaal

Met ingang van 1 juli 2024 is de Wet seksuele misdrijven van kracht. Onvrijwillige seks is daarmee strafbaar, ook als er geen sprake was van dwang. Ook seksuele intimidatie in het openbaar en het sturen van seksueel getinte berichten aan kinderen zijn nu strafbaar. Lees meer over de inhoud van de Wet seksuele misdrijven. Rutgers schreef de Handreiking Consent voor professionals die met deze wet te maken krijgen.

Belangrijke gemeentelijke taken zijn: 

  • voorlichten
  • opvangen
  • beschermen van inwoners
  • signaleren van seksueel geweld

Iedereen kan bij de politie melding en aangifte doen van seksueel geweld. De politie is verantwoordelijk voor de opsporing bij zedendelicten en de eerste opvang. Indien nodig verwijzen zij door naar specialistische zorg.

Sekswerker is een legaal beroep in Nederland. De invulling van wet- en regelgeving verschilt per gemeente, bijvoorbeeld rond vergunningverlening, handhaving en uitvoering van het beleid. Er is geen landelijk beleid specifiek op sekswerk. Wel zijn er diverse instrumenten ontwikkeld ter ondersteuning van gemeenten:

Daarnaast werkt de (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) aan een vernieuwd hoofdstuk over sekswerkbeleid voor de model-Algemene Plaatselijke Verordening (Model-APV), dat naar verwachting eind dit jaar beschikbaar komt. Hierin staan regels over openbare orde, veiligheid en leefbaarheid die gemeenten kunnen gebruiken bij hun lokale regelgeving.

De leidraad, Handreiking en Model-APV zijn ontwikkeld in samenwerking met onder andere sekswerkers,   (Sekswerk Alliantie Destigmatisering), Soa Aids Nederland, het Openbaar Ministerie,  gemeenten, het (Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid) en de VNG.

De ASG-regeling zorgt ervoor dat mensen met een verhoogd risico op (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa))'s of (humaan immunodeficiëntievirus), of voor wie de reguliere zorg minder toegankelijk is, tijdig passende preventie en zorg kunnen krijgen. De regeling is een belangrijk onderdeel van de landelijke publieke seksuele gezondheidszorgen vult zowel de collectieve preventie door gemeenten en Rijk als de huisartsenzorg aan. Lees meer over de Regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg.

Op basis van de ASG-regeling bieden (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst)’en:

  • Soa- en hiv-zorg:  testen, diagnostiek, behandeling, partnerwaarschuwing en preventie voor mensen met een verhoogd risico en voor wie de reguliere zorg onvoldoende toegankelijk is.
  • PrEP-zorgindicatiestelling, begeleiding, monitoring en voorschrijven van PrEP voor mensen met een verhoogd risico op hiv.
  • Seksualiteitshulpverlening aan jongeren tot 25 jaar met vragen of zorgen over seksualiteit, relaties, seksuele ontwikkeling, gender, seksuele oriëntatie, weerbaarheid en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Dit zorgaanbod is nadrukkelijk een aanvulling op de collectieve preventie-inzet door gemeenten en de Rijksoverheid en een aanvulling op de huisartsenzorg. Lees meer over de Regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg 

Wegwijzer publieke seksuele gezondheidszorg

De Wegwijzer voor de organisatie van de publieke seksuele gezondheidszorg en soa-bestrijding door GGD'en biedt GGD'en en gemeenten een overzicht van de wettelijke, beleidsmatige en financiële kaders voor de publieke seksuele gezondheidszorg. De wegwijzer beschrijft hoe de seksuele gezondheidszorg georganiseerd is, welke verantwoordelijkheden verschillende partijen hebben en hoe de samenwerking verloopt tussen GGD'en, gemeenten, huisartsen, ziekenhuizen en maatschappelijke organisaties.

 

Landelijk beleid en akkoorden

De Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028 benoemt seksuele gezondheid als één van de urgente thema's en roept gemeenten op dit structureel te verankeren in hun lokale gezondheidsbeleid en te verbinden met thema’s als mentale gezondheid, (overmatig) middelengebruik, leefomgeving en sociale veiligheid.

Van gemeenten wordt verwacht dat zij samen met de (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) en lokale partners zoals sleutelfiguren, huisartsen en scholen werken aan een integrale aanpak voor seksuele gezondheid, waarin preventie, zorg en ondersteuning met elkaar verbonden zijn en gezondheidsverschillen worden verkleind.

In de Samenhangende preventiestrategie zijn concrete ambities geformuleerd voor seksuele gezondheid: het verhogen van het condoomgebruik onder jongeren en het toewerken naar nul nieuwe (humaan immunodeficiëntievirus)-infecties in 2040. 

Lokale invulling vraagt om een combinatie van seksuele gezondheidsbevordering, laagdrempelige testvoorzieningen, goede toegang tot PrEP en andere vormen van combinatiepreventie. Dit kan onder meer door scholen te ondersteunen bij relationele en seksuele vorming, het versterken van de samenwerking tussen professionals rondom seksuele gezondheidszorg en het vergroten van bekendheid met (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa))-zorg, anticonceptie en PrEP.

Binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt gewerkt aan het versterken van preventie en het beter organiseren van passende seksuele gezondheidszorg. De focus ligt onder andere op: 

  • het verbeteren van de toegankelijkheid van (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa))- en (humaan immunodeficiëntievirus)-zorg; 
  • het versterken van de samenwerking tussen (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst)'en, huisartsen en andere zorgverleners;
  • het ontwikkelen van toekomstbestendige vormen van seksuele gezondheidszorg. 

Voor gemeenten betekent dit dat seksuele gezondheid een belangrijk onderdeel is van de bredere preventieopgave. Zo is in het AZWA ‘Nu Niet Zwanger’ (onderdeel Kansrijke start) opgenomen als basisfunctionaliteit en staat Seksuele gezondheid op de ontwikkelagenda om doorontwikkeld te worden tot basisfunctionaliteit. Van gemeenten en GGD’en wordt verwacht dat zij:

  • investeren in seksuele gezondheidsbevordering; 
  • zorgen voor toegankelijke preventie en zorg; 
  • samenwerken met de eerstelijnszorg;
  • groepen met een verhoogd risico en groepen die nu minder goed worden bereikt beter weten te bereiken.

Landelijke programma’s en aanpakken

Kansrijke Start is een landelijk actieprogramma gericht op de eerste 1.000 dagen van een kind, met nadruk op vroegsignalering, samenwerking tussen het medische en sociale domein, en ondersteuning van kwetsbare gezinnen. Kansrijke Start is in het AZWA opgenomen als basisfunctionaliteit. Dit betekent dat gemeenten vanaf 2026 structurele middelen ontvangen om lokale en regionale coalities Kansrijke Start te organiseren, samenwerkingsafspraken te maken met zorgverzekeraars en andere beleidsterreinen en tijdig passende zorg en ondersteuning te bieden. Daarnaast zetten gemeenten structureel in op het programma Nu Niet Zwanger, werken zij vanaf 2027 aan de ontwikkeling van Integrale Gezinspoli's en investeren zij tussen 2027 en 2029 in de domeinoverstijgende aanpak Rookvrije Start.

In het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid 2023-2027 zijn doelen uitgewerkt in concrete acties op het gebied van:

  • preventie en zorg
  • surveillance soa en hiv en monitoring seksuele gezondheid
  • relationele en seksuele vorming en ontwikkeling
  • preventie, opsporing en behandeling van soa
  • preventie, opsporing en behandeling van hiv
  • preventie van ongewenste zwangerschap
  • preventie van seksuele grensoverschrijding en seksueel geweld

Gemeenten kunnen het Nationaal Actieplan gebruiken als basis voor een lokaal of regionaal actieplan.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zet in op preventie van en zorg bij onbedoelde zwangerschap. Daarbij is er extra aandacht voor groepen in kwetsbare omstandigheden.

Het beleid is ingericht rond drie pijlers:

  • regie op kinderwens
  • informatie en ondersteuning bij onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap
  • onderzoek en monitoring
Meer informatie

In 2022 is een nationaal actieprogramma gestart om seksuele grensoverschrijding en seksueel geweld aan te pakken. De ministeries van (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) en (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zijn hiervoor verantwoordelijk.

Belangrijke actielijnen zijn:

  • cultuurverandering
  • wet- en regelgeving
  • beleid op de werkvloer
  • aanpak voor omstanders
  • hulpverlening

(Rijks)overheid, de wetenschap en maatschappelijke organisaties werken hierin samen. Ook regionaal is inzet nodig. 

Lees meer over het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (Rijksoverheid.nl).

Er zijn vier landelijke bouwstenen ontwikkeld voor een effectieve aanpak van seksueel geweld op regionaal niveau:

  • Wat is een regionale aanpak seksueel geweld
  • Betrekken netwerkpartners en samenwerking
  • Organiseren en borgen
  • Opstellen van een plan van aanpak inhoudelijke speerpunten

Per gemeente of regio kan het aangrijpingspunt verschillen. Er kan aan verschillende bouwstenen tegelijk worden gewerkt. Het 8-puntenplan voor een effectieve preventiestrategie van Rutgers wordt in de aanpak genoemd.

Meer informatie

Respectvol leren omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit is een kerndoel voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet (speciaal) onderwijs . Scholen zijn daarmee verplicht aandacht te besteden aan relationele en seksuele vorming. De kerndoelen zijn recent geactualiseerd en relationele en seksuele vorming komt specifieker en uitgebreider aan bod. De nieuwe kerndoelen treden 1 augustus 2027 in werking.

Lees meer in het besluit kerndoelen onderwijs op het gebied van seksuele diversiteit.
 

Seksueel geweld aanpakken in de regio

Er zijn vier landelijke bouwstenen ontwikkeld voor een effectieve aanpak van seksueel geweld op regionaal niveau:

  • Wat is een regionale aanpak seksueel geweld
  • Betrekken netwerkpartners en samenwerking
  • Organiseren en borgen
  • Opstellen van een plan van aanpak inhoudelijke speerpunten

Per gemeente of regio kan het aangrijpingspunt verschillen. Er kan aan verschillende bouwstenen tegelijk worden gewerkt. Het 8-puntenplan voor een effectieve preventiestrategie van Rutgers wordt in de aanpak genoemd.

Meer informatie