Heeft u vragen over de gecombineerde leefstijlinterventie? Bekijk de antwoorden op de veelgestelde vragen hieronder. Staat uw vraag er niet bij? Stel dan uw vraag aan preventieteam@minvws.nl.

Vragen over praktische zaken rond de GLIGecombineerde Leefstijlinterventie

Hoe u om gaat met deelnemers die tussentijds stoppen (o.a. vanwege zwangerschap of zware operatie) en later weer instromen is ter beoordeling van de verwijzer en (aansluitend) de GLIGecombineerde Leefstijlinterventie -aanbieder. Deze bepalen of het traject kan worden hervat, of dat een nieuw traject doelmatiger is. In het laatste geval is een nieuwe verwijzing nodig.

NB: Voor vergoeding van de declaratie is het van belang dat er aaneengesloten kwartalen worden gedeclareerd. Het maximale gat tussen 2 contactmomenten kan bijna 6 maanden zijn zonder af te wijken van de ‘aangesloten kwartalen’ regel (dag 1 van kwartaal 1, tot laatste dag van het volgende kwartaal). Dit is uiteraard niet wenselijk, maar kunt u in uitzonderingssituaties benutten.

Vanaf 1 maart 2020 tot het moment dat de richtlijnen en maatregelen van het kabinet inzake corona niet meer van toepassing zijn, mag u reguliere prestaties declareren. Dit geldt ook wanneer u deze digitaal aanbiedt in plaats van face-to-face. Het uitgangspunt blijft dat u in acht opeenvolgende kwartalen een GLIGecombineerde Leefstijlinterventie aanbiedt.

Dit is in de meeste gevallen niet nodig: sessies kunnen digitaal worden voortgezet. Indien je als aanbieder toch te maken krijgt met een deelnemer die tijdelijk wil stoppen, schat je in wat het beste is: zo snel mogelijk hervatten van hetzelfde traject (in dezelfde groep) of met een nieuwe verwijzing een nieuw traject starten. Bespreek twijfels hierover met de zorgverzekeraar.

Een deelnemer kan binnen het 2-jarige traject switchen van GLIGecombineerde Leefstijlinterventie -programma. Hiervoor is wel een nieuwe doorverwijzing nodig. De deelnemer start dus opnieuw in een ander GLI-programma. 

Dat mag. Dit is ter beoordeling van de verwijzer en (aansluitend) de GLIGecombineerde Leefstijlinterventie -aanbieder. Hiervoor is een nieuwe verwijzing uiteraard noodzakelijk.

Extra begeleiding (denk aan dieetbegeleiding, psychologische ondersteuning of fysiotherapie) is mogelijk als de GLIGecombineerde Leefstijlinterventie aanbieder vaststelt dat er indicaties zijn voor aanvullende zorg op de GLI. Dit kan als de zorgvraag meer is dan algemene voedingsadviezen volgens de Richtlijn Goede Voeding (Schijf van 5) van het Voedingscentrum. Of als er meer informatie nodig is dan de algemene Beweegrichtlijn of meer deskundige begeleiding nodig is bij gedrag.

Indien dit zo is, dan zorgt de GLI-aanbieder in overleg met de huisarts voor een passende doorverwijzing naar een diëtist, een oefentherapeut, fysiotherapeut of een psycholoog. De vergoeding is zoals geregeld in de Zorgverzekeringswet (ZvwZorgverzekeringswet ).

Lees meer over verwijzen bij Artsenwijzerdietetiek.nl.

Het kan zijn dat de betreffende cliënt/patiënt naast het GLI programma begeleiding krijgt vanuit een ketenzorg programma voor DM2, Vasculair risicomanagement of COPDchronische bronchitis en longemfyseem . Indien dat het geval is, loopt de financiering van de inzet van de extra benodigde zorgprofessional vanuit de ketenzorg.

Een verwijzer bepaalt of iemand baat heeft bij het volgen van een GLIGecombineerde Leefstijlinterventie , naast ketenzorg voor diabetes, hart- en vaatziekten of COPDchronische bronchitis en longemfyseem . Het feit dat iemand ketenzorg ontvangt, sluit deelname aan een GLI niet uit. Er zit mogelijk een beperkte overlap in qua dieetadvisering en leefstijlbegeleiding, maar de leefstijlbegeleiding is bij een GLI veel intensiever.

Vragen over samenwerking met de gemeente

Deelnemers aan een GLIGecombineerde Leefstijlinterventie bewegen in hun eigen woon-/leefomgeving. De gemeente is betrokken bij het lokale beweegaanbod. Het is belangrijk dat de GLI aansluit bij de lokale mogelijkheden van sportverenigingen en het sociaal domein. Ook bieden gemeenten ondersteuning aan deelnemers die onvoldoende financiële middelen hebben om aan het beweegaanbod deel te nemen. GLI-aanbieders en deelnemers doen er goed aan op de hoogte te zijn van deze mogelijkheden. Goede inbedding van de GLI in het sociaal domein is daarvoor nuttig. Hoe korter de lijnen tussen de GLI-aanbieder, huisarts en medewerkers van het welzijnswerk en schuldhulpverlening bij de gemeente, hoe beter het aanbod kan worden toegesneden op de individuele deelnemers.

Nee. De GLIGecombineerde Leefstijlinterventie gelden zijn niet bedoeld voor de buurtsportcoach, maar voor de werkzaamheden van de uitvoerders van de GLI (leefstijlcoach, diëtist, fysio- en oefentherapeut). De inzet van de buurtsportcoach kan bekostigd worden vanuit de buurtsportcoachregeling. De gemeente beslist voor welke werkzaamheden de buurtsportcoach wordt ingezet.

 

Als de buurtsportcoach geen specifieke activiteiten voor deelnemers van GLIGecombineerde Leefstijlinterventie mag organiseren, is het raadzaam om het gesprek aan te gaan: wat kan de gemeente wel bieden? Denk hierbij aan:

  • een overzicht geven van sport- en beweegaanbieders in de gemeente, zowel verenigingen als ongeorganiseerde sporten zoals fitness of beweegactiviteiten vanuit de welzijnsorganisatie;
  • contact leggen met lokale sport- en beweegaanbieders;
  • sport- en beweegaanbieders en zorgorganisaties informeren of enthousiasmeren om samen te werken, bijvoorbeeld door in de ‘daluren’ op een sportcomplex beweegaanbod aan te bieden;

De gemeente informeren is niet verplicht, maar wel verstandig. Het is essentieel dat u kennis heeft van het lokale sport- en beweegaanbod, omdat deelnemers gaan bewegen in hun eigen omgeving. Daarnaast draagt de GLIGecombineerde Leefstijlinterventie bij aan de uitvoering van het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten (verminderen overgewicht volwassenen, verhogen sportparticipatie, vermindering WMO kosten, etc). De gemeente zal daarom niet alleen geïnteresseerd zijn in het volgen van de ontwikkelingen rondom de GLI, maar is mogelijk ook bereid te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het verzorgen van drukwerk, het organiseren van een netwerkbijeenkomst of een link leggen met het sociaal domein.

Nee, over het algemeen zullen verzekeraars dit niet als eis stellen. Het is wel zeer verstandig de gemeente te betrekken gezien de rol van de gemeente met betrekking tot lokaal sport- en beweegaanbod en vanwege de link met het sociaal domein.
 

U kunt zich het beste richten tot een beleidsmedewerker van de gemeente met Volksgezondheid, WMO of Sport in de portefeuille. Door te bellen naar de gemeente komt u er snel genoeg achter wie de juiste persoon is.

Vragen over declareren en tarief

De NZaNederlandse Zorgautoriteit stelt maximumtarieven vast en geeft de zorgverzekeraars en zorgaanbieders de ruimte om nog maximaal 10% hogere tarieven te hanteren. Omdat de maximumtarieven al redelijk de kosten van zorg dekken, is die 10% nooit een opslag waar een zorgaanbieder zonder meer recht op heeft. Een zorgverzekeraar bepaalt waar de max-max ruimte voor wordt ingezet. In de toelichting van de beleidsregel van de NZa staat: "De voorwaarde van een contract met een zorgverzekeraar geeft een waarborg dat deze middelen enkel worden ingezet waar dit volgens de inkoper noodzakelijk/wenselijk is vanuit het oogpunt van doelmatigheid, doeltreffendheid of vanuit de zorgplicht van een verzekeraar”. Neem daarom bij vragen hierover contact op met de zorgverzekeraar.

De regels zijn hierover duidelijk en bindend: u kunt een prestatie declareren als deze is afgerond.

Voor de intake betekent dit dat u nog dezelfde dag kan declareren. De behandelfase en onderhoudsfase gaan per kwartaal (3 maanden). Na afronding kunt u declareren. De NZaNederlandse Zorgautoriteit gaat niet uit van kalenderkwartalen, maar van perioden van 3 maanden die op ieder moment kunnen starten. Bijvoorbeeld: start de behandelfase op 3 april? Dan kunt u deze vanaf 3 juli declareren. In de beleidsregel van de NZa leest u hier meer over en vindt u ook voorbeelden.

 

Vragen over de informatie in de GLIGecombineerde Leefstijlinterventie -kaart en -tabel

De contactgegevens in de tabel en kaart komen uit het AGB-register. U kunt daar uw contactgegevens wijzigen. De kaart en tabel worden elk kwartaal ge-updatet. Wijzigingen uit het AGB-register worden dan automatisch meegenomen.

De programma-informatie van de geregistreerde GLIGecombineerde Leefstijlinterventie -aanbieders is afkomstig van declaratiegegevens. Heeft u nog geen declaraties ingediend bij een zorgverzekeraar, dan kan het zijn dat de programmagegevens bij ons nog niet bekend zijn. Bij het declareren van uw programma bij de zorgverzekeraar is het belangrijk om zowel de AGB code van de zorgverlener als de AGB code van de onderneming te vermelden. Ieder kwartaal ontvangen wij programmagegevens op basis van declaraties en worden deze ge-updatet.
 

Het AGB-register vormt de basis van de gegevens in de kaart en tabel. Staat u daarin als leefstijlcoach, dan komen uw gegevens automatisch  in de kaart en tabel. U kunt uw registratie in het AGB-register aanpassen (de aantekening leefstijlcoach verwijderen). In de toekomst hopen we meer zicht te kunnen geven op (in)actieve GLIGecombineerde Leefstijlinterventie -aanbieders door een koppeling te maken met het GLI-register. Op dit moment is dat helaas nog niet mogelijk. Het AGB-register is daarom het best mogelijke bronbestand.

De informatie over de contracten met zorgverzekeraars is afkomstig van Zorgweb. Staan uw gegevens over contractering ook na een update niet op de kaart, geef het dan aan ons door.